Category : Nieuws

Blog Sub Title

Category Archives: Nieuws

Rundvee-allergie

Er was eens een melkveehouder met een allergie voor volwassen rundvee….

Moeder en vader zijn eigenaren van een melkveehouderij en hebben vijf kinderen: één zoon en vier dochters. Moeder en vader zijn al op leeftijd wanneer zij in maatschap gaan. Niet veel later treden de zoon en zijn vrouw toe tot de maatschap. Er wordt een nieuw maatschapscontract gesloten. So far so good!

Patstelling

Maar dan komt er, na een aantal jaren, een kink in de kabel: de zoon wordt allergisch voor volwassen rundvee, als gevolg van intensief contact met melkkoeien. De zoon en schoondochter willen daarom de melkveehouderij omzetten in een jongvee opfokbedrijf. Moeder vindt echter dat voortzetting door de dochters en een uitbreiding van het melkveebedrijf bedrijfseconomisch de beste beslissing is. Door dit verschil van inzicht is er binnen de maatschap geen goede samenwerking meer mogelijk. Om uit deze patstelling te komen is het maatschapscontract jegens moeder opgezegd en volgt een arbitrageprocedure.

Arbitrageprocedure

Volgens de arbiters – een soort scheidsrechters met agrarische kennis – blijkt uit de maatschapsakten dat het altijd al de bedoeling was dat de zoon het bedrijf zou voortzetten. Nu de zoon en schoondochter al zeventien en zeven jaar in het bedrijf hebben gewerkt, valt niet in te zien waarom de belangen van de dochters nu zwaarder zouden moeten wegen. Daarbij weegt mee dat de zoon een bedrijfsplan heeft opgesteld dat reëel en voldoende winstgevend is om voortzetting van de bedrijfsvoering te verwachten. De arbiters vinden dat er voldoende toekomstmogelijkheden zijn voor een gezonde bedrijfsvoering zonder melkvee, waarbij men verwacht dat de zoon het bedrijf langdurig wenst voort te zetten.

De opzegging van de maatschap jegens moeder is volgens de arbiters dan ook aanvaardbaar om een einde te maken aan de patstelling. Eind goed al goed voor de zoon? Jammer genoeg niet…

Wordt vervolgd

Vader en moeder treden uit de maatschap, waarna vader komt te overlijden. De zussen starten vervolgens een procedure tegen hun broer onder meer wegens schending van hun legitieme portie (kindsdeel). De broer heeft volgens de zussen het bedrijf tegen een te lage waarde overgenomen, zodat zij uit de nalatenschap te weinig geld ontvangen. 

Hoe dit afloopt en wat een juridisch goed maatschapscontract voor u kan betekenen, leest u in dit artikel

Hoe zit het precies met vakantiedagen?

Vakantie, heerlijk! We kunnen er tijden naar uitkijken en als het dan zo ver is, vliegt het voorbij.

Maar hoe zit het precies met vakantiedagen, op hoeveel dagen heb je recht en hoe neem je deze welverdiende dagen op?

Hoeveel vakantiedagen?

In de wet is geregeld dat je recht hebt op vier keer het aantal uren dat je per week werkt. Dus als je 32 uur per week werkt, heb je recht op 128 vakantieuren oftewel 16 vakantiedagen. Onze wetgever heeft op deze manier geregeld dat je recht hebt op minimaal vier weken vakantie per jaar. Je bouwt ook vakantiedagen op tijdens ziekte of zwangerschapsverlof.

Verder kunnen in een arbeidscontract of cao afspraken worden gemaakt over het aantal vakantiedagen. Stel dat in je contract staat dat je 32 uur per week werkt en dat je recht hebt op 24 vakantiedagen per jaar. Je hebt dan 16 wettelijke vakantiedagen en 8 bovenwettelijke vakantiedagen.

Vakantiedagen opnemen

Prachtig mooi natuurlijk, maar hoe neem je die dagen op? Dit gebeurt in overleg met de werkgever. Verlof vraag je aan bij je baas, die de aanvraag moet goedkeuren. Je kunt vragen om het opnemen van dagen, maar ook van uren.

Verlof mag alleen worden geweigerd als er voor het bedrijf grote problemen ontstaan door jouw vakantie (zwaarwegende bedrijfsbelangen). Of als er bijvoorbeeld collectieve vakanties zijn, zoals in het onderwijs. De werkgever moet binnen twee weken schriftelijk laten weten dat je aanvraag wordt geweigerd en je de mogelijkheid geven om op een ander moment vakantie te nemen.

Vakantiedagen vervallen na een half jaar (of vijf jaar)

Vroeger had je zogenaamde verlofstuwmeren: medewerkers die elk jaar heel veel vakantiedagen opspaarden en meenamen naar het volgende jaar. Sinds 2012 kan dat niet meer.

Als je in een jaar niet al je vakantiedagen opneemt, heb je het volgende jaar tot 1 juli de tijd om dat alsnog te doen. Dus de dagen die je in 2019 niet opmaakt, kun je nog tot 1 juli 2020 opnemen. Mocht je aan het eind van het jaar nog veel uren hebben openstaan, dan moet je werkgever je er op tijd op wijzen dat de uren komen te vervallen en je in de mogelijkheid stellen vakantie op te nemen.

Soms geldt er een langere vervaltermijn van vijf jaar:

  • bij bovenwettelijke vakantiedagen
  • als je de vakantiedagen niet kunt opnemen, bijvoorbeeld door ziekte. Of als de werkgever het jou onmogelijk maakt om de dagen op te nemen
  • als dit is afgesproken (in een cao of schriftelijk)

Het is dus ook goed om te weten welke uren je werkgever afschrijft: de wettelijke of de bovenwettelijke. Hij is verplicht de uren af te schrijven die het eerst vervallen (dus de wettelijke), maar het kan geen kwaad dit even te controleren.

Mocht je vragen hebben over je vakantiedagen of bijvoorbeeld het opnemen van dagen door je medewerkers, dan kun je natuurlijk contact met me opnemen. Fijne vakantie alvast!

Voorkom vakantiestress! Met toestemming heb je gegarandeerd succes

Het is weer zover. Vakantie! Veel mensen zoeken lekker het zonnetje op in het buitenland. De kinderen hebben maar liefst zes weken vrij, dus boek die vliegreis maar! Of gaat dat niet zo makkelijk na een scheiding? Hoe zit dat eigenlijk met de minderjarige kinderen?

Gezag

Al eerder hebben we het gehad over het gezamenlijk gezag Het is belangrijk om dit te regelen als je uit elkaar gaat. De moeder heeft automatisch het gezag. Maar als de ouders niet getrouwd zijn geweest, gaat dit bij vader niet automatisch. 

Als de moeder alleen het gezag heeft, kan de moeder zonder toestemming van de vader op vakantie gaan (en zoals al in het eerdere artikel genoemd, daar bij wijze van spreken zelfs blijven wonen). 

Maar hoe zit het nu als er wél gezamenlijk gezag is? Of hoe zit dat met de niet-gezaghebbende vader? 

Toestemming vragen

Als beide ouders het gezamenlijk gezag over het kind hebben, dan moeten belangrijke beslissingen over het kind samen worden genomen. Een vakantie naar het buitenland klinkt misschien niet zo belangrijk, maar is wel degelijk een gezagskwestie. Dit betekent dan ook dat de andere ouder altijd om toestemming moet worden gevraagd. Dit geldt voor de vader (zowel als ie wél als wanneer ie níet het gezag heeft) als voor de moeder (bij gezamenlijk gezag). 

Deze toestemming moet schriftelijk worden gegeven, daar zijn formulieren voor op de website van de Rijksoverheid. Op dit formulier moet de “achterblijvende” ouder een handtekening zetten met bijvoeging van een kopie van het paspoort of de identiteitskaart. Ook kunnen er nog aanvullende documenten nodig zijn, zoals een uittreksel uit het gezagsregister, een ouderschapsplan, een gerechtelijke uitspraak waar gezag en dergelijke uit blijkt. Dit is allemaal niet niets. Dus denk er niet te lichtvaardig over en zorg dat de papieren op orde zijn! 

Toestemming wordt geweigerd

Maar wat nu als toestemming wordt geweigerd? Gaat de reis dan niet door? Dat is te kort door de bocht, maar kan wel degelijk het geval zijn als je verder geen actie onderneemt. De reis kan dan niet door gaan. Nu kan ik me heel goed voorstellen dat je je daar niet bij neerlegt, daar heb je immers alleen maar de kinderen mee, lijkt mij. In dat geval kan de ouder die toestemming nodig heeft een kort geding opstarten bij de rechtbank. Vervolgens kan de rechtbank de toestemming voor de reis geven, dit noemen ze “vervangende toestemming”. De rechter hoort tijdens zo’n procedure beide verhalen van de ouders aan. Waarom wil de één per se op vakantie? Waarom wil de ander per se géén toestemming geven? De rechter maakt vervolgens een afweging en bepaalt of de vervangende toestemming wordt gegeven. Dit hele proces duurt wel weer enkele weken, dus zorg dat de toestemming tijdig wordt gevraagd. 

Kan het zijn dat de rechter ook de toestemming weigert? Jazeker, maar dan moet er wel wat aan de hand zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een reis naar een gevaarlijke bestemming, waar er een gevaar voor de veiligheid van de kinderen bestaat. Dan is het niet vreemd dat de andere ouder geen toestemming geeft en dan kan het zijn dat ook een rechter de toestemming onthoudt. Dit kan ook gebeuren als er gegronde vrees is dat de kinderen niet meer zullen terugkeren naar Nederland. Bijvoorbeeld als er sprake is geweest van een ware vechtscheiding en één van de beide ouders teruggaat naar diens geboorteland. Als er daadwerkelijke vrees is dat de ouder daar zal blijven tezamen met de kinderen, kan de rechter hier ook een stokje voor steken. Maar zonder dergelijke gegronde redenen zal de Rechtbank altijd toestemming geven. 

Geen actie ondernomen?

Wat nu als je helemaal niets doet? Je regelt de toestemming niet (of je hebt de papieren niet op orde) of je wil geen procedure opstarten en je gaat tóch op reis. Eén advies: DOE HET NIET! De controles worden steeds strenger om mogelijke kinderontvoeringen te voorkomen. Mocht je géén toestemming hebben en reis je toch met een minderjarig kind, dan maak je je daar namelijk helaas (al klinkt dat direct heel zwaar) schuldig aan: kinderontvoering! Je onttrekt een kind aan het gezag van de andere ouder, zonder enige toestemming en dat is nu eenmaal niet toegestaan. Dus neem dit risico niet. 

Klinkt dit hele toestemming vragen allemaal te ingewikkeld, of is het te laat voor de komende vakantie: voor een vakantie in Nederland hoeft géén toestemming te worden verleend! Dus veel plezier in eigen land! 

Het is natuurlijk nog wel steeds wenselijk om de andere ouder te informeren over waar je deze vakantie verblijft.. 🙂

 

#Doeslief (over schelden op de werkvloer)

Er wordt heel wat wat afgescholden op de werkvloer in Nederland. Tussen medewerkers onderling of tegen een leidinggevende: ‘hoerestumperd’, ‘dief’, ‘fucking hoer’ en ‘racist’ zijn zomaar wat scheldwoorden die ik tegenkom in juridische uitspraken. Maar het kan nog veel erger. Wat denk je van iemand die zijn chef toebijt: ‘Dik varken, schreeuw niet zo.’? Spullen pakken en wegwezen zou je denken. Toch ligt het in deze zaak weer niet zo makkelijk als het op het eerste gezicht lijkt.

Het ‘Dik varken, schreeuw niet zo’-vonnis

De medewerker in deze zaak werkt bij een zonweringsbedrijf. Een van zijn taken is het zagen van lamellen. Na het zagen een een partij lamellen komt hij erachter dat hij de verkeerde kleur heeft gezaagd. Hij gaat naar zijn chef om te vragen welke kleur het had moeten zijn. De chef ontploft en ‘uitte op luide toon zijn ongenoegen’. Met andere woorden, hij begint te schreeuwen. Waarop de medewerker dus reageert met ‘Dik varken, schreeuw niet zo.’.

De medewerker wordt op staande voet ontslagen. Hij is het er niet mee eens en start een procedure. Hierin roept hij de vernietigbaarheid van het ontslag in en vordert hij doorbetaling van zijn salaris. Uiteindelijk belandt de zaak bij het Gerechtshof en draait het om de vraag of het zeggen van ‘Dik varken, schreeuw niet zo’ genoeg reden is om op staande voet te worden ontslagen.

Het antwoord op deze vraag is: nee. Ontslag op staande voet is het uiterste middel dat een werkgever kan gebruiken. Er gelden erg strenge eisen voor en veel hangt af van de omstandigheden van de zaak. In dit geval vindt het Hof de volgende omstandigheden van belang:

  1. de medewerker is zelf naar de chef toegegaan om zijn fout te melden

  2. de chef begon te schreeuwen en zorgde daarmee voor een ruzieachtige sfeer, met het risico dat de situatie uit de hand zou lopen

  3. er was maar een andere collega bij aanwezig (de chef werd dus niet uitgescholden ten overstaan van het voltallige personeel)

  4. de medewerker had zich niet eerder schuldig gemaakt aan onfatsoenlijk taalgebruik

Volgens het Hof had de werkgever andere maatregelen kunnen nemen, zoals een officiële waarschuwing of een gewone ontslagprocedure (dus geen ontslag op staande voet).

Dan had het zonweringsbedrijf misschien een betere kans gemaakt. Want onze lamellenzager is niet de enige die een collega uitscheldt voor varken. Bij een blindeninstituut maakt een medewerkster een collega uit voor ‘blind varken’ en ‘kutmongool’. Mag deze dame dan wel de rest van haar tijd gaan doorbrengen met Netflixen?

Het ‘Blind varken en kutmongool’-vonnis

Een (ziende) medewerkster van een blindeninstituut heeft een probleem met haar blinde collega Ralf. Ze wil per mail haar hart luchten bij een ander personeelslid en schrijft op een vrijdag om 9:03 uur in Limburgs dialect het volgende:

“Ha musch,

Moet je dit toch effe laten weten. Wie schittert weer van afwezigheid? Juist ja Ralf [B]. De printproblemen zijn opgelost. Iedereen die op vrijdag moet werken is aanwezig, behalve dat “blindj verke”. Dit kent toch ech neit of ben ik eune diebiel….Maar goed, dan weet je dat! Hij zal zich naar [leidinggevende] weer lekker d’rin en d’ruit lullen.

Bah wat eune KUTMONGOOL!!!

Tot dinsdig, wirk ze maondig….”

Kennelijk komt Ralf toch opdagen, want om 9:40 uur stuurt ze nog een mail met de tekst:

“Hallo [A] ,

Ik moet even terugkomen op mijn eerder gestuurde mail over [B]. Hij is net gearriveerd. Hij kwam om 09.45 uur toch maar eens kijken of zijn laptop werkt! Maar goed, hij blijft EUN KUTMONGOOL (haha!).”

Maar deze laatste mail verstuurt ze per ongeluk naar Ralf zelf. Die klaagt daarover bij de leidinggevende. Het blindeninstituut onderzoekt haar mailbox en ontdekt zo de eerdere mail van 9:03 uur en ander mailverkeer tussen de collega’s over Ralf.

Na twee weken rondt het blindeninstituut het onderzoek af. Er volgt een gesprek, de medewerkster wordt op non-actief gesteld en naar huis gestuurd. In deze zaak wordt geen ontslag op staande voet gegeven, maar een gewone ontslagprocedure opgestart: er wordt een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de Rechtbank. Dit verzoek wordt wel toegekend en dat heeft te maken met de volgende omstandigheden:

  1. de activiteiten van de werkgever bestaan uit het begeleiden van mensen met een visuele beperking

  2. er waren regels opgesteld over pesten op het werk en e-mailgebruik

  3. de beledigde medewerker is blind.

 

Conclusie

Het komt misschien raar over: de ene keer als je iemand uitscheldt voor varken word je ontslagen en de andere keer niet. Maar als we inzoomen op de details, worden de verschillen duidelijk. In de ene zaak gaat het om ontslag op staande voet, in de andere om een gewone ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook de omstandigheden verschillen. In de ene zaak zorgt de chef zelf voor een ruzieachtige sfeer en is het de eerste keer dat wordt gescholden. In de andere zaak is vaker gescholden op de betreffende collega, gaat het om een blindeninstituut en wordt iemand die blind is, uitgemaakt voor ‘blind varken’.

Mijn belangrijkste tips: wees voorzichtig met het geven van ontslag op staande voet en #doeslief

 

Advies Raad van State over wijzigingen Meststoffenwet

De afdeling bestuursrechtrechtspraak van de Raad van State heeft op vrijdag 24 mei 2019 geadviseerd aan de Tweede Kamer omtrent het voorstel van wet houdende enkele technische wijzigingen van de Meststoffenwet.

Meststoffenwet

Er geldt een fosfaat- en stikstofmaximum voor de mestproductie in melkveehouderijen. Deze maxima leiden tot een sectorplafond waar de sector onder dient te blijven. In de Meststoffenwet zijn twee mogelijkheden opgenomen waarmee een overschrijding van dit sectorplafond kan worden voorkomen of bij overschrijding van het plafond kan worden teruggebracht. Dit betreffen:

  1. de afroming ⇒ als je fosfaatrechten verkoopt wordt er een percentage van de rechten gekort (op dit moment is dat 10%). Deze rechten gaan dus uit de markt
  2. de generieke korting ⇒ bij de gehele sector wordt een korting op de fosfaatrechten toegepast.

Wetsvoorstel

Aan Nederland is een vrijstelling verleend (derogatie) van de Nitraatrichtlijn tot 31 december 2019. Op grond van deze derogatie mag Nederland meer mestproductie per hectare gebruiken dan eigenlijk volgens de Nitraatrichtlijn is toegestaan.

Met het wetsvoorstel wil de Nederlandse overheid voorkomen dat een generieke korting moet worden ingevoerd om na 31 december 2019 aan de Nitraatrichtlijn te kunnen voldoen. In het wetsvoorstel wordt de afroming tijdelijk opgehoogd van 10% naar 20% in het lopende jaar (2019). De Raad van State adviseert over wetsvoorstellen en dus ook over dit voorstel.

Advies Raad van State

In haar advies geeft de Raad van State aan dat zij een nadere motivering wil zien van de keuze voor de verhoging van de afroming versus de mogelijkheid tot het opleggen van een generieke korting aan de gehele sector.

Omdat in het wetsvoorstel de keuze is gevallen op het verhogen van het afromingspercentage, zullen de financiële lasten volledig voor rekening komen van de aankopende melkveehouders. Dit is maar een klein deel van de sector. Hierdoor heeft het wetsvoorstel voor de kleine groep aankopende melkveehouders ingrijpende gevolgen. Een generieke korting zou gelden voor alle melkveehouders.

De Raad van State vraagt zich dan ook af of de keuze voor het verhogen van het afromingspercentages boven een generieke korting wel in verhouding is. Behoud van de derogatie betreft hier immers een algemeen belang. Is er in het geval van het verhogen van het afromingspercentage nog wel sprake van een “fair balance” tussen het nagestreefde algemene belang (de derogatie) en de rechten van de individuele melkveehouder (eigenaar fosfaatrechten)? Er is immers nog een andere mogelijkheid: de generieke korting op de rechten. En er is geen sprake van een fair balance als gesproken kan worden over een IBL (individuele buitensporige last).

Gevolg advies Raad van State

Wat is het gevolg van het advies van de Raad van State? De overheid moet nu eerst inzichtelijk maken wat de argumenten zijn om te kiezen voor een verhoging van het afromingspercentage en niet voor de generieke korting. De nadere motivering zal vervolgens aan het wetsvoorstel ten grondslag worden gelegd of het wetsvoorstel wordt aangepast.

Wordt nog vervolgd dus…..

 

Oerol en nergens

Het Oerol festival op Terschelling wordt elk jaar bezocht door zo’n 55.000 bezoekers. Dat zijn natuurlijk nogal wat badgasten. Als iets zo succesvol is, zijn er vaak mensen die een graantje mee willen pikken. Dit gebeurt nu ook bij Oerol. Een slimme brouwer heeft het idee opgevat om Oerol-bier op de markt te brengen. Het festival Oerol is not amused en laat in een artikel in de LC weten dat ze volgens hun advocaat sterk staan omdat zij een veel langere historie hebben met het merk Oerol. Maar hoe zit dit eigenlijk?

Benelux inschrijving woordmerk Oerol

Het Oerol festival heeft in 2005 het woordmerk Oerol ingeschreven in het Benelux merkenregister. Als je een merk inschrijft, doe je dit voor een bepaalde klasse. Het merk Oerol is onder andere ingeschreven in de klassen cd’s en dvd’s, drukwerken (posters etc.), tassen & kledingstukken en het organiseren van culturele, straat- en muziekactiviteiten, waaronder festivals.

De brouwer heeft het woordmerk Oerol in 2019 ook ingeschreven in het Benelux merkenregister. Dit is gebeurd in totaal andere klassen, namelijk bier (diverse soorten) en bierglazen, bekers, drukglazen enz.

Mooi, al die inschrijvingen. Maar wat is dat nu precies, een merk, en wat heb je eraan?

Wat is een merk en hoe krijg je een merkrecht?

In juridische taal is een merk een herkomstteken. De bedoeling van een merk is om de herkomst van waren of diensten te onderscheiden. Bijna alles kan een merk zijn: woorden, plaatjes en zelfs bepaalde vormen. Voorwaarde is dat het merk voldoende onderscheidend is, in die zin dat consumenten het goed uit elkaar kunnen houden. Daarnaast mag een merk niet in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden of misleidend zijn. Tot slot mag een merk niet beschrijvend zijn. Voorbeelden van deze laatste zijn ‘Biomild’ voor yoghurt of ‘Telefoongids’ als merknaam voor een naamlijst met aangeslotenen op een telefoonnet met vermelding van hun nummers.

Als je een merk hebt, kun je dit inschrijven. Je krijgt dan het merkrecht. Het is dus niet zo dat je een merkrecht krijgt door bijvoorbeeld iets te ontwerpen, zoals bij auteursrecht. Inschrijving is echt nodig, anders heb je geen poot om op te staan. Voorafgaand aan de inschrijving toetst het merkenbureau of aan de voorwaarden is voldaan.

Iemand met een merkrecht kan iemand anders verbieden zijn merk te gebruiken. Dat komt doordat degene met een merkrecht het alleenrecht op het merk heeft.

Nu heeft het Oerol festival het merk Oerol keurig ingeschreven, maar in een andere klasse dan het Oerol-bier. Betekent dit nu dat de inschrijving geen zin heeft gehad?

Omvang van het merkrecht: artikel 2.20 BVIE (Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom)

Daarvoor moeten we kijken in het BVIE: het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom. In artikel 2.20 lid 1 van dit verdrag is bepaald wanneer je iemand kunt verbieden gebruik te maken van een merk.

In sub c staat dat je het gebruik van een merk kunt verbieden als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden, toegepast op deze zaak, zijn de volgende:
1. het merk van het bier is hetzelfde als het merk van het festival of stemt hiermee overeen
2. het merk van het bier wordt gebruikt voor waren of diensten die anders zijn dan de waren of diensten waarvoor festivalmerk is ingeschreven
3. het festivalmerk moet bekend zijn binnen het Beneluxgebied
4. het gebruik van het festivalmerk heeft geen geldige reden
5. door gebruik van het biermerk wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit of afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festivalmerk

Ingewikkeld? Valt mee, we gaan het stap-voor-stap uitleggen.

Voorwaarde 1: merken stemmen overeen

Check, de merken zijn hetzelfde. Ze gebruiken immers allebei het woord Oerol.

Voorwaarde 2: biermerk wordt gebruikt voor waren of diensten die anders zijn dan de waren of diensten waarvoor het merk van het festival is ingeschreven

Check, bier en festivals gaan vaak samen maar zijn wel verschillende waren/diensten.

Voorwaarde 3: het festivalmerk moet bekend zijn binnen het Beneluxgebied

Dit is volgens ons een eitje: het Oerol festival is ontzettend bekend en bestaat al vanaf 1981. Ook aan deze voorwaarde is dus voldaan.

Voorwaarde 4: het gebruik van het festivalmerk heeft geen geldige reden

Een parodie of in het kader van vrijheid van meningsuiting kan als geldige reden worden aangemerkt. Ons is niets bekend van een geldige reden om het merk van het festival te gebruiken, dus we vinken deze voorwaarde ook maar even af. Temeer nu er bij het gebruik een commercieel belang is.

Voorwaarde 5: door gebruik van het biermerk wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit of afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festivalmerk

De grootste hobbel voor het Oerol festival zit in de laatste voorwaarde.

Mocht het tot een rechtszaak komen, dan zal het festival moeten bewijzen dat het biermerk ongerechtvaardigd voordeel krijgt uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festival. Dit is het geval als het biermerk aanhaakt bij of parasiteert/meelift op de goodwill van het festival. Alleen voordeel hebben van een merk is niet genoeg, het moet gaan om ongerechtvaardigd voordeel. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een etiket een duidelijk associatief verband oproept met het bekende merk. In dit geval staat er op de bierblikjes een illustratie van de kenmerkende snor van Oerol-oprichter Joop Mulder alsook het logo van Oerol. Een duidelijke associatie met het festival, waardoor ook nog eens de indruk wordt gewekt dat er een commerciële band bestaat met het festival.

Afbreuk aan onderscheidend vermogen of reputatie merk
Mocht het onverhoopt niet lukken om te bewijzen dat het biermerk ongerechtvaardigd voordeel krijgt, dan kan nog worden geprobeerd te bewijzen dat het biermerk afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen OF afbreuk doet aan de reputatie van het festival. Voor beide gevallen valt iets te zeggen. Misschien denkt men straks alleen nog maar aan bier bij het horen van de naam Oerol. Zeker niet ondenkbaar als het een erg lekker biertje is 😉 Ook de kans op afbreuk van de opgebouwde reputatie van het festival Oerol lijkt ons kans van slagen te hebben. Het is immers niet de bedoeling dat het culturele Oerol festival straks het imago krijgt van een zuipfestijn a la de bouwvak op Camping Appelhof.

Conclusie

Met de informatie die wij nu hebben, zou het best eens kunnen kloppen dat het Oerol festival sterk staat. Het heeft er alle schijn van dat het Oerol-bier probeert mee te liften op het succes van het Oerol festival. Het festival kan hier een stokje voor steken door te eisen dat het bier onder deze naam van de markt wordt gehaald, zodat het straks niet oerol maar juist nergens meer te koop is.

Hulp bij ingevorderd rijbewijs

Het is erg vervelend als uw rijbewijs is ingevorderd. U mag dan immers niet meer rijden. Van der Sluis, van der Zee & Kalmijn Advocaten kan u helpen bij het terugkrijgen van uw rijbewijs. Voor een vast bedrag pakken onze deskundige advocaten de zaak voor u op. U weet dus direct waar u qua kosten aan toe bent. En dat is wel zo prettig. Lees er hier meer over.

U kunt snel contact met ons opnemen door te bellen naar 058-2121464 of te mailen naar info@vandersluisvanderzeekalmijn.nl Wij zijn ook via Whatsapp bereikbaar op 06-24497344.

Procedure invordering rijbewijs

Als de politie uw rijbewijs heeft ingevorderd dan wordt dit binnen drie dagen naar het Openbaar Ministerie opgestuurd. De Officier van Justitie moet binnen tien dagen na invordering een beslissing nemen: u krijgt uw rijbewijs terug of niet.

Als u uw rijbewijs terugkrijgt, is het probleem voorlopig opgelost. Maar als u uw rijbewijs elke dag nodig hebt, bijvoorbeeld voor uw werk, kan het erg lastig zijn als u tien dagen niet mag rijden.

Als u uw rijbewijs niet terug krijgt van de Officier van Justitie wordt het een ander verhaal. U moet dan wachten tot de inhoudelijke zitting. Pas dan wordt er een beslissing genomen. Dat kan maanden duren en al die tijd mag u niet rijden.

Klaagschrift indienen voor teruggave rijbewijs

Van der Sluis, van der Zee & Kalmijn Advocaten kan voor u een klaagschrift indienen bij de Rechtbank. In dit klaagschrift vragen wij de Rechtbank om uw rijbewijs terug te geven tot de inhoudelijk zitting.

Van tevoren overleggen wij uitgebreid met u over uw persoonlijke omstandigheden. Wij kunnen u dan een realistische inschatting geven van de kans van slagen. Uit ervaring weten wij dat het indienen van een klaagschrift bijna altijd loont!

Onze klaagschriften worden gemaakt door ervaren en deskundige advocaten. Zo is de kans het grootst dat u uw rijbewijs snel terugkrijgt. Natuurlijk behandelen wij uw zaak met voorrang. Uw klaagschrift wordt zo snel mogelijk ingediend en wij houden contact met de Rechtbank. Op die manier hoeft u uw bewijs geen dag te langer te missen dan nodig.

Ongeveer veertien dagen na het indienen van het klaagschrift is er een zitting op de Rechtbank. Onze deskundige advocaten gaan met u mee en pleiten voor het teruggeven van uw rijbewijs. Meestal beslist de Rechter ter plekke. U weet dus gelijk waar u staat. Verder lezen

Bijeenkomst ‘Help een scheur in mijn huis’ op 18 maart 2019

Mr. Femke Gietema-van der Heide en mr. Johanna Westerdijk zijn op maandag 18 maart 2019 aanwezig bij de bijeenkomst die Winamer belang organiseert onder de titel ‘Help een scheur in mijn huis’. Deze bijeenkomst zal gaan over de gevolgen van gaswinning en zoutwinning in Barradeel en omstreken.

Onze advocaten zullen uitleg geven over de wet- en regelgeving. Ook gaan ze in op de mogelijkheden om schade te verhalen. De bijeenkomst wordt gehouden in It Mienskar te Oosterbierum en begint om 14:00 uur.

 

Vijf (afscheids)vragen aan Pier van der Sluis

Per 1 januari 2019 nemen we afscheid van Pier van der Sluis, een van de oprichters van ons kantoor. Daarom: vijf vragen aan Pier van der Sluis (rechts op de foto).

 

Je bent 34 jaar en twee maanden advocaat geweest. Heb je altijd advocaat willen worden?

Bij ons thuis was ik de eerste die ging studeren. Ik ben geboren en getogen in Langweer. De middelbare school en het VWO heb ik Sneek gedaan. Na het VWO wilde ik graag verder leren. Ik koos toen voor de rechtenstudie omdat het een brede studie is, die veel mogelijkheden biedt. En natuurlijk vond ik het juridische wereldje erg interessant. Ik ben afgestudeerd in de bedrijfseconomische en civielrechtelijke richting en heb ook een kandidaats fiscaal recht behaald.

 

Hoe is je carrière begonnen?

Tijdens mijn studie heb ik een oud Forward-lid leren kennen. Hij vroeg of ik interesse had om advocaat-stagiaire te worden bij hem en zijn collega Van Smeden in Leeuwarden. Op 1 november 1984 ben ik beëdigd als advocaat. Na afloop van mijn stage in 1987 ben ik daar nog een paar jaar advocaat-medewerker geweest.

 

In 1991 ben ik samen met Cees van der Zee het kantoor Van der Sluis & Van der Zee Advocaten begonnen. We zaten toen op het Ruiterskwartier 113 in Leeuwarden. Cees heb ik leren kennen via het schoolplein. Onze kinderen zijn precies even oud. Ook in de advocatenkamer kwam ik Cees regelmatig tegen en zo bleek dat we op veel gebieden een klik hadden. We houden bijvoorbeeld allebei niet van vergaderen, maar van spijkers met koppen slaan. Toen ik voor mezelf wilde beginnen leek Cees me een geschikte kerel om samen een kantoor mee op te richten. Dat dit een goede keuze is geweest is wel duidelijk. We hebben het maar liefst 27 jaar met elkaar volgehouden en dat met veel plezier.

 

Wat voor soort zaken heb je gedaan?

In het begin had ik een echte allround praktijk: ik deed van alles, van echtscheidingen tot strafzaken. In de loop van de jaren ben ik meer zakelijk recht gaan doen, zoals arbeidsrecht en vastgoedrecht. Verder heb ik vanaf het begin faillissementen gedaan. Hier heb ik altijd veel voldoening uit gehaald. In de loop van de jaren heb ik een paar grote, bekende faillissementen afgewikkeld. Friendship Balk was er zo eentje, net zoals hotel-restaurant De Klinze en laatst nog De Wijnberg in Sneek.

 

Je bent nog maar 60. Waarom heb je besloten op dit moment te stoppen?

De bucketlist roept! Samen met mijn vrouw Carin wil ik bepaalde reizen gaan maken en genieten. Ik wil ruimte maken voor de jongere generatie om het stokje over te nemen. Marco Kalmijn en IdeJan Woltman zetten Van der Sluis, Van der Zee & Kalmijn Advocaten voort, samen met Cees van der Zee. Zelf blijf ik als adviseur verbonden aan kantoor. Ook mijn werk als voorzitter van het stichtingsbestuur van SC Cambuur blijf ik doen.

 

En dan natuurlijk de belangrijkste vraag: wat ga je met al die vrije tijd doen?

Mijn gezin en mijn twee kleinkinderen spelen een belangrijke rol in mijn leven. Ik vind het prachtig om tijd met die kleintjes door te brengen. Samen met Carin ga ik genieten van alles wat het leven te bieden heeft.

 

We hebben een huis in Spanje. Daar willen we meer tijd doorbrengen en de taal leren. Ik geniet erg van het mooie weer daar en de relaxte manier van leven. Ik heb nooit getuinierd en had ook geen tijd om zelf klusjes te doen. Maar in Spanje heb ik ontdekt dat ik het wel aardig vind om wat met plantjes bezig te zijn. Ook een klusje op zijn tijd is best leuk, zolang het mag en niet moet. Ook lezen heb ik herontdekt. Thrillers en historische boeken (De Levens van Jan Six, Rome en De Oerpolder) lees ik graag.

 

Wie weet krijg ik ook weer tijd voor hobby’s. Vroeger was ik veel met muziek bezig, ik speelde accordeon tot ik de leeftijd bereikte waarop dat niet cool meer was. De accordeon werd toen ingeruild voor een gitaar. Dus misschien haal ik mijn gitaar binnenkort wel van zolder.

Scheepswerf Barkmeijer in Stroobos failliet verklaard

Scheepswerf Barkmeijer in Stroobos failliet verklaard

 

Op dinsdag 30 oktober 2018 is Barkmeijer Stroobos B.V.  door de Rechtbank Noord-Nederland failliet verklaard. Marco Kalmijn van ons kantoor is benoemd tot curator. Samen met IdeJan Woltman en Tineke Wouda pakt hij dit omvangrijke faillissement op.

 

Afkoelingsperiode

Op verzoek van Marco Kalmijn heeft de Rechter-commissaris – die toezicht houdt in het faillissement –  een zogenaamde afkoelingsperiode gelast. Dit betekent dat alle rechten van de schuldeisers tijdelijk in de ijskast worden gezet. In dit faillissement gaat het om een periode van 30 dagen, dus tot en met vrijdag 30 november 2018. Tijdens deze periode mogen schuldeisers hun goederen niet ophalen. Het gaat dan om schuldeisers die bijvoorbeeld een beroep kunnen doen op eigendomsvoorbehoud of het recht van reclame.

 

Doel afkoelingsperiode

Tijdens de afkoelingsperiode inventariseert Marco Kalmijn als curator de boedel van Barkmeijer Stroobos en bekijkt hij of een doorstart mogelijk is. Met toestemming van de Rechter-commissaris zal eerst nog worden doorgewerkt.

 

Indienen vordering

Als u een vordering op Barkmeijer Stroobos B.V. hebt dan kunt u die bij ons indienen door dit formulier en de openstaande facturen te mailen naar mevrouw Tineke Wouda, faillissementsmedewerkster, op het mailadres barkmeijer@vandersluisvanderzeekalmijn.nl