Category : Nieuws

Blog Sub Title

Category Archives: Nieuws

Vakantie annuleren in tijden van corona

Als we de nieuwsberichten moeten geloven, zijn we voorlopig nog niet van het coronavirus af. Voordat je het weet is het zomer en veel mensen beginnen zich toch af te vragen wat dit voor hun vakantie betekent. Kan de vakantie wel doorgaan en zo nee, krijg je dan je geld terug? Met een voorbeeld leg ik uit wat de regels zijn. 

Advocaat Klaas heeft een jong gezin. Tot nu toe is hij altijd op vakantie in Nederland geweest, maar eind 2019 besluit hij samen met zijn vrouw dat ze in de zomervakantie nu een keer naar het buitenland gaan. De kinderen zijn er groot genoeg voor en een beetje zon is ook wel lekker, zo redeneert Klaas. De keus valt op Noord-Italië. Ze boeken bij reisbureau Happy Sunshine Travels een vlucht en een appartement. 

Als in februari 2020 de eerste berichten over corona in Italië bekend worden, ziet Klaas de bui al hangen. Zijn appartement is vlakbij een zwaar getroffen stad. ‘Dat zal mij overkomen’, denkt hij. ‘Ga ik een keer naar het buitenland, moet uitgerekend daar een gevaarlijk virus uitbreken.’. Natuurlijk beseft hij dat dit in geen verhouding staat tot het verliezen van een geliefde of familielid door corona, maar balen doet hij wel. 

Klaas heeft niet alleen een zomervakantie geboekt, er staat eind april ook een vriendenweekend op de planning. Elk jaar gaat hij met een groep goede vrienden een paar dagen weg. Dit jaar is de keus gevallen op Warschau. Vriend Harm heeft de vliegtickets geboekt en vriend Adrie een hotel via booking.com. 

Hoe komt het met de vakanties van Klaas? 

Om te beginnen hangt dit af van wat voor vakantie er is geboekt. Voor een pakketreis gelden namelijk andere regels dan voor los geboekte tickets en accommodaties.

Pakketreis

De zomervakantie van Klaas is een pakketreis. Hij heeft een vlucht en een appartement geboekt bij hetzelfde reisbureau. 

Een pakketreis is namelijk een reis met minimaal twee verschillende onderdelen die de reisaanbieder aanbiedt als één pakket. De reisaanbieder is verantwoordelijk voor de uitvoering van het hele pakket. Onderdelen zijn bijvoorbeeld een hotel, een vlucht of een excursie. Een pakketreis wordt genoemd in het burgerlijk wetboek. In artikel 7:500 BW en verder staan regels over pakketreizen. Omdat Klaas een pakketreis heeft geboekt, heeft hij meer rechten dan bij een los ticket en accommodatie. (*)

Er kunnen zich twee situaties voordoen. De eerste is dat het reisbureau de reis annuleert. De tweede is dat Klaas zelf wil annuleren. 

Situatie 1: reisaanbieder annuleert een pakketreis

Eind maart krijgt Klaas bericht van Happy Sunny Travels. Wegens de coronacrisis worden alle reizen geannuleerd, ook de reis van Klaas en zijn gezin. 

Omdat het reisbureau de pakketreis van Klaas annuleert, heeft hij recht op terugbetaling van de betaalde reissom. Happy Sunny Travels biedt Klaas een voucher aan. Klaas is niet verplicht een voucher te accepteren, maar in deze uitzonderlijke én coronasituatie kan hij erover nadenken om dat toch te doen. Hij moet dan wel goed op de voorwaarden letten en op de kosten. Er mogen bijvoorbeeld geen administratiekosten worden berekend voor een voucher. Verder moet Klaas in zijn achterhoofd houden dat er een probleem kan ontstaan als het reisbureau failliet gaat. 

Vouchers en corona-vouchers

Voor de coronacrisis is een speciaal ‘corona-voucher’ in het leven geroepen. Voordeel van dit voucher is dat de reissom veiliggesteld is als het reisbureau failliet gaat. Het voucher geldt alleen voor reizen die geboekt zijn met SGR-garantie. Sowieso is het aan te raden altijd te boeken bij een reisbureau dat is aangesloten bij de SGR, dat blijkt nu ook maar weer. Meer informatie over het corona-voucher vind je hier

Ook voor het corona-voucher geldt dat Klaas niet verplicht is om dit te accepteren. Het is zijn wettelijk recht om geld terug te krijgen bij annulering van een pakketreis door het reisbureau. Klaas kan een corona-voucher dus weigeren. 

Situatie 2: reiziger annuleert een pakketreis

Stel dat Klaas zijn vakantie zelf wil annuleren. Dat kan gratis in twee gevallen: (1) als er op de plaats van bestemming onvermijdbare en buitengewone omstandigheden zijn die aanzienlijke gevolgen hebben voor je reis of het vervoer naar de bestemming (2) als belangrijke onderdelen van de pakketreis worden gewijzigd door de reisaanbieder

(1) Onvermijdbare en buitengewone omstandigheden.

Het coronavirus is zeer ernstig en leidt tot een onveilige situatie. Het is een typisch geval van ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’ met grote gevolgen voor je vakantie of de reis naar je vakantiebestemming. Je kunt vanwege de coronapandemie je pakketreis dus annuleren. Dat er een negatief reisadvies is voor de hele wereld (code oranje, einddatum onbekend) onderbouwt dit alleen maar. Dit geldt voor mensen die nu op vakantie zouden gaan. 

Maar het is de vraag hoe dit zit met de zomervakantie. Heeft Klaas zijn vakantie geboekt voor juli of augustus, dan kan hij naar mijn idee nu nog niet gratis annuleren. Tegen die tijd zijn we immers drie of vier maanden verder. We weten niet hoe de coronapandemie zich ontwikkelt en of er tegen die tijd nog sprake is van ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden die aanzienlijke gevolgen hebben voor de reis of het vervoer naar de bestemming’. 

Natuurlijk kan Klaas wel kijken of zijn annuleringsverzekering misschien uitkomst biedt. Er zijn verzekeringen die annulering wegens ziekteuitbraken dekken, maar dit verschilt per verzekeraar. Een andere optie is om in overleg met het reisbureau te kijken naar omboeking van de vakantie naar een andere periode. 

(2) Belangrijke onderdelen van de pakketreis worden gewijzigd door de reisaanbieder

Deze annuleringsmogelijkheid is voor corona minder van belang, maar staat ook in de wet. Daarom noem ik hem toch. Stel dat je wel kunt afreizen naar je vakantiebestemming, maar dat je een veel slechter hotel krijgt. Ook dan kun je de pakketreis zelf annuleren. 

Als je een pakketreis annuleert om een van deze twee redenen, heb je recht op volledige teruggave van de betaalde reissom. Voor het aanbieden en accepteren van vouchers geldt hetzelfde als hierboven staat over annulering van een pakketreis door de aanbieder. 

Losse accommodatie of vliegticket

Dan het vriendenweekend van Klaas. Hiervoor zijn de vliegtickets en het hotel los geboekt. Voor vakanties die bestaan uit los van elkaar geboekte accommodaties en vliegtickets gelden andere regels dan voor pakketreizen. 

Ook hier kunnen zich weer twee situaties voordoen. De eerste is dat de vliegmaatschappij of het hotel de boeking annuleert. De tweede is dat de vriendengroep zelf wil annuleren. 

Situatie 1: aanbieder annuleert losse accommodatie of vliegticket

Als de vliegmaatschappij zelf de vlucht annuleert, moeten ze de kosten van het vliegticket terugbetalen. Dit geldt ook voor hotels: is het hotel gesloten wegens coronamaatregelen en annuleren ze zelf, dan moet worden terugbetaald. 

Er ontstaat een bijzondere situatie als het hotel wel open is, maar de vlucht wordt geannuleerd. Je krijgt dan wel de kosten van je ticket terug, maar niet de kosten van het hotel. Het hotel kan immers de dienst aanbieden die je hebt gekocht, maar jij kunt niet bij het hotel komen. Het is in dit soort gevallen prettig als je het geboekt bij een boekingsdienst waar je nog kort van tevoren kunt annuleren (bij booking.com kan dit vaak). 

Situatie 2: reiziger annuleert zelf losse accommodatie of vliegticket

Als Klaas en zijn vrienden zelf de vliegtickets en het hotel willen annuleren, is er een groot verschil met een pakketreis: hier hangt het af van de voorwaarden van het hotel en de vliegmaatschappij of Klaas en zijn vrienden hun geld terugkrijgen. 

Het hotel hebben ze geboekt via booking.com met de mogelijkheid om gratis te annuleren tot drie dagen voor aankomst. Daar kunnen Klaas en zijn vrienden dus makkelijk van af. Maar bij de vliegtickets ligt dit anders. Hier zijn ze afhankelijk van wat er in de voorwaarden van de vliegmaatschappij staat. Daar kan in staan dat ze niets terugkrijgen als ze zelf annuleren. 

Voor de zekerheid kunnen Klaas en zijn vrienden dan nog kijken of ze een beroep kunnen doen op hun annuleringsverzekering of dat de ANVR bescherming biedt. De kans hierop is jammer genoeg klein. Hebben ze hier allemaal niets aan, dan kan het accepteren van een voucher een mooie oplossing zijn. Ander sta je immers met lege handen. 

Tot slot

In veel gevallen moet je je geld terugkrijgen als je vakantie wordt geannuleerd wegens het coronavirus. Een voucher hoef je niet te accepteren. Aan de andere kant zitten veel reisbureaus in zwaar weer. Dus als een voucher voor jou een optie is, kun je toch overwegen hiermee akkoord te gaan. Let er dan wel op dat het een zogenaamd ‘corona-voucher’ is met SGR-garantie. 

We zitten met z’n allen in een uitzonderlijke situatie. Mijn advies is dan ook: probeer zoveel mogelijk rekening met elkaar te houden zonder jezelf daarbij te kort te doen of je rechten prijs te geven. En als je advies nodig hebt, kun je natuurlijk contact met me opnemen

 

(*) Let ook op het verschil tussen een pakketreis en een gekoppeld reisarrangement. Bij een pakketreis heb je meer rechten dan bij een gekoppeld reisarrangement. Een gekoppeld reisarrangement is een reis met verschillende onderdelen die je per onderdeel apart boekt. Je hebt aparte overeenkomsten met de verschillende aanbieders van de onderdelen van de reis. Meer informatie over het verschil tussen pakketreizen en een gekoppeld reisarrangementen vind je hier.

 

De belangrijkste punten van de NOW-regeling (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid)

De coronacrisis hakt er bij ondernemers behoorlijk in. Al vanaf het begin van de maatregelen heeft het kabinet het over het tegemoetkomen van ondernemers. Een van de manieren waarop dit gaat gebeuren is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW-regeling). Vanaf 14 april 2020, of misschien zelfs al vanaf 6 april 2020, kunnen werkgevers een subsidie aanvragen voor de loonkosten.

 

Inmiddels is duidelijk hoe de NOW-regeling eruit komt te zien. Ik heb mijn advocatenblik hier eens overheen laten gaan. Zoals je weet, zijn advocaten gek op termijnen en de NOW-regeling heeft wat termijnen om rekening mee te houden. Ook bevat de regeling een paar opvallende punten die ik graag met je deel. Ik beperk me hierbij trouwens wel tot de hoofdlijnen. De hele regeling vind je hier. Verder is het van belang om je accountant om advies te vragen, ik geef aan bij welke punten dit belangrijk is.

NOW-regeling in plaats van werktijdverkorting

Per 17 maart 2020 (18:45 uur) kun je geen beroep meer doen op de regeling voor werktijdverkorting. Alle aanvragen die zijn gedaan, worden opgevat als een NOW-aanvraag. Je zult van het UWV het verzoek krijgen om aanvullende informatie aan te leveren.

Termijn aanvragen NOW-subsidie

De subsidie kun je digitaal aanvragen bij het UWV. Dat kan waarschijnlijk vanaf 14 april 2020 of misschien zelfs eerder. De NOW-regeling is nog niet in werking getreden. Dat gebeurt pas als hij is gepubliceerd in de Staatscourant.

→ Termijn! Je aanvraag kan tot en met 31 mei 2020 worden ingediend. Doe je dit op 1 juni 2020, dan ben je te laat en kom je niet in aanmerking voor subsidie, tenzij de regeling op enig moment de komende weken wordt verlengd. Hiervan is op dit moment echter nog geen sprake.

Niet alleen voor omzetdaling door corona

De meeste ondernemers zullen natuurlijk een beroep op de NOW-regeling doen voor hun omzetdaling door de coronamaatregelen. Maar ook bij andere buitengewone omstandigheden is dit mogelijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan omzetdaling door brand.

Meetperiode

Dit is wel een belangrijke. Je kunt subsidie krijgen voor de loonkosten van een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden over de periode 1 maart tot en met en 31 juli 2020. Dat noem ik de meetperiode.

De hoogte van deze subsidie hangt o.a. af van de loonkosten en van de omzetdaling. Vereist is namelijk dat er een omzetdaling is van minimaal 20%. Hiermee wordt bedoeld gemiddeld 20% over een periode van drie kalendermaanden. Deze periode van drie maanden mag je zelf kiezen, als hij maar ligt tussen maart en juli 2020 en uit drie aaneengesloten maanden bestaat. Je kunt dus kiezen uit:

  • maart, april en mei 2020
  • april, mei en juni 2020
  • mei, juni en juli 2020

Het ligt voor de hand dat je kiest voor de periode waarin je de grootste omzetdaling verwacht. Stem dit af met je accountant, want als je eenmaal een periode gekozen hebt lijkt het er op dat je deze niet meer kan wijzigen. Zo staat in de toelichting op de regeling aangegeven dat bij de definitieve afrekening de meetperiode niet meer kan worden aangepast. De omzet die in die periode wordt behaald dient te worden vergeleken met de referentie omzet. Als referentie omzet wordt gebruikt de omzet die in 2019 in totaal behaald is en daar 25% van. Oftewel indien je 1 miljoen omzet in 2019 hebt behaald, is de referentie omzet 250.000 euro.

Referentieomzet

Van belang is dan dat in de door jou gekozen subsidieperiode de omzet minimaal 20% lager is dan de referentie omzet. Voor bedrijven die in 2019 nog geen volledig jaar hebben gemaakt of net zijn opgestart, gelden weer uitzonderingen om de referentie omzet te berekenen. Dit geldt ook voor bedrijven die in een groep / concern opereren of met personeelsvennootschappen werken. Ik laat die voor nu even buiten beschouwing.

Het is dus belangrijk om goed in je achterhoofd te houden dat er drie perioden van drie maanden voorkomen in de NOW-regeling en dat je een goede inschatting moet maken welke periode voor jou de grootste omzetdaling zal brengen. Mocht je namelijk geconfronteerd worden met een omzetdaling van 40% in april, 10% in mei en 5% in juni dan heb je gemiddeld genomen een omzetdaling gehad van 18,33% en kom je niet in aanmerking voor subsidie. Dit wordt achteraf vastgesteld. Het is dus van belang dit goed in de gaten te houden, anders kun je voor vervelende verassingen achteraf komen te staan.

Berekening subsidiebedrag

De subsidie wordt gebaseerd op de loonsom van januari 2020 (het sociale verzekeringsloon) en is maximaal 90% van de loonsom over januari 2020. Is jouw omzetdaling 100%, dan krijg je dus maximaal 90% subsidie voor de loonkosten. In de regeling is een formule opgenomen waarmee het subsidiebedrag wordt berekend. Neem contact op met je accountant voor informatie over jouw exacte cijfers.

Maximaal bedrag voor grote verdieners

Voor medewerkers met een hoog inkomen is er een beperking. Het maximale maandloon dat wordt meegenomen bij de subsidieberekening is namelijk € 9.538,-. Loon boven dit bedrag komt niet voor subsidie in aanmerking.

Geen ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen

Het kabinet wil de ondernemers steunen, maar dat doet ze niet zomaar. Er staat wel iets tegenover. Daarom staat in de NOW-regeling een hele trits verplichtingen voor de werkgever. Een van die verplichtingen is dat je tussen 18 maart en 31 mei 2020 geen ontslagaanvragen indient wegens bedrijfseconomische reden.

→ Termijn! Een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen die is ingediend tussen 18 maart 2020 en datum waarop de NOW-regeling in werking treedt, moet binnen vijf dagen na die inwerkingtreding worden ingetrokken.

Als je toch een ontslagaanvraag indient of deze niet op tijd intrekt, dan neemt het UWV de aanvraag in behandeling en beslist hierop. Het loon van de betreffende werknemer plus 50% wordt dan van de subsidie afgetrokken, ongeacht of de ontslagaanvraag is toegekend of niet.

Bespreek met je accountant wat voor jou voordeliger is: de subsidie aanvragen of een ontslagaanvraag indienen wegens bedrijfseconomische redenen.

Verplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden

Het kabinet hoopt met de NOW-regeling zoveel mogelijk banen te behouden. Het is dus de bedoeling dat werkgevers mensen in dienst houden en de lonen doorbetalen. Dit geldt niet alleen voor vaste krachten, maar ook voor flexwerkers en uitzendkrachten in dienst van uitzendbureaus. Voor iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en die verzekerd is voor de WW, ZW of WIA kan subsidie worden aangevraagd. Houd in dat verband wel rekening met de loonsom die als uitgangspunt wordt genomen in januari 2020. Als die bijvoorbeeld structureel hoger was (vanwege het gebruik van veel flexmedewerkers) en de loonsom voor de meetperiode aanzienlijk lager is (omdat er minder flexmedewerkers werden ingezet) dan vindt daar achteraf – bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie – alsnog een afslag op plaats. Ook hier geldt: laat je accountant dit goed bekijken om verrassingen achteraf te voorkomen.

Andere verplichtingen uit de NOW-regeling

Zoals hiervoor aangegeven, kent de NOW nogal wat verplichtingen. Het gaat onder andere om het volgende.

Het lijkt misschien een open deur, maar met de subsidie mag je alleen loonkosten betalen.

Je moet de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging laten weten dat je een NOW-subsidie krijgt. Heb je geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, dan is het verstandig om je personeel persoonlijk op de hoogte brengen.

In de administratie moeten de omzetdaling en de personeelskosten kunnen worden gecontroleerd. Tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie moet je inzage geven in de administratie.

De loonaangiften moeten op tijd worden gedaan en omstandigheden die van belang zijn voor de subsidie moet je melden. Als je dus voorziet dat de verwachte omzetdaling meevalt is het van belang dat je dit tijdig meldt, zodat je niet voor forse terugbetalingsverplichtingen komt te staan.

De subsidie is een voorschot

De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de aanvraag. Het streven is binnen twee tot vier weken een eerste voorschot uit te betalen. In totaal zal 80% van de subsidie als voorschot worden uitbetaald. Dit gebeurt in maximaal drie termijnen. Achteraf wordt dus bekeken of de subsidie terecht is verleend en kan het zijn dat er te veel of te weinig subsidie is verstrekt. Dit wordt dan aangevuld of teruggevorderd.

→ Termijn! Binnen 24 weken na afloop van de door jou gekozen meetperiode moet je vaststelling van de subsidie vragen. Doe je dit niet op tijd, dan loop je het risico dat je de hele subsidie moet terugbetalen.

Wel of geen accountantsverklaring?

Bij de vaststelling van de subsidie moet je o.a. een accountantsverklaring toezenden, waaruit de omzetdaling blijkt. Waarschijnlijk wordt een uitzondering gemaakt voor kleine subsidiebedragen of ondernemingen met een hele kleine loonsom. Binnen vier weken na inwerkingtreding van de NOW-regeling komt hier meer informatie over. Bij de aanvraag van de subsidie hoeft (vooralsnog) geen accountantsverklaring te worden overgelegd.

Bezwaar / beroep

Als het UWV de aanvraag afwijst staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open. Hiervoor gelden de te doen gebruikelijke termijnen van zes weken na besluit. Natuurlijk is er de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen een voorlopige voorziening te vragen naast het indienen van bezwaar / beroep.

Kort en goed

Het is mooi dat ons kabinet ondernemers tegemoet komt in de loonkosten. Maar subsidie aanvragen op basis van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid kent wel wat haken en ogen. Let op de termijnen en overleg met je accountant, o.a. over welke meetperiode je kiest voor de omzetdaling. Met de door mij besproken punten moet je in ieder geval rekening houden. Je accountant is voor de NOW-regelingeen belangrijke sparringpartner. Bij vragen of opmerkingen kun je altijd contact met me opnemen.

Huur betalen tijdens de coronacrisis

Alle horecagelegenheden in Nederland zijn sinds zondag 14 maart 2020 vanaf 18:00 uur gesloten wegens het coronavirus. De dichte deuren en donkere ramen bij cafés en restaurants zijn een triest gezicht. Er komt geen cent meer binnen bij deze ondernemers terwijl de vaste lasten, zoals de huur, wel doorlopen. Veel huurders en verhuurders hebben vragen over deze situatie. Wat als de huur niet betaald kan worden? 

Zolang een (bedrijfs)ruimte wordt gehuurd, moet de huur worden betaald. Als tegenprestatie voor het betalen van de huur, mag de huurder gebruik maken van de ruimte die hij huurt. Dit is de hoofdregel. Hoe kan hiervan worden afgeweken? Met andere woorden: wanneer hoeft er geen of minder huur te worden betaald? 

Belangrijkste tip

Voordat we ons op het juridische verhaal gaan storten geven we onze belangrijkste tip: ga in overleg met je verhuurder of huurder als je problemen ziet aankomen bij het betalen van de huur. We hebben natuurlijk te maken met een erg bijzondere situatie, probeer daarom ook te kijken naar bijzondere manieren om hiermee om te gaan. Kijk of je tijdelijk de huur kunt verlagen of afspraken kunt maken over betaling in termijnen, eventueel later. Niemand is erbij gebaat als een huurder omvalt. 

Leg de afspraken schriftelijk of per e-mail vast en neem daarbij ook de boetes voor te late betaling mee die soms in het huurcontract of de voorwaarden zijn opgenomen. Deze boetes kunnen behoorlijk oplopen. 

Juridische mogelijkheden

Er zijn een paar juridische mogelijkheden van belang: 

  1. is sprake van een ‘gebrek’ door het ontbreken van huurgenot?
  2. kan een beroep worden gedaan op overmacht?
  3. is er sprake van onvoorziene omstandigheden?
  4. het laatste redmiddel: redelijkheid en billijkheid

 We bespreken deze juridische mogelijkheden nu stuk voor stuk. Let er trouwens op dat dit artikel alleen gaat over zogenaamde ‘290-bedrijfsruimten’, zoals horeca en winkels. 

Geen huurgenot, is dat een gebrek? 

Door de sluiting vanuit de overheid kan een huurder geen gebruik meer maken van zijn pand. In normale gevallen is het een gebrek als een huurder het gehuurde niet kan gebruiken. Een huurder kan zich dan op het standpunt stellen dat hij geen of in ieder geval minder huur hoeft te betalen. Waar betaalt hij immers voor als hij het pand niet kan gebruiken? 

In deze situatie kunnen we twee gevallen onderscheiden: (1) er is een huurovereenkomst waarvoor de ROZ-voorwaarden gelden (2) de ROZ-voorwaarden zijn niet van toepassing

Huurovereenkomst met ROZ-voorwaarden

Als de ROZ-voorwaarden gelden dan kunnen we snel klaar zijn. In de meest recente versie van die voorwaarden uit 2012, maar ook die uit 2008, staat namelijk dat de huurder bij een gebrek (op een enkele uitzondering na, die hier niet geldt) geen aanspraak kan maken op huurverlaging. Geldt voor jouw huurovereenkomst een andere versie van de ROZ-voorwaarden van 2003 en eerder, controleer dan goed wat hierin staat over beperking van huurprijsvermindering bij geen of verminderd huurgenot

Huurovereenkomst zonder ROZ-voorwaarden

Bij een huurovereenkomst zonder ROZ-voorwaarden ligt het anders. Dan krijg je de discussie of de situatie voor rekening van de huurder of de verhuurder komt. De kans op huurverlaging lijkt ons hier niet groot. De coronacrisis is een externe factor waar de verhuurder niets aan kan doen. Dergelijke gevallen worden door rechters wel als gebrek beoordeeld, maar een schadevergoeding wordt vervolgens niet toegekend omdat het gebrek de verhuurder niet is toe te rekenen. Ook  toewijzing van een huurprijsverlaging via een procedure bij de rechtbank is twijfelachtig omdat het een gebod vanuit de Rijksoverheid betreft. Ook hier zal de toerekenbaarheid van het gebrek aan de verhuurder een rol spelen. Er is dan dus ook geen sprake van huurverlaging op die grond.

Overmacht

Overmacht is geregeld in de wet, in artikel 6:75 Burgerlijk Wetboek. Daarin staat dat een tekortkoming in de nakoming niet aan een partij kan worden toegerekend als de tekortkoming niet te wijten is aan zijn schuld en ook niet volgens de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening komt. Zoals je kunt lezen, wordt er een erg algemene uitleg gegeven van het begrip overmacht.

Of het niet kunnen betalen van de huur door het coronavirus onder overmacht valt, hangt af van de omstandigheden van de zaak. Ook is van belang wat er eventueel in de algemene voorwaarden of het contract staat over overmacht. Afhankelijk van de feiten denken wij dat een beroep op overmacht bij het coronavirus in sommige gevallen wel te bepleiten valt.

Onvoorziene omstandigheden

Als een beroep op overmacht niet lukt, kun je nog proberen een beroep te doen op onvoorziene omstandigheden. De rechter kan het huurcontract dan wijzigen of (deels) ontbinden. Onder onvoorziene omstandigheden worden verstaan omstandigheden die op het moment van het aangaan van het contract nog in de toekomst lagen. De omstandigheden moeten dusdanig zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden verwacht dat het huurcontract ongewijzigd in stand blijft. 

Hier wordt het al lastiger. Ja, het gaat inderdaad om een toekomstige gebeurtenis die de huurder en verhuurder waarschijnlijk niet hadden voorzien, maar rechters moeten zich erg terughoudend opstellen bij dit soort zaken. Alleen bij hoge uitzondering kan een beroep op onvoorziene omstandigheden worden gedaan. Toch denken wij dat de coronacrisis hiervoor misschien mogelijkheden biedt, omdat het een unieke situatie betreft. 

Redelijkheid en billijkheid

Lukt een beroep op onvoorziene omstandigheden ook niet, dan is er als laatste strohalm nog de redelijkheid en billijkheid. Dit is een algemeen leerstuk uit het verbintenissenrecht, dat het volgende inhoudt: een regel is niet van toepassing als dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. 

Het zal erg lastig worden om in coronagevallen een beroep te doen op de redelijkheid en billijkheid. Wij zien daarvoor eigenlijk alleen mogelijkheden als er sprake is van zeer schrijnende, uitzonderlijke gevallen.

Ondersteunende maatregelen overheid

De overheid heeft een ruim pakket aan maatregelen aangekondigd om ondernemers financieel te ondersteunenOf er ook specifiek gelden worden vrijgemaakt voor betaling van huur is niet duidelijk. Zo ja, dan zou dit natuurlijk wat meer lucht geven aan huurders en verhuurders. Sommige verhuurders willen wel meewerken aan bijvoorbeeld uitstel van betaling, maar kunnen dit simpelweg niet omdat ze dan zelf in de problemen komen met betaling van hun hypotheek. Voor dit soort lastige situaties is financiële steun van de overheid erg welkom.  

Verzoek tot ontbinding van de huurovereenkomst

Het is een ongeschreven regel: als de huur langer dan drie maanden niet wordt betaald, kan ontbinding van de huurovereenkomst worden gevraagd. De verhuurder moet hiervoor een procedure opstarten bij de kantonrechter. In deze procedure wordt dan natuurlijk ook gevraagd de huurder te veroordelen tot het betalen van de achterstallige huur. 

Door de coronacrisis loopt de verhuurder het risico dat de huurder in de procedure een tegenvordering instelt tot verlaging van de huur (huurprijsvermindering). Hij heeft het pand immers een tijd niet kunnen gebruiken. Een huurder kan trouwens ook zelf naar de rechter stappen om verlaging van de huurprijs te vragen. Gelet op de extreme situatie die is ontstaan, sluiting door de overheid, zou het best eens zo kunnen zijn dat er een huurverlaging wordt toegekend. 

Al met al een lastige situatie, die veel tijd, geld en energie kost. Beter is het dan ook om onze belangrijkste tip op te volgen: als er problemen dreigen met betaling van de huur, ga dan op tijd met elkaar in overleg om te bezien of er een oplossing gevonden kan worden en zo ja, leg deze dan schriftelijk vast. 

Elke situatie is anders, met andere feiten en omstandigheden, en daarom gaat het vaak om maatwerk. Voor vragen over jouw specifieke situatie qua huur of verhuur kun je vrijblijvend contact opnemen met: 

Femke Gietema-van der Heide (058-212 14 64 / gietema@vandersluisvanderzeekalmijn.nl)

IdeJan Woltman 058-212 14 64 / (woltman@vandersluisvanderzeekalmijn.nl)

Bereikbaarheid Van der Sluis, van der Zee & Kalmijn Advocaten bij coronavirus

Wij geven om de gezondheid van onze klanten en ons personeel. Daarom passen we onze werkwijze aan en houden we ons aan de maatregelen van het RIVM. Maar natuurlijk blijven wij u helpen zoals u dat van ons gewend bent.

Kantoor blijft geopend

Ons kantoor blijft geopend en onze advocaten zijn bereikbaar voor uw vragen of opmerkingen. Wel werken sommige medewerkers vanuit huis, zodat de bezetting mogelijk iets lager is dan u van ons gewend bent. 

Het coronavirus kan leiden tot juridische problemen op allerlei gebieden. Daarom staat er een team van gespecialiseerde advocaten klaar om antwoord te geven op al uw corona-vragen. 

Arbeidsrecht

Voor vragen over arbeidsrecht kunt u contact opnemen met IdeJan Woltman (058-3031 500 / woltman@vandersluisvanderzeekalmijn.nl) en Herman Postma (058-3031 599 / postma@vandersluisvanderzeekalmijn.nl). Denk hierbij bijvoorbeeld aan werktijdverkorting, vragen over thuiswerken etc.

Insolventierecht

Inmiddels is wel duidelijk dat het coronavirus kan leiden tot grote financiële problemen binnen uw bedrijf. Voor vragen op dit gebied zijn bereikbaar Marco Kalmijn (058-3031 555 / kalmijn@vandersluisvanderzeekalmijn.nl) en IdeJan Woltman (058-3031 500 / woltman@vandersluisvanderzeekalmijn.nl) . 

Bestuursrecht

Vragen op bestuursrechtelijk gebied kunt u stellen aan Femke Gietema-van der Heide (058-3031 533 / gietema@vandersluisvanderzeekalmijn.nl). 

Contracten en aansprakelijkheid

Ook op het gebied van contracten en aansprakelijkheid kan het coronavirus veel vragen geven. Hoe gaat u bijvoorbeeld om met orders of opdrachten die worden geannuleerd? Jelmer de Vries is bereikbaar voor dit soort vragen (058-3031 544 / jdevries@vandersluisvanderzeekalmijn.nl). 

Natuurlijk kunt u ook altijd contact opnemen met uw vaste advocaat. 

Besprekingen

Besprekingen die op ons kantoor gepland staan worden zoveel mogelijk verplaatst of vinden op een andere manier plaats (bijvoorbeeld telefonisch of via Skype). Uw advocaat neemt hierover contact met u op.

Als een bespreking in persoon echt noodzakelijk is, dan is dit natuurlijk mogelijk. Wel vragen wij u dan rekening te houden met de algemene hygiënemaatregelen van het RIVM. Ook geven onze advocaten en medewerkers u geen hand.

Veel zittingen gaan niet door

Vanaf dinsdag 17 maart 2020 tot maandag 6 april 2020 zijn er alleen nog zittingen in spoedzaken. Hebt u binnenkort een zitting, dan neemt uw advocaat contact met u op om dit te bespreken. 

In het kort

  • wij zijn bereikbaar en ons kantoor is geopend
  • besprekingen zoveel mogelijk telefonisch of via Skype
  • binnen ons kantoor is extra oog voor hygiënemaatregelen
  • onze dienstverlening blijft zoals u die van ons gewend bent

 

Coronavirus en werk

We kunnen er niet omheen: het coronavirus waart sinds donderdag 27 februari 2020 rond in Nederland. Nog geen week later is het virus ook in Friesland opgedoken. Als het op de werksituatie aankomt kan dit veel vragen geven. Bijvoorbeeld: moet een werkgever maatregelen nemen? En heb je recht op loon als je in quarantaine zit? In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over werk en corona. 

Wat moet een werkgever doen? 

Een werkgever moet volgens de wet zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. Het is daarom verstandig om de risico’s in kaart te brengen die het coronavirus kan hebben. Mochten er maatregelen nodig zijn, neem die dan. Je kunt hierbij sowieso denken aan het geven van goede voorlichting om de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken. Beschrijf de symptomen en breng de hygiënemaatregelen van het RIVM onder de aandacht. En zorg bijvoorbeeld voor voldoende zeep en wegwerphanddoeken. Ook voor werknemers die voor hun werk in een risicogebied zijn moet een werkgever maatregelen treffen om te voorkomen dat ze besmet raken. Probeer de medewerkers terug naar Nederland te halen als dat kan. 

Zit je in een branche waarin je regelmatig medewerkers naar het buitenland stuurt, bijvoorbeeld internationaal transport, wees dan voorzichtig en kijk naar het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Voor de gebieden die op de kaart met rood zijn aangegeven geldt een negatief reisadvies. Daar kun je dus geen medewerkers naartoe sturen. Naar de oranje gebieden mogen alleen noodzakelijke reizen worden gemaakt. Het zal dan van het soort transport en je bedrijfssituatie afhangen of je hier nog medewerkers naartoe kunt sturen. Gaat het om een lading meubelen of om medische hulpmiddelen? En wat voor maatregelen kun je treffen om te voorkomen dat je medewerker ter plaatse besmet raakt? Wat zijn de financiële gevolgen voor je bedrijf als het transport niet doorgaat? Dit soort vragen spelen een belangrijke rol bij de afweging die je moet maken en of je een medewerker kunt verplichten zich in besmet gebied te begeven. Weigert een medewerker ten onrechte ergens naartoe te gaan, dan is er sprake van werkweigering en kan de loonbetaling worden stopgezet. 

Het bedrijf dat elk jaar de bloemen levert voor de paastoespraak van de Paus (‘Urbi et orbi’) heeft in ieder geval besloten niet naar Italië af te reizen. Ondanks een jaar voorbereiding willen ze geen gezondheidsrisico’s nemen richting hun team en de organisatie. Een verstandig maar moeilijk besluit lijkt ons, dat ongetwijfeld grote financiële gevolgen zal hebben. 

Doorbetaling loon & coronavirus

Nu ons land is getroffen door het coronavirus kan een medewerker verschillende redenen hebben om niet op zijn werk te komen:

  1.  de medewerker is ziek
  2. de medewerker zit in quarantaine maar is niet ziek
  3. de medewerker blijft op advies van het RIVM thuis (situatie in Brabant)
  4. de medewerker moet zorgen voor zieke kinderen of familieleden
  5. de medewerker moet zijn kinderen ophalen omdat de school of crèche sluit
  6. de medewerker is bang dat hij door collega’s wordt besmet
  7. de medewerker werkt thuis

Als het goed is, kennen we allemaal de uitspraak ‘Geen werk, geen loon’. Maar in welke gevallen moet het loon bij het coronavirus worden doorbetaald? 

De medewerker is ziek

Als de medewerker ziek is geworden door het coronavirus, gelden de normale regels bij ziekte. Het loon moet worden doorbetaald op dezelfde manier als bij een andere ziekte. 

De medewerker zit in quarantaine maar is niet ziek

Als de medewerker in quarantaine zit en kan thuiswerken is er niets aan de hand. Er wordt dan gewoon gewerkt, waarvoor ook loon wordt betaald.

De situatie ligt anders als het werk zich niet leent voor thuiswerken, bijvoorbeeld bij schoonmakers of bouwvakkers. We kunnen dan twee gevallen onderscheiden: (I) de medewerker heeft gereisd voor zijn werk (II) de medewerker heeft gereisd voor vakantie. 

I De medewerker heeft gereisd voor werk

Als de medewerker heeft gereisd voor zijn werk en op die manier mogelijk met het coronavirus in aanraking is gekomen, moet het loon worden doorbetaald. 

II De medewerker heeft gereisd voor vakantie

Als de medewerker heeft gereisd voor vakantie kán het anders liggen. Dit hangt af van de omstandigheden. Als de medewerker bijvoorbeeld op vakantie is gegaan naar een gebied met een negatief reisadvies, dan kan de werkgever zich op het standpunt stellen dat het loon niet wordt doorbetaald. Dit geldt te meer als dit van tevoren met de medewerker is besproken, waarbij is aangegeven dat het risico bij de medewerker ligt. 

De medewerker blijft op advies van het RIVM thuis (situatie in Brabant)

In deze situatie moet het loon worden doorbetaald. De medewerker is immers thuis op dringend advies van onze overheid. Dat hij niet aan het werk is, is geen omstandigheid die voor rekening van de medewerker hoort te komen. 

De medewerker moet zorgen voor zieke kinderen of familieleden

Als de medewerker moet zorgen voor zieke kinderen of familieleden, gelden de gewone regels die de werkgever daarvoor heeft. 

De medewerker moet zijn kinderen ophalen omdat de school of crèche sluit

Als de school of crèche sluit in verband met het coronavirus en de medewerker heeft geen oppas, moet het loon worden doorbetaald totdat de medewerker een oplossing heeft gevonden. Deze doorbetalingsverplichting is van korte duur, denk aan een of maximaal twee dagen. Daarna zal de medewerker in overleg met de werkgever onbetaald verlof of vakantiedagen moeten opnemen. 

De medewerker is bang dat hij door collega’s wordt besmet

Er is op dit moment bij de meeste werkgevers nog geen reden om bang te zijn dat je door collega’s wordt besmet. Als een medewerker om deze reden thuis wil blijven, hoeft het loon niet doorbetaald te worden. Natuurlijk is het altijd beter dat de medewerker en de werkgever in overleg gaan om te bekijken hoe de angst kan worden weggenomen en of thuiswerken bijvoorbeeld een optie is. 

De medewerker werkt thuis

Als de medewerker thuis werkt, moet gewoon loon worden betaald. Er wordt dan immers arbeid verricht. 

Thuiswerken verplicht? 

In de media wordt veel gesproken over thuiswerken. Natuurlijk leent niet elk beroep zich hiervoor, maar als thuiswerken wel mogelijk is geldt het volgende. Thuiswerken kan door de werkgever niet verplicht worden gesteld puur en alleen uit voorzorg. Dit kan alleen als er sprake is van een concrete besmetting binnen het bedrijf. Er is ook geen recht om thuis te werken. Als er geen dringend advies van de overheid ligt om thuis te blijven, zoals nu in Brabant het geval is, dan kan thuiswerken alleen in overleg tussen werkgever en werknemer. 

Werktijdverkorting

Het coronavirus begint zo langzamerhand behoorlijk wat impact te krijgen. Er vallen momenteel bijvoorbeeld al harde klappen in de hotelbranche Hiervoor is geen compensatie of schadevergoeding van de overheid mogelijk, dit valt onder het ondernemersrisico. Wel heeft de overheid de regeling voor werktijdverkorting opengesteld voor bedrijven die te lijden hebben onder het coronavirus.  

Er kan een vergunning voor werktijdverkorting worden aangevraagd bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als je kunt bewijzen dat voor een periode van minimaal twee tot maximaal 24 kalenderweken minstens 20% minder werk aanwezig is. Een vergunning heeft een duur van maximaal zes weken en kan worden verlengd tot maximaal 24 weken. Werktijdverkorting geldt niet voor uitzendkrachten of oproepkrachten met een nulurencontract, alleen voor werknemers waarvoor er een loondoorbetalingsverplichting is. Meer informatie over de werktijdverkorting vind je hier.

Conclusie

Het coronavirus is een uitzonderlijke situatie. Het is logisch dat de schrik er goed in zit, zowel bij werkgevers als werknemers. Mijn belangrijkste advies is daarom misschien wel: blijf communiceren. In onderling overleg is veel mogelijk. Zo blijft de verstandhouding op de werkvloer goed, ook als het coronavirus straks weer voorbij is. 

 

Deze tekst geldt voor algemene situaties. Er is geen rekening gehouden met eventuele aanvullende regels die zijn vastgelegd in cao’s of bijvoorbeeld de specifieke regels die gelden voor zorgpersoneel. Voor meer informatie over uw specifieke situatie kunt u het beste contact met ons opnemen op telefoonnummer 058-212 14 64.

 

Na ruilverkaveling geen beroep meer op verjaring

Landjepik

 Ruilverkaveling is een bekend begrip. Veel boeren hebben hier al eens mee te maken gehad. In mijn praktijk kom ik nogal eens zaken tegen waaruit blijkt dat de gevolgen van een ruilverkaveling soms jaren later nog voelbaar zijn. Zo ook in het volgende voorbeeld.

Voorbeeld

Boer Jan maakt sinds 1995 gebruik van een strook grond die op dat moment in eigendom was van gemeente Bredeland. Hij heeft, zo zegt hij zelf, de strook grond in bezit genomen. In 2017 vond er een ruilverkaveling plaats waarbij de strook grond (opnieuw) is toebedeeld aan gemeente Bredeland. Boer Jan zei in 2019 tegen gemeente Bredeland dat hij al in 2015 eigenaar was geworden van deze strook grond door verjaring van 20 jaren. Gemeente Bredeland was het hier niet mee eens. Hoe zit het nu precies?

Toedelingsakte zorgt voor geheel nieuwe situatie

Een ruilverkavelingsprocedure eindigt in een toedelingsakte. Door deze toedelingsakte ontstaat een nieuw eigendomsrecht op de bij de ruilverkaveling betrokken percelen. Er is zogezegd sprake van “originaire eigendomsverkrijging”. Dit houdt in dat er een nieuw recht wordt verkregen dat niet wordt ontleend aan de voorganger. Er ontstaat een geheel nieuwe eigendomssituatie, zelfs als de voormalige en nieuwe eigenaar dezelfde zijn.

Geen beroep meer op verjaring

De toedelingsakte heeft als juridisch gevolg dat een verjaring geen betekenis meer heeft. Dit geldt zowel voor een verjaringstermijn die is voltooid op het moment van inschrijving van de toedelingsakte als een verjaringstermijn die is aangevangen vóór de inschrijving van de akte. Kort gezegd: er kan geen beroep meer worden gedaan op een verjaring. De toedelingsakte heeft tot gevolg dat er alleen sprake kan zijn van een verjaringstermijn die is aangevangen op de datum dat de toedelingsakte is ingeschreven. Pas 10 jaar (verkrijgende verjaring bij te goeder trouw) of 20 jaar (bevrijdende verjaring) na de datum waarop de toedelingsakte door de notaris is ingeschreven in het Kadaster kan er dus voor het eerst sprake zijn van verjaring.

Conclusie

In dit voorbeeld is daarom helaas de verjaringstermijn van 20 jaar – in 2015 al voltooid – niks meer waard doordat Boer Jan zich in 2015 niet op de voltooide verjaring heeft beroepen. De inschrijving van de toedelingsakte van de ruilverkaveling in 2017 ervoor heeft gezorgd dat de verjaringstermijnen eindigen en opnieuw zijn gaan lopen. Gemeente Bredeland is nog steeds eigenaar van de strook grond en Boer Jan komt van een koude kermis thuis.

 

Deze column verscheen eerder (in iets andere bewoordingen) in de papieren uitgave van landbouwvakblad Veldpost. Meer informatie over Veldpost vind je hier.

Wanneer heb ik een datalek?

Bij een orthodontist in Drachten kon je live een kijkje nemen in de behandelkamers doordat de anti-diefstalcamera’s niet goed waren beveiligd. Volgens de systeembeheerder van de orthodontiepraktijk is er niet veel aan de hand: maar weinig mensen hebben de beelden gezien en er zijn geen klachten ontvangen. Maar klopt dat eigenlijk wel? Mijn ‘datalek-detector’ gaat direct af als ik zo’n verhaal lees. Zijn er persoonsgegevens gelekt? En is er in zo’n geval niet een meldplicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens?

Wanneer heb ik een datalek?

Er is sprake van een datalek als er een beveiligingsincident heeft plaatsgevonden waarbij persoonsgegevens verloren zijn gegaan ofwel onrechtmatige verwerking van die persoonsgegevens niet is uit te sluiten.

In het geval van de orthodontist was er niet alleen sprake van een dreiging, maar hebben onbevoegden (journalisten in dit geval) daadwerkelijk toegang tot de gegevens gekregen. Onrechtmatige verwerking is dan ook niet uit te sluiten. Maar is er ook sprake van een persoonsgegeven? De journalisten hebben immers alleen met de camerabeelden mee kunnen kijken. En zonder persoonsgegeven geen datalek.

Persoonsgegevens

De AVG geeft in artikel 4.1 met een lastige definitie aan wat wordt bedoeld met persoonsgegevens. Het komt er op kort samengevat op neer dat een persoonsgegeven een gegeven is aan de hand waarvan een persoon kan worden geïdentificeerd.  Een persoon kan worden geïdentificeerd als degene die het persoonsgegeven gebruikt de persoon kan identificeren zonder een bijzondere inspanning te leveren. Hierbij speelt de context een rol. Zo kan een persoon ook worden geïdentificeerd aan de hand van algemene informatie zoals een postcode als dit wordt gecombineerd met andere informatie. Van een persoonsgegeven is dan ook al snel sprake.

En hoe zit het met beeldmateriaal, zoals in de kwestie van de orthodontist? Zodra mensen herkenbaar in beeld komen, is beeldmateriaal volgens de hiervoor besproken definitie een persoonsgegeven.

Blijft over de vraag of onrechtmatige verwerking van die persoonsgegevens redelijkerwijs is uit te sluiten. In dat geval is er geen datalek en kan melding achterwege blijven.

Onrechtmatige verwerking redelijkerwijs niet uit te sluiten

Dit is slechts het geval als je nagenoeg zeker weet dat een derde geen onbevoegde toegang heeft gehad tot de persoonsgegevens, bijvoorbeeld omdat ze goed versleuteld waren. Bij de beoordeling van deze vraag moet je je wel te realiseren dat iemand die een beetje handig is de versleuteling misschien eenvoudig kan kraken en zo alsnog bij de gegevens kan komen.

Een ander voorbeeld van een gebeurtenis die niet onder meldplicht valt is de situatie waarbij een brief met daarin persoonsgegevens naar een foutief adres wordt gestuurd maar ongeopend retour wordt gezonden. Je begrijpt al wel dat onrechtmatige verwerking niet snel redelijkerwijs is uit te sluiten.

Datalek?

Terug naar het voorbeeld. Journalisten hebben toegang gehad tot camerabeelden. Op deze beelden waren personen herkenbaar in beeld. De beelden waren niet versleuteld. Zodoende is er sprake van een beveiligingsincident waarbij onrechtmatige verwerking redelijkerwijs niet is uit te sluiten. We kunnen dus vaststellen dat er sprake is van een datalek. Maar wat nu? Moet de orthodontist ook melden?

Melden of niet

Of een datalek wel of niet gemeld moet worden hangt af van de waarschijnlijkheid en de mogelijke ernst van het datalek voor de betrokken personen. Er moet worden gemeld als de persoonsgegevens van gevoelige aard zijn of de aard en omvang van de inbreuk leiden tot (een aanzienlijke kans op) ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens.

Bij persoonsgegevens van gevoelige aard moet je denken aan bijzondere persoonsgegevens (gegevens over godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakvereniging of strafrechtelijke gegevens), gegevens over de financiële of economische situatie van de betrokkene, gegevens die kunnen leiden tot stigmatisering of uitsluiting (denk aan gegevens over prestaties op school of op het werk), gebruikersnamen, wachtwoorden en andere inloggegevens en gegevens die kunnen worden gebruikt voor (identiteits)fraude. Denk in dit laatste geval aan biometrische gegevens, kopieën van identiteitsbewijzen en het burgerservicenummer.

Ook moet je melden als de aard en omvang van de inbreuk zodanig zijn dat dit kan leiden tot (een aanzienlijke kans op) ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevns. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als er in één keer heel veel persoonsgegevens zijn gelekt (zoals een volledig klantenbestand).

Doet een van deze gevallen zich voor dan moet je hiervan melding maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens binnen 72 uur na ontdekking.

Als het datalek een hoog risico oplevert is het daarnaast ook verplicht melding te doen aan de betrokkenen. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gebruik van de gegevens door onbevoegden financiële consequenties zal hebben of kan leiden tot (identiteits)fraude. Je moet de betrokkene dan informeren over het datalek. Ook moet je de betrokkene informeren over de mogelijke risico’s en wat zij daartegen kunnen doen. Het advies kan zijn ze hun rekening moeten blokkeren of een gebruikersnaam/wachtwoord moeten wijzigen..

Terug naar de orthodontist

In het geval van de orthodontist ben ik het met de systeembeheerder eens dat het in dit geval wel meevalt. Er lijkt geen sprake te zijn van persoonsgegevens van gevoelige aard. Ook zullen de beelden niet direct leiden tot (een aanzienlijke kans op) ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens. Uiteraard is dit wel afhankelijk van wat er op de camerabeelden te zien is geweest maar je zult het met me eens zijn als ik zeg dat een normaal bezoek aan de orthodontist niet direct tot stigmatisering of uitsluiting zal leiden. Een melding kan in zo’n geval achterwege blijven. Natuurlijk moet de orthodontist het datalek wel verhelpen. Zo zal externe toegang door onbevoegden onmogelijk moeten worden gemaakt. Ook moet het datalek worden opgenomen in een datalekregister. Dit laatste is ook verplicht wanneer je het datalek niet meldt aan de Autoriteit Persoonsgegevens!

En bij twijfel? 

Of je wel of niet melding doet aan de Autoriteit Persoonsgegevens is een afweging die je zelf moet maken. Dit is niet altijd makkelijk. Bij twijfel (of in geval van tijdnood) kun je er voor kiezen in ieder geval een pro forma-melding te doen. Als uit nader onderzoek blijkt dat er toch niet gemeld hoeft te worden, dan kan de melding worden ingetrokken. En mocht je hulp nodig hebben: wij staan je graag bij met raad en daad.

Welke prijs geldt: prijskaartje of kassa?

In Frankrijk moet de politie ingrijpen bij chaotische toestanden in een supermarkt. Er is een storing, waardoor de elektronische prijskaartjes verkeerde bedragen laten zien. Zo kost een tv van € 440,- nu soms maar € 30,-. Boze klanten willen de tv’s voor die lage bedragen afrekenen, maar de caissières weigeren. Zij vinden dat de klanten kunnen weten dat de getoonde prijzen niet kloppen en dat daarom de gewone prijs geldt. Wie heeft gelijk?

De supermarkt mag zich gelukkig prijzen met haar slimme caissières, want zij hebben gelijk! In principe mag je er vanuit gaan dat de prijs op het prijskaartje klopt. Maar als je redelijkerwijs kunt weten dat de prijs niet juist kan zijn, dan kan de winkelier de hogere prijs vragen. De winkelier heeft dan een ‘kennelijke vergissing’ gemaakt. Bijvoorbeeld als de prijs duidelijk veel te laag is, zoals bij de supermarkt in Frankrijk het geval is. De klanten kunnen weten dat een tv die normaal meer dan € 400,- kost, nu niet ineens voor € 30,- verkocht wordt.

Voorbeeld

Het kan dus anders liggen als het prijsverschil kleiner is. Als niet duidelijk is dat de prijs niet kan kloppen, dan moet de winkelier het artikel aan je verkopen voor de lagere prijs. Stel dat je op zoek bent naar een leren tas voor je laptop. Op internet heb je gezien dat deze tassen rond de € 70,- tot € 80,- kosten. Bij de M-Markt vind je een vergelijkbare tas, op het prijskaartje staat € 57,95. Bingo, denk je. Deze tas is voor mij. Maar als je bij de kassa komt, zegt het kassameisje: ‘Dat is dan € 69,95.’. Wat nu?

Het hoeft je in dit geval niet duidelijk te zijn dat de prijs niet kan kloppen, daarvoor is het verschil te klein. Je kunt dus voet bij stuk houden en aangeven dat je de tas voor € 57,95 wilt hebben.

Maar terwijl je in discussie bent met het kassameisje, wordt achter jou de rij steeds langer. Om van het gezeur af te zijn besluit je om de tas toch maar voor € 69,95 te kopen. Als je dit doet, kun je later niet meer klagen over de prijs. De koop is al tot stand gekomen en reclameren over de prijs is niet langer mogelijk.

Aankopen via internet

Voor aankopen via internet geldt hetzelfde als voor aankopen in een winkel. De prijs geldt die je op de site ziet en waarvoor je een bestelbevestiging ontvangt, tenzij je kunt begrijpen dat die prijs niet kan kloppen. Bijvoorbeeld omdat deze veel te laag is. Besluit je het artikel toch voor de hogere prijs te kopen, dan kun je bij aankopen via internet hier nog wel onderuit. Je hebt namelijk een herroepingsrecht: binnen veertien dagen na ontvangst kun je laten weten dat je het artikel wilt terugsturen. Vervolgens heb je nog eens 14 dagen de tijd om dat daadwerkelijk te doen. Het herroepingsrecht wordt ook wel het retourrecht genoemd.

Conclusie

Als de prijs bij de kassa hoger is dan de prijs op het prijskaartje, dan is de hoofdregel dat de prijs op het prijskaartje geldt. Dit gaat niet op als je redelijkerwijs kunt weten dat de lagere prijs niet kan kloppen. Kortom: als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is het dat vaak ook.

Loon mag worden verrekend met Whatsapp-tijd

De medewerker in deze uitspraak verstuurt in een half jaar tijd minimaal 1.255 amoureuze Whatsappjes naar diverse dames. Nu mag hij dat natuurlijk gerust doen, in zijn eigen tijd en met zijn eigen telefoon. Maar onze Romeo doet het onder werktijd met een telefoon die hij van de werkgever ter beschikking heeft gekregen.

Na een dienstverband van meer dan zeven jaar vertrekt Romeo in augustus 2015. Hij heeft op dat moment nog 214,2 verlofuren staan, dat zijn meer dan vijf weken niet-opgenomen verlof! De werkgever van Romeo noem ik voor het gemak even Dachthetniet B.V. Romeo spreekt met Dachthetniet B.V. af dat de verlofuren worden uitbetaald en wel in drie termijnen. Het uurloon van Romeo is € 23,73, dus het gaat om een bedrag van meer dan € 5.000,-. Maar Dachthetniet B.V. ontdekt de appjes die Romeo heeft verstuurd en denkt: ‘Ik ben gekke Henkie niet! Al die tijd die Romeo heeft zitten appen, is hij niet voor ons aan het werk geweest.’. Daarom betalen ze Romeo niet.

Rechtszaak

Romeo is het wachten op zijn geld beu. Hij begint een rechtszaak waarin hij betaling van de verlofuren eist. Dachthetniet B.V. voert als verweer dat Romeo loon heeft ontvangen voor tijd die hij niet heeft gewerkt omdat hij zat te appen. Romeo was volgens Dachthetniet B.V. volledig in de wolken en in vervoering geraakt toen hij de berichten verstuurde. Daarom gaan ze uit van vijf minuten per bericht. Ze komen op 2.105 appjes. Het loonbedrag dat hieraan gelijk staat willen ze verrekenen met de vordering van Romeo. Die vervalt dan volledig.

Oordeel rechter

De rechter is het met Dachthetniet B.V. eens dat geen loon hoeft te worden betaald over de tijd die Romeo heeft besteed aan het appen. Geen arbeid, geen loon. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de oorzaak van het niet kunnen werken voor rekening van de werkgever behoort te komen. Van deze uitzondering is volgens de rechter in dit geval geen sprake. Het versturen van de appjes komt voor rekening van Romeo omdat daarvoor geen noodzaak bestond en Dachthetniet B.V. er niet van de op de hoogte was en ook niet mee heeft ingestemd.

Daar komt nog bij dat in de ‘Bedrijfseigen regeling’ van Dachthetniet B.V. uitdrukkelijk staat: ‘Incidenteel en beperkt gebruik voor persoonlijke doeleinden van de elektronische communicatie-middelen is toegestaan.’ Dit is niet de manier waarop Romeo de telefoon heeft gebruikt. Hij heeft dus gehandeld in strijd met de regeling van Dachthetniet B.V.

Vaststelling schade

Nu moet worden bepaald hoeveel loon ten onrechte is betaald en dus mag worden verrekend. Dachthetniet B.V. stelt dat er 2.105 appjes zijn verstuurd. Romeo ontkent dit. Omdat niet meer precies kan worden achterhaald hoeveel appjes het nu zijn, gaat de rechter uit van 1.255. Dit is het aantal appjes dat in ieder geval is verstuurd. Romeo geeft dit ook toe.

Hoeveel tijd Romeo aan de appjes heeft besteed is niet duidelijk. Daarom maakt de rechter een schatting. Dit mag de rechter doen volgens artikel 97 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, waarin staat: ‘De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.’. Hij gaat uit van twee a drie minuten per appje en komt op een schadebedrag van € 1.500,- bruto. Dit mag worden verrekend met de verlofuren die nog moeten worden betaald.

Voor arbeidsrechtadvocaten is dit een interessante uitspraak: tijd die besteed is aan het versturen van appjes mag worden verrekend. Maar Dachthetniet B.V. is in deze uitspraak financieel slecht af. Omdat Dachthetniet B.V. te laat betaald heeft, veroordeelt de rechter haar tot de wettelijke verhoging van € 358,29, de buitengerechtelijke incassokosten van € 584,79 en de proceskosten van Romeo van € 722,99. In totaal dus een bedrag van € 1.666,07, meer dan het bedrag dat ze mogen verrekenen. En daar komt de wettelijke rente dan nog bij. Laat het voor Dachthetniet B.V. een schrale troost zijn dat ik als arbeidsrechtadvocaat in ieder geval blij ben met dit vonnis.

Deze blog gaat niet over een populair onderwerp

Niet populair, maar wel noodzakelijk om onder uw aandacht te brengen.

Het is een onderwerp dat veel te weinig door adviseurs besproken wordt met ondernemers:  wat gebeurt er met uw bedrijf als u komt te overlijden? Een onverwachte situatie waarvan je hoopt voor jezelf, je gezin en je bedrijf dat het niet voorkomt, maar wij hebben het al een aantal keren zien gebeuren.

De problemen

De partner blijft achter, vaak met kinderen. Zij zitten vervolgens naast een emotioneel rouwproces met de verantwoordelijkheid voor uw bedrijf en de werknemers. Daarbij speelt ook nog eens dat redelijk snel successierechten betaald moeten worden over uw vermogen. Van uw bedrijf en stenen in onroerende zaken kan de belastingdienst door uw erfgenamen echter niet betaald worden. Dat geld zit immers ‘vast’. Wie moet er daarnaast leiding gaan geven aan uw onderneming en in overleg met uw erfgenamen de juiste dingen met uw bedrijven gaan doen ?

Verantwoordelijkheid van de ondernemer

U bent als ondernemer verantwoordelijk voor uw gezin, uw bedrijf en uw werknemers. Zowel bij leven als bij een eventueel onverwacht overlijden. Jammer genoeg staan maar weinig ondernemers hierbij stil. Ik heb ook wel eens de indruk dat mensen wat huiverig zijn om deze dingen te regelen, omdat ze dan op een of andere manier bang zijn dat ze het onheil over zichzelf afroepen. Onzin natuurlijk, maar de beslissing om hier geen goede voorbereidingen voor te treffen is een verantwoordelijkheid waarop ik u als ondernemer graag wil wijzen.

Binnen ons kantoor hebben wij een team bestaande uit Tanja Heslinga (die notarieel geschoold is maar de keuze heeft gemaakt voor de dynamiek van de advocatuur) en mijzelf. Wij zijn deskundig op het gebied van erfrecht, ondernemingsrecht en de combinatie van die twee. Mocht u geprikkeld worden door deze blog met een hoogst impopulair onderwerp, dan nodigen wij u als ondernemer van harte uit om met ons in gesprek te komen om gezamenlijk een plan op te stellen.

Als u nu de juiste beslissingen neemt, kan dit veel voordelen opleveren. Bovendien kunnen wij u op voorhand verzekeren dat met name uw partner/echtgenoot en uw werknemers u dankbaar zullen zijn als u hier op tijd aandacht aan besteedt.