Category Archives: Blog

Auto gekocht, maar nu al kapot. Wat moet ik doen?

Begin vorig jaar belde mij een cliënt die een probleem had met zijn pas gekochte auto. Hij had de auto net twee weken daarvoor gekocht van een echte autoliefhebber die de auto altijd goed zou hebben onderhouden. Dat bleek helaas niet het geval te zijn geweest. De liefhebber bleek zelfs nog iets te hebben verzwegen! Al rijdend op de snelweg met 130 km/h wilde mijn cliënt uitvoegen, waarna plotseling een enorme klap hoorbaar was. Toen de auto op de vluchtstrook was stilgezet en de motorkap omhoog ging bleek dat de distributieriem was geknapt. Hierdoor kon de auto niet meer rijden en moest worden afgevoerd met de autoambulance. “ Wat moet ik nu doen? ”, was zijn vraag.

 Het komt regelmatig voor dat auto’s (maar bijvoorbeeld ook motorfietsen, scooters, brommers en elektrische fietsen) problemen vertonen nadat je ze net hebt gekocht. Dat is ontzettend vervelend, want na aankoop ga je er normaal gesproken vanuit dat je probleemloos kunt rijden en dat je bovenal kunt genieten van je aankoop. Dat is helaas nog wel eens anders, zo ook in deze zaak.

Getunede auto

De auto uit het bouwjaar 2007 met een tellerstand van 224.500 km is duidelijk geen nieuwe auto meer, maar de verkoper is een autoliefhebber die deze auto altijd goed zou hebben onderhouden. Dat is geruststellend. Er zou niets met de auto aan de hand zijn. De auto heeft ook de nodige motorupgrades gehad waardoor de auto meer pk’s heeft dan de standaard uitvoering. We hebben hier dus te maken met een ‘getunede’ of ook wel een opgevoerde auto.

 

Via Facebook Marketplace komt mijn cliënt bij deze auto terecht. Hij wordt direct aangetrokken door het sportieve uiterlijk van de auto en de lovende woorden in de advertentie. Daaruit blijkt al wel dat de verkoper een echte autoliefhebber is. Tot in detail wordt vol trots beschreven wat er aan de auto is veranderd en hoe snel hij nu wel niet is. De auto moet helaas weg wegens gezinsuitbreiding. De advertentie is dus erg positief en het contact met de verkoper overigens ook.

Koop gesloten

Er is vervolgens een afspraak gemaakt om een proefrit te maken. Voor mijn cliënt, die zelf ook een autoliefhebber is én deskundig op autogebied, is het allemaal in orde. Na een laatste check van het onderhoudsboekje en een praatje over koetjes en kalfjes met de verkoper kunnen de onderhandelingen beginnen. De auto is uiteindelijk verkocht voor € 6.000,–. Mijn cliënt is dan nu eindelijk trotse eigenaar van een sportieve auto, althans dat denkt hij.

 

Immers, twee weken na aankoop knapt uit het niets de distributieriem en kan er niet meer gereden worden. Mijn cliënt heeft toen geprobeerd om tot een oplossing te komen, maar de verkoper wil daar niet aan meewerken. Wat doe je dan? Je kunt je erbij neerleggen en zelf voor de kosten opdraaien, maar mijn cliënt besluit om contact met ons kantoor op te nemen. Hij vertelt dan dat de verkoper iets voor hem heeft verzwegen. In het onderhoudsboekje is een stempel gezet voor ‘vervanging distributieriem’ in september 2020, maar in feite blijkt de distributieriem helemaal niet vervangen! Via de garage die de stempel heeft gezet komt mijn cliënt er achter dat die stempel nooit gezet had mogen worden. De verkoper heeft de garage gevraagd om de stempel te zetten en helaas is de garage daarin meegegaan. Mijn cliënt is dus misleid, want hij dacht dat de distributieriem kortgeleden was vervangen. Dat heeft de verkoper hem ook steeds verteld.

De oplossing

Hoe hebben we dit opgelost? Wij hebben de verkoper een brief gestuurd waarin hij de kans krijgt om de auto te repareren. Helaas reageert hij daar niet op. Mijn cliënt wil de auto wel graag houden en laat de auto repareren door een andere garage. De kosten die hij hiervoor heeft gemaakt zijn vervolgens door ons in rekening gebracht bij de verkoper.

Je verwacht het al, de verkoper betaalt niet. In overleg met mijn cliënt hebben we toen besloten om het er niet bij te laten zitten en is een procedure opgestart bij de rechter. De rechter besluit dat de verkoper aansprakelijk is voor de geknapte distributieriem en de kosten die gemaakt zijn voor de reparatie. Mijn cliënt wint deze zaak en de verkoper moet de reparatiekosten betalen. Zo krijgt het hele verhaal toch nog een positieve afloop.

Hebt u ook problemen met uw pas gekochte auto of bijvoorbeeld uw motor, scooter of misschien zelfs uw elektrische fiets, aarzel dan niet te lang en neem vrijblijvend contact op met ons kantoor. Wij kunnen u dan adviseren en helpen om samen met de verkoper tot een oplossing te komen. Mocht dat niet lukken, dan kunnen wij u ook bijstaan in een procedure bij de rechter.

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Die kunt u vrijblijvend sturen naar croes@szk.nl of u kunt contact opnemen via telefoonnummer 058-212 14 64.

Koos Croes

3 januari 2022

Corona: wat mag je wel en niet vragen van medewerkers

Bij schoonmaakbedrijf Supersnelschoon werken ongeveer 35 schoonmakers. Een deel hiervan is niet gevaccineerd tegen covid-19 en ook niet van plan om zich te laten vaccineren. Eén van hen is Bert. Hij maakt schoon in een bejaardentehuis. De QR-code is inmiddels op steeds meer plekken verplicht en het bejaardentehuis houdt haar beleid en protocollen nog een keer tegen het licht. Ze laten Supersnelschoon weten dat ze Bert alleen nog willen toelaten als hij een QR-code kan laten zien. Ook een paar andere opdrachtgevers beginnen hem te knijpen en geven aan alleen nog schoonmakers te willen hebben met een groen vinkje in de CoronaCheck-app. Voor Supersnelschoon is dit lastig: zij weet niet eens wie er allemaal zijn gevaccineerd en hoe zij nu de planning moet rondkrijgen. Ze vragen mij wat wel en niet mag.

Mag je personeel vragen naar vaccinatie?

Ja, als Supersnelschoon daar een goede reden voor heeft dan mag ze aan Bert en de andere schoonmakers vragen of ze zijn gevaccineerd. In dit geval is het voor Supersnelschoon vanwege de planning en inzetbaarheid belangrijk om te weten of Bert is ingeënt.

Er zijn twee groten ‘maren’ bij het vragen naar vaccinatie:

  1. Bert hoeft geen antwoord te geven;
  2. door Supersnelschoon mag niet worden vastgelegd of Bert al dan niet is gevaccineerd.

Kan een werkgever het personeel verplichten zich te laten vaccineren?

Nee. Dit kan niet. Meer informatie hierover is ook te vinden op deze site van de Rijksoverheid.

Is een werknemer verplicht zich op corona te laten testen?

Naar mijn mening hoeft een werknemer zich niet verplicht op corona te laten testen. Er zijn op dit moment geen regels voor een verplichte coronatest voor werknemers. Je zou daarom een vergelijking kunnen maken met andere situaties waarin werknemers getest kunnen worden, zoals alcohol- en drugstests. Op grond van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is het tijdens werktijd controleren op het gebruik van alcohol en drugs alleen toegestaan als daar een wettelijke grondslag voor is. Deze wettelijke grondslag is er maar voor een beperkt aantal beroepen, zoals piloten, treinmachinisten en loodsen. Een algemene testverplichting voor medewerkers is er dan ook niet. Wel zijn er natuurlijk uitzonderingen denkbaar in het kader van goed werknemerschap als de werknemer klachten heeft en zijn collega’s hierdoor ook een risico lopen. Het moet dan wel om hele specifieke situaties gaan waarbij de belangen van de werkgever zwaarder wegen dan die van de werknemer en er ook geen alternatief is.

Mag een opdrachtgever iemand weigeren die geen QR-code heeft?

Nee, officieel gezien mag dit niet. Dat staat in artikel 58ra lid 8 van de Wet Publieke Gezondheid. Er is op dit moment dus (nog) geen wettelijke basis om iemand zonder QR-code te weigeren. Dit geldt voor opdrachtgevers, maar ook voor werkgevers. Ook bijvoorbeeld kantoorpersoneel zonder QR-code moet worden toegelaten tot het werk.

In theorie is dit duidelijk, maar in de praktijk werkt het natuurlijk anders. Het bejaardentehuis zal ‘not amused’ zijn als Supersnelschoon Bert naar haar toe blijft sturen.

Er zit voor Supersnelschoon niets anders op dan het rooster om te gooien: Bert kan alleen worden ingezet bij bedrijven die de QR-code niet verplicht stellen. Als dit niet lukt, kan worden geprobeerd intern ander werk voor Bert te zoeken.

Mag loon worden ingehouden van een werknemer die niet is gevaccineerd/geen QR-code heeft?

Stel dat het niet lukt om Bert anders in te plannen en ook niet om zijn functie aan te passen. Hij komt thuis te zitten. Mag Supersnelschoon zijn salarisbetaling dan stopzetten?

Ik zou het niet adviseren. Daarvoor is er op dit moment gewoon nog te veel onduidelijk. Hetzelfde geldt voor een verzoek tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hoe de vlag er nu bijhangt, gaan beide maatregelen naar mijn idee te ver omdat de wet (nog) niet is aangepast. Als het op een procedure aankomt zal de rechter daarom een belangenafweging maken. Hierbij weegt hij/zij alle feiten en omstandigheden mee. Supersnelschoon zal aannemelijk moeten maken dat vaccinatie absoluut nodig is om de werkzaamheden veilig uit te voeren en ook dat er geen alternatieven zijn.

Tips

Er is nog veel onduidelijk. Het liefst geef ik mijn klanten natuurlijk een concreet advies waar ze iets mee kunnen. Maar nu moet ik mij beperken tot de volgende tips:

  • ga met de opdrachtgevers in gesprek
  • plan medewerkers die daar geen problemen mee hebben in bij opdrachtgevers die staan op een QR-code
  • ga in gesprek met de medewerkers die niet gevaccineerd zijn en pols of zij zich alsnog willen laten vaccineren. Zo nee, geef dan aan dat dit in de toekomst mogelijk gevolgen kan hebben voor de arbeidsovereenkomst (plaatsing bij andere opdrachtgever/wijziging functie e.d.) en leg dit schriftelijk vast.

Ieder geval is anders. Neem daarom gerust contact met me op als je vragen hebt over jouw concrete situatie. Niet is namelijk uitgesloten dat op korte termijn alsnog aanvullende spoedwetgeving wordt vastgesteld waardoor bovenstaande in een ander licht komt te staan en er plotseling anders gehandeld moet worden.

24 november 2021

Rechter vergelijkt lezen dagvaarding met “film noir”

Advocaten heb je in alle soorten en maten. Sommige zijn kort van stof, andere schrijven pagina’s vol. Zelf probeer ik mijn processtukken altijd kort te houden en mijn taalgebruik zo eenvoudig mogelijk, maar dat valt voor een advocaat niet altijd mee 😉 Gelukkig heb ik nog nooit in een vonnis aangetroffen dat het lezen van mijn dagvaarding te vergelijken is met een film noir, zoals dat in deze uitspraak wel gebeurt.

De feiten

De zaak is op zich eigenlijk vrij simpel. Een dame, ik noem haar voor het gemak Linda, krijgt een arbeidscontract voor een half jaar bij Jeunesse op Stoom (afgekort: JoS). Dit is een kinderopvangorganisatie in het Westen van het land. Linda gaat daar per 27 juni 2019 aan de slag als directie assistent. Op 24 juli 2019 wordt een proeftijdgesprek gevoerd. JoS geeft aan dat ze van Linda een pro-actievere houding verwachten en dat ze er vanuit gaan dat ze zich nog wel zal ontwikkelen. Linda heeft een heuglijk nieuwtje: ze is zwanger.

Jammer genoeg verloopt de zwangerschap van Linda niet helemaal soepel en kan ze vanaf 2 september 2019 haar werk niet meer doen vanwege zwangerschapsklachten. JoS wil het contract van Linda niet verlengen. Omdat ze haar voldoende tijd willen geven om ander werk te zoeken, wordt er op 27 september een gesprek gevoerd waarin JoS laat weten dat haar contract niet wordt verlengd. De reden is dat ze twijfelen aan haar functioneren, Linda heeft nog niet genoeg verbetering laten zien. Omdat de vaste directie assistent het erg druk heeft, wordt een vacature uitgezet voor een administratief medewerker. Op 2 oktober wordt een bericht op intranet gezet dat niet duidelijk is wanneer Linda beter is en dat daarom een nieuwe sollicitatieprocedure is gestart. Van half november tot eind 2019 is deze nieuwe medewerker in dienst, waarna ook dit contact niet wordt verlengd. De ondersteuning is niet meer nodig.

Op 9 december stuurt Linda een mail aan JoS. Ze laat weten dat ze vindt dat haar contract niet is verlengd vanwege haar zwangerschap en dat daardoor sprake is geweest van discriminatie. JoS stuurt op 13 december 2019 nog een uitleg per mail. Ze geven aan dat de reden van het niet verlengen is dat ze twijfelen aan haar functioneren. Ook staat het volgende in de mail:

‘Wij hebben bovendien onvoldoende beeld van jou gekregen om te bezien of je voldoende in staat bent om de rol van Directie Assistente naar behoren te vervullen en je in deze rol te verbeteren.’

Linda legt de kwestie voor aan het College voor de Rechten van de Mens, dat op 3 augustus 2020 tot het oordeel komt dat er inderdaad sprake is van discriminatie.

 De procedure

Tot zover lijkt alles redelijk normaal te verlopen. Maar dan brengt haar advocaat namens Linda een dagvaarding uit van 175 (!) pagina’s. Dit is echt abnormaal veel. Zelf heb ik onlangs voor het eerst in mijn carrière en bij hoge uitzondering een dagvaarding opgesteld van 50 pagina’s. Dit is in een erg ingewikkelde, technische zaak met twee eisers. Ik zou echt niet weten hoe ik voor een relatief eenvoudige arbeidszaak als deze 175 pagina’s vol moet krijgen.

Het is niet alleen de omvang van de dagvaarding waar de rechter moeite mee heeft (net zoals de wederpartij trouwens). Ook de opbouw  van het geheel is niet te volgen. JoS voert als verweer aan dat Linda niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de processtukken onleesbaar en onbegrijpelijk zijn. De rechter zegt hierover in punt 5.2 t/m 5.4 van het vonnis het volgende:

“De dagvaarding beslaat 175 bladzijden met schendingen van verboden en normen, vervolgens zogenoemde “belangen”, niet alleen van [eiseres] en van JoS maar ook voor de rechtsvorming, zes vormen van schade waarvan twee worden onderverdeeld in vijf, respectievelijk acht sub-categorieën, waarna een paar bladzijden later vergoeding wordt gevorderd van zeven weer andere schades, waaronder: Aantasting in de persoon op andere wijze schade, Correctiefactor schade 2 en Afschrikwekkende schade. Hierna wordt men definitief het bos ingestuurd met Overwegingen t.a.v. de feiten en Overwegingen t.a.v. het recht (23 bladzijden), nog weer gevolgd door een opsomming van Waarheden (68 bladzijden) en Sprookjes (55 bladzijden). De goedwillende lezer geraakt hier in een “film noir” waaruit ontsnapping slechts mogelijk is door diep te zuchten en het stuk enige tijd weg te leggen.

Wie mocht menen dat het voorgaande overdreven is en/of quasi-grappig bedoeld: geen van beide is het geval. Goede rechtspraak bedrijven kan niet zonder behoorlijke stukken. Gedingstukken dienen zo kort en beknopt mogelijk te zijn, dus zonder eindeloze omzwervingen en herhalingen, alles op straffe van afnemende helderheid en onnodig tijdverlies voor de rechterlijke macht. De inleidende dagvaarding en daarop gevolgde akte van [eiseres] beantwoorden niet aan deze voorwaarden. De pleitnotities trouwens evenmin.

Niettemin is de dagvaarding voor een relatief gering deel wél begrijpelijk en zal hierna op dat deel worden ingegaan.”.

Auw! Dat komt aan. Het is echt bijzonder dat een rechter zo duidelijk zijn ongenoegen uit over een processtuk. Op andere plaatsen in het vonnis wordt er nog een schepje bovenop gedaan. Zo staat in punt 5.13 dat het betoog van (de advocaat van) Linda alle kenmerken van een kaartenhuis vertoont en in punt 5.14 dat een bepaalde vordering een schot hagel (of fishing expedition) is. Aan het eind van het vonnis geeft de rechter zelfs aan dat er grond bestaat Linda en haar advocaat in overweging te geven JoS en haar medewerkers nu verder met rust te laten. Toch neemt de rechter Linda uiteindelijk in bescherming door de zaak wel inhoudelijk te beoordelen. In de dagvaarding wordt o.a. een bedrag van ruim € 17.000,- gevorderd als een soort schadevergoeding.

Inhoudelijk

Zwangere werknemers worden beschermd. Hen ontslaan kan alleen in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld bij ernstige misdragingen of als een bedrijf ophoudt te bestaan. Maar een tijdelijk contract dat afloopt tijdens de zwangerschap hoeft niet te worden verlengd. Zolang de zwangerschap maar niet de reden is dat het contact niet wordt verlengd, want dan is er sprake van discriminatie. Je begrijpt natuurlijk al direct waar het probleem ligt bij dit soort zaken: hoe bewijs je dat je contract niet is verlengd vanwege je zwangerschap? Dit is ook het probleem waar Linda tegenaan loopt.

Volgens de rechter is hier geen sprake van discriminatie. JoS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er al zoveel twijfels waren over het functioneren van Linda dat dit de reden is van het niet verlengen. Het aannemen van iemand anders die nu het werk van Linda doet zou in het nadeel van JoS kunnen werken. Maar ook dat is niet het geval. Er heeft immers maar korte tijd een administratief medewerker gewerkt en dat was puur tijdelijk en ter ondersteuning van de vaste directie assistent.

De rechter is niet gebonden aan het oordeel van het College voor de rechten van de mens. Zie voor meer informatie hierover op deze site. Wel moet het oordeel worden meegewogen in het vonnis en dit doet de rechter ook. Hij oordeelt dat het College het intranetbericht en de mail van 13 december 2019 letterlijk opvat. Dat getuigt volgens de rechter niet van een optimale methode van rechtsvinding. De uitkomst van de procedure wordt daarom niet gevolgd.

De vorderingen van Linda worden afgewezen.

Tot slot

De advocaat van Linda is erin geslaagd “bijzondere” processtukken te produceren en daarmee de rechter tot op het bot te irriteren. Uiteindelijk heeft dit gelukkig niet in de weg gestaan aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, ook al is Linda met de uitkomst waarschijnlijk niet blij. Ik kies er voor de zekerheid toch maar voor om mijn stukken zo kort mogelijk te houden 🙂

Nazomeren bij de boer

Komend weekend gaat het zonnetje nog even lekker schijnen. Toeristen zijn op zoek naar vertier en komen daarbij dikwijls uit bij de boer. Op veel agrarische bedrijven zijn tegenwoordig (neven)activiteiten te vinden. Kamperen bij de boer, de ijsboerderij, de theetuin, de boerderijwinkel, bed & breakfast, de pluktuin, de melktap en ga zo maar door. Maar waar liggen de grenzen van deze (neven)activiteiten?

Definities in bestemmingsplannen

In de bestemmingsplannen van de gemeenten wordt vastgelegd en gedefinieerd wat er mogelijk is binnen de verschillende bestemmingen. De door de gemeente in de bestemmingsplannen gebruikte definities laten echter nogal eens wat ruimte open voor discussies. Eerder schreef ik al een column over een theeschenkerij, tevens aangewezen als speciale trouwlocatie, Hier mocht wel gebak worden geserveerd maar volgens de gemeente op grond van het bestemmingsplan geen bruidstaart worden aangesneden. De Raad van State dacht hier anders over en floot de gemeente terug.

Wat valt onder een ijsboerderij?

Ook recent is er weer een aantal zaken geweest over de uitleg van definities in een bestemmingsplan. Zo is er een ijsboerderij die naast de verkoop van ijs ook groepen ontvangt voor feesten en partijen en high tea, high wines en (boerenbrunch)buffetten aanbiedt. Valt dit nog onder de definitie “ijsboerderij”? De ijsboerderij is gedefinieerd als een specifieke vorm van horeca waar in hoofdzaak ijs en daarnaast ondergeschikt (kleine) gerechten mogen worden verstrekt. Volgens de Raad van State kunnen high tea, high wines en (boerenbrunch)buffetten als kleine gerechten worden beschouwd mits ze maar ondergeschikt zijn aan het verstrekken van ijs. Waar deze ondergeschiktheid uit moet blijken blijft vaag. De Raad van State vond de opmerking van de gemeente dat er slechts één vorm van high tea werd aangeboden en vele verschillende ijscoupes, in ieder geval onvoldoende. Ook feesten en partijen zijn volgens de Raad van State toegestaan onder de definitie ijsboerderij, indien er maar in hoofdzaak ijs wordt geserveerd.

Vraag uitleg van definities

Wat is er nu mooier voor toeristen en dorps- of stadsgenoten dan langs te komen bij de boer voor een mooie activiteit? De boeren die een nevenactiviteit hebben naast hun agrarische onderneming, adviseer ik om de gemeente de definities in het bestemmingsplan goed te laten uitleggen en omschrijven. De bestemmingen en activiteiten kunnen dan ten volle kunnen worden benut. Maar wees ook creatief. Er is vaak best veel mogelijk binnen de opgelegde bestemming. Ik zou zeggen dit weekend er nog even heerlijk met z’n allen op uit naar de boer voor een ijsje, kamperen, een kopje thee of een fles melk.

 

Deze column verscheen eerder (in iets andere bewoordingen) in de papieren uitgave van landbouwvakblad Veldpost. Meer informatie over Veldpost vindt u hier.

Manager na bijna 40 jaar ontslagen op staande voet wegens diefstal van emballagegelden, terecht of niet? (en gratis checklist bij ontslag op staande voet)

Wat er is gebeurd

De zestigjarige Wim* werkt al 39 jaar bij Jan Linders, een supermarktketen die in het Zuiden van het land actief is. Hij is sinds 2018 supervisor op het distributiecentrum en heeft dus een hoge managementfunctie. Bij de supermarkt worden sinds jaar en dag regelmatig bierflesjes ingeleverd van buitenlandse biermerken. Jan Linders kan deze bierflesjes niet kwijt bij haar eigen leveranciers, maar ze nemen wel ruimte in. Afvoeren via de normale afvalstromen kost geld. Door Jan Linders is geen beleid opgesteld over wat er met deze flesjes moet gebeuren. Het komt dus aan op de creativiteit van het personeel, in dit geval Wim.

Als Wim in 2013 de leiding krijgt, besluit hij dat de flesjes door medewerkers van Jan Linders in een gehuurd busje naar Duitsland worden gebracht. De opbrengst die resteert na aftrek van de kosten wordt afgedragen aan de afdeling finance. Als deze medewerkers in 2018 worden overgeplaatst, blijkt dat er geen collega’s geïnteresseerd zijn in het afvoeren van de flesjes. Daarop regelt Wim dat een medewerker van Jan Linders de flesjes in zijn eigen tijd en voor eigen rekening mag afvoeren. De opbrengst mag deze medewerker dan houden. Maar dat inleveradres wil de flesjes ook niet meer hebben. Wat nu? Wim bespreekt zijn probleem thuis aan de keukentafel, waarop zijn zoon aanbiedt de flesjes af te voeren samen met een vriend. Als hij dan ook de opbrengst mag houden.

Dus zo gebeurt het voortaan: de zoon van Wim huurt samen met zijn vriend(en) een busje, haalt de flesjes tijdens werktijd op en brengt ze naar Duitsland. Ook op 19 februari 2021 komt de zoon van Wim langs om een lading flesjes op te halen. Een medewerker van servicekantoor ziet dit en doet navraag bij de DC-manager. Wim wordt om uitleg gevraagd. Als hij een mail stuurt om de gang van zaken toe te lichten, meldt hij ook dat hij nog een bedrag aan contant geld in zijn bureaulade heeft liggen. Dit is de opbrengst van een hek dat aan een personeelslid is verkocht voor € 150,-. Afgesproken is dat dit gebruikt wordt om af en toe iets leuks met de afdeling te doen. Zo is er al eens getrakteerd op appelflappen. Er is nog € 133,- over. Na twee gesprekken over deze kwestie wordt Wim op 4 maart 2021 op staande voet ontslagen. De reden die wordt gegeven is dat Wim van plan is  geweest zichzelf, familie en/of vrienden te bevoordelen ten kosten van Jan Linders. Diefstal en/of verduistering dus.

De rechtszaak

Wim vraagt niet om vernietiging van het ontslag op staande voet. Hij ziet het kennelijk niet zitten om weer bij Jan Linders aan het werk te gaan en dit is natuurlijk ook wel een beetje voor te stellen als je op deze manier wordt behandeld. Hij vraagt in de procedure diverse vergoedingen wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter in Roermond moet daarom beoordelen of het ontslag op staande voet terecht gegeven is. Zo nee, dan is Jan Linders schadeplichtig. Ook moet dan bijvoorbeeld het loon worden vergoed tot de datum waarop het dienstverband normaal zou zijn geëindigd.

In de wet staat duidelijk omschreven dat en wanneer iemand op staande voet kan worden ontslagen:

Artikel 6:677 lid 1 BW:

Ieder der partijen is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.

Artikel 6:678 lid 1 BW

Voor de werkgever worden als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 677 beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Nu is dit natuurlijk een nogal juridisch verhaal. Daarom heb ik een checklist gemaakt die je kunt gebruiken als je denkt dat ontslag op staande voet (on)mogelijk is. De checklist vind je hier.

Het oordeel van de rechter

Als we de checklist naast de uitspraak van de kantonrechter leggen, blijkt al snel waar het in deze zaak misgaat: er is geen sprake van een dringende reden en/of de dringende reden is niet bewezen. De rechter komt als volgt tot dit oordeel:

  • er is volgens de rechter geen sprake van het moedwillig vervreemden van eigendommen, maar van een managersbeslissing die met de beste voornemens is genomen. Hooguit kan er sprake zijn van een fout en daarbij past ontslag op staande voet niet, zeker niet bij een medewerker als Wim met een lang en onberispelijk dienstverband (ontslag op staande voet is immers het ultimum remedium, oftewel het laatste redmiddel)
  • Jan Linders moet bewijzen dat sprake van diefstal/verduistering. Wim heeft de beschuldigingen uitgebreid weersproken en Jan Linders reageert hier alleen op met het standpunt dat zij Wim niet gelooft
  • de rechter vindt dat Jan Linders last heeft van tunnelvisie (!) en legt uit waarom hij Wim wél gelooft:
    • het afvoeren van buitenlandse emballage is al jaren een lastig vraagstuk en er is geen beleid ontwikkeld door Jan Linders. Creatieve oplossingen zijn niet geschuwd om hiermee om te gaan
    • bij het functieprofiel van Wim als hogere manager hoort dat hij zelf oplossingen bedenkt voor problemen die hij tegenkomt (dus ook voor de buitenlandse emballage)
    • er waren geen medewerkers die de afvoer op zich wilden nemen
    • Wim heeft een uitgebreide kosten-/batenanalyse gemaakt van de afvoer van de emballage en daaruit blijkt dat de opbrengst nagenoeg nihil is
    • Wim is niet in het geheim te werk gegaan, meerdere medewerkers wisten bijvoorbeeld dat de zoon van Wim de flesjes ophaalde. Dit gebeurde ook op klaarlichte dag. Hieruit blijkt dat Wim volledig te goeder trouw was
    • Wim werkt al bijna 40 jaar voor Jan Linders en is nog nooit betrapt op incorrect gedrag
    • dat Wim de gang van zaken niet aan de nieuwste manager heeft gemeld, bewijst niet dat Wim iets wilde verbergen. Eerder heeft hij het immers wel gemeld en er zijn meerdere managerswisselingen geweest. De rechter vind het aannemelijk dat het gewoon niet in Wim is opgekomen om dit melden
  • Jan Linders vindt dat Wim zich de opbrengst van het hek ad € 150,- wederrechtelijk heeft toegeëigend, maar dit acht de rechter niet bewezen. Het lag immers nog gewoon in zijn bureaulade. Als Wim dit had willen jatten dan had hij het wel mee naar huis genomen en zeker niet gemeld dat het er nog lag.

De rechter heeft niet de overtuiging gekregen dat Wim van plan was om zichzelf en/of familie en/of vrienden te bevoordelen ten koste van Jan Linders. Hij steekt Wim nog een hart onder de riem door in het vonnis te vermelden dat Wim naar zijn oordeel feitelijk alleen zijn werk op de beste wijze heeft willen verrichten.

De vorderingen van Wim worden grotendeels toewezen. In totaal krijgt hij meer dan vier ton aan vergoedingen.

Tot slot

Rechters kijken vaak kritisch naar ontslag op staande voet omdat het een laatste redmiddel is. Kan echt niet worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing? Alle feiten en omstandigheden worden meegewogen.

Uit dit vonnis blijkt dat het een erg kostbare zaak kan zijn om iemand op staande voet te ontslaan, als dat ontslag achteraf niet terecht blijkt. Weer er dus voorzichtig mee. Gebruik onze checklist en laat je altijd adviseren bij twijfel. Mijn kantoorgenoot Herman Postma en ikzelf zijn je graag van dienst.

 

De uitspraak vind je hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:5538

 

*De naam Wim is gefingeerd

Geen recht op stikstofrechten voor de pachter!

Heeft een pachter bij het einde van een pachtovereenkomst recht op de stikstofrechten van de verpachter? Voor agrariërs is dit een interessante en actuele vraag, waarover nog niet eerder door een rechter is beslist. Tot het vonnis van de Pachtkamer van de Rechtbank Noord-Nederland van 4 mei 2021. Femke Gietema-van der Heide schreef een uitgebreid artikel over de juridische gevolgen van dit vonnis. Dit artikel is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Agrarisch recht (TvAR 2021, nr. 5, p. 220-224) en kun je hier lezen/downloaden.

Monument

Als agrarisch ondernemer heeft u vaak het privilege om in een boerderij te wonen. Wellicht een kop-hals-romp, stolpboerderij of landelijk woonhuis. Het zijn vaak oude boerderijen waarvan gezegd wordt dat ze karakteristiek zijn voor de regio. Eigenaar zijn van zo’n boerderij is prachtig. Maar wat als de gemeente vervolgens besluit dat de boerderij niet alleen karakteristiek is maar ook monumentaal?

Bestemmingsplannen geven vaak aan dat oude gebouwen karakteristiek zijn en stellen op grond daarvan voorwaarden aan eventuele verbouwingen en wijzigingen. Bij een monumentale status komen er nog veel meer voorwaarden om de hoek kijken. Zo dient er vaker een vergunning te worden aangevraagd en de originele staat te worden behouden. Of je daar als eigenaar nu direct blij van wordt valt te betwijfelen.

Een gemeente kan tot zo’n besluit overgaan als zij van oordeel is dat de boerderij vanwege de cultuurhistorische of architectonische waarde van belang is voor de regio of vanwege de zeldzaamheid of authenticiteit. Tegen een besluit van de gemeente om de boerderij tot gemeentelijk monument aan te wijzen kan je in bezwaar en daarna in beroep.

Belangenafweging

Bij het besluit tot aanwijzing tot een monument draait het om de afweging van het algemeen belang bij bescherming van cultureel erfgoed en de belangen van de eigenaar.

Als eigenaar kan je aandragen dat gekeken dient te worden of alle (bij)gebouwen wel onder de monumentenstatus moeten gaan vallen. Negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld de herontwikkeling of verkoop kunnen ook worden aangedragen. Het feit dat de boerderij niet meer volledig in de originele staat is of dat de onderhoudsstaat matig is, maakt helaas niet dat de boerderij geen monument kan worden.

Kosten

Als eigenaar kan je door de aanwijzing tot monument voor (onverwachte) kosten komen te staan. Zoals de vergunningskosten voor (onderhouds)werkzaamheden en de kosten van het in originele staat behouden. Omdat deze kosten deels door subsidies worden vergoed, is een financieel belang van de eigenaar onvoldoende om van de aanwijzing tot een monument af te zien. Duidelijk is dat de subsidies niet de volledige kosten zullen dekken. Bij lange na niet zelfs, zodat het vaststaat dat er wel financiële consequenties zijn voor de eigenaar.

Kortom, mocht uw boerderij of woonhuis door de gemeente als monument worden aangewezen dan is het niet alleen prachtig dat u in een dusdanige karakteristieke boerderij woont, maar zeker ook zaak om de consequenties daarvan goed te beoordelen en eventueel in bezwaar te gaan.

 

Deze column verscheen eerder (in iets andere bewoordingen) in de papieren uitgave van landbouwvakblad Veldpost. Meer informatie over Veldpost vindt u hier.

Kantonrechter Den Haag geeft huurder 50% korting vanwege corona

Een tijdje geleden heb ik samen met mijn collega Femke Gietema een artikel geschreven over huur tijdens corona. Dit artikel treft je hier aan.

We bespraken toen de gevolgen van de coronacrisis voor huurders die vanwege de lockdown verplicht waren hun zaak te sluiten. Ben je dan verplicht je huur te blijven te betalen? Of zijn er mogelijkheden om een lagere huur te betalen. De belangrijkste tip die we konden geven is ga simpelweg met elkaar in gesprek en heb begrip voor elkaars situatie. Zoek samen naar een oplossing die werkbaar is voor beide partijen.

Procedure bij de kantonrechter

In de zaak die zich onlangs bij de kantonrechter in Den Haag afspeelde was het beide partijen niet gelukt afspraken te maken. De verhuurder wilde de volledige achterstallige huur ontvangen en vorderde, vanwege de achterstallige huur, eveneens ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder. Daartegenover vorderde de huurder een verlaging van de huur en droeg daar meerdere omstandigheden voor aan.

De kantonrechter heeft kort gezegd besloten dat sprake was van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de gevolgen van de coronacrisis niet volledig op de huurder konden worden afgewenteld. De ontbinding werd afgewezen en een huurkorting werd vastgesteld van 50%. Oftewel de huurder hoeft 50% van de huur te voldoen gedurende de periode dat de lock down van kracht blijft en het gehuurde verplicht gesloten is. De volledige uitspraak van de kantonrechter treft je hier aan.

Deze uitspraak is van belang omdat het een uitspraak in een bodemprocedure betreft en dus geen kort geding, waarin vaak een voorlopig oordeel wordt gegeven. Nu betekent deze uitspraak natuurlijk niet dat iedere huurder die getroffen is door de lockdown alsnog een huurkorting kan afdwingen van 50%. Het geeft alleen wel goed aan hoe er vanuit de rechterlijke macht gekeken wordt naar de huidige situatie en de juridische gevolgen daarvan voor huurders en verhuurders en wat in dat verband van belang is om rekening mee te houden.

Factoren voor huurkorting

De kantonrechter heeft bijvoorbeeld rekening gehouden met de hoogte van de omzetdaling ten opzichte van voorgaande jaren (ook rekening houdend met de omzet die nog wel gerealiseerd werd), de tegemoetkoming in de vaste lasten en overige steunmaatregelen vanuit de overheid en de vraag of dat alles overziende voldoende was om de huurlasten volledig te blijven voldoen.

Nu heeft iedere situatie vaak zijn eigen afwijkende omstandigheden, maar op basis van deze uitspraak van de Kantonrechter heb je als huurder meer inzicht in of in jouw persoonlijke situatie een huurkorting op zijn plaats is en hoe hoog die korting dan zou moeten zijn.

Gevolgen voor verhuurders

Ook voor verhuurders geldt dat op basis van deze uitspraak je niet zomaar hoeft in te stemmen met een korting van 50%. De huurder zal de nodige financiële informatie en onderbouwing moeten verschaffen aan de verhuurder zodat deze zich een goed beeld kan vormen over de vraag of een huurkorting en zo ja hoeveel, gerechtvaardigd is.

Indien u als huurder of verhuurder hier meer informatie over wil zijn we u uiteraard graag van dienst.

 

Niet of te laat op het werk door weersomstandigheden

De weermannen en -vrouwen zijn er nog niet uit: krijgen we een koude periode of valt Nederland net in het gebied met zachtere lucht? Mocht het serieus gaan vriezen of sneeuwen dan kan dit zomaar het verkeer ontregelen en ervoor zorgen dat je medewerkers te laat op het werk komen. Of misschien helemaal niet. Voor wie is dat risico? Deze vraag kan door de lockdown niet zo relevant lijken, maar er zijn nog genoeg mensen die toch naar hun werk moeten.

Regels

Als er voor jouw bedrijf een cao geldt, controleer die dan eerst want in sommige cao’s zijn hierover afspraken gemaakt. Als er geen cao is vallen we terug op de wet. Maar de wet geeft geen duidelijke regels voor niet of te laat op het werk komen door weersomstandigheden. De enige begrippen die we kunnen gebruiken zijn de vage termen ‘goed werkgeverschap’ en ‘goed werknemerschap’. Dit houdt in dat de werkgever en de medewerker zich maximaal moeten inspannen om de regels en protocollen die er zijn, na te komen.

Concreet

Wat betekent dit nu concreet?

  • Het is in principe de verantwoordelijkheid van de medewerker om op tijd op het werk te komen.
  • Als er problemen zijn, moet de medewerker zo snel mogelijk contact opnemen met de werkgever om te bespreken wat de mogelijkheden zijn. Hij kan niet zelf besluiten om maar thuis te blijven als er bijvoorbeeld geen treinen rijden.
  • De medewerker moet er alles aan doen om alsnog op het werk te komen of het werk op een andere manier uit te voeren: als er geen treinen rijden kan hij misschien meerijden met een collega. Als hij niet thuis kan werken is er misschien een flexplek in de buurt waar dat wel kan.
  • De werkgever moet actief meedenken om de medewerker aan het werk te helpen. Misschien kan er met het rooster worden geschoven of zijn er taken die vanuit huis kunnen worden gedaan.
  • Lukt dit allemaal niet, dan is er waarschijnlijk sprake van overmacht. Bij overmacht moet het salaris worden doorbetaald. Een medewerker kan niet worden verplicht een vakantiedag op te nemen, tenzij hij het hiermee eens is.

Voorbeeld: medewerker blijft op eigen initiatief thuis

Stelt dat er volgende week een halve meter sneeuw valt. Het KNMI geeft code rood. Supermarktmedewerker Jaap belt met zijn leidinggevende Saskia en zegt: ‘Luister Sas, er ligt een halve meter sneeuw. Ik kom vandaag niet, het is hartstikke glad en de stadsbussen rijden ook niet. En trouwens, met code rood mag ik de deur niet uit.’. Saskia is een beetje overdonderd en weet eigenlijk ook niet zo goed wat de status is van code rood. Betekent dat inderdaad dat iemand niet de weg op hoeft?

In dit voorbeeld neemt de medewerker het initiatief om thuis te blijven. Om te bepalen of het salaris moet worden doorbetaald zijn alle omstandigheden van belang (ik ga er voor dit voorbeeld vanuit dat hierover niets is opgenomen in een cao). Er moet dan onder andere gekeken worden naar hoe extreem de weersomstandigheden zijn. Code rood kan hiervoor een sterkere aanwijzing zijn dan code oranje. Ook speelt een rol of Jaap in redelijkheid veilig op het werk kan komen. Hierbij kan van belang zijn of het openbaar vervoer rijdt.

Naar mijn idee maakt Jaap zich er wel erg makkelijk van af. Het beste kan Saskia hem terugbellen en vragen alsnog te komen. Misschien kan iemand hem brengen met de auto of kan hij gaan lopen? Als Jaap weigert zich in te spannen om op het werk te komen dan kan de supermarkt zijn loon inhouden. Maar omdat dit toch een beetje een grijs gebied is, is het soms beter om een praktische en redelijke oplossing te zoeken. Als code rood is afgegeven en het openbaar vervoer niet rijdt, wat toch pittige omstandigheden zijn, zou je kunnen denken aan het afschrijven van een halve vakantiedag en het doorbetalen van de andere halve dag.

Tot slot

Er zijn geen keiharde regels voor te laat of niet op het werk komen door het weer. Het is daarom het beste om goed en duidelijk te communiceren en van beide kanten een beetje flexibel zijn.

En nu maar hopen dat het met het winterweer wat meevalt de komende tijd!