Category : Blog

Blog Sub Title

Category Archives: Blog

Faillissement natuurlijk persoon

Niet alleen B.V.’s kunnen failliet gaan. Ook een privé persoon – in juridische termen wordt dit een natuurlijk persoon genoemd – kan in een faillissement raken. Dit gaat dan niet alleen om particulieren, maar ook om zzp’ers of eenmanszaken. Bij een eenmanszaak kan personeel in dienst zijn. Ook kan het bijvoorbeeld gaan om een winkel met meerdere filialen. De schulden kunnen dus behoorlijk oplopen. Een crediteurenlijst met enkele tonnen aan schulden komt regelmatig voor.

Benoeming curator en rechter-commissaris

Bij het uitspreken van het faillissement worden een curator en een rechter-commissaris benoemd. De curator heeft als taak al je bezittingen te gelde te maken (te verkopen). Van de opbrengst wordt de curator betaald. Het geld dat daarna over is, wordt verdeeld onder de schuldeisers. Het geheel van bezittingen en schulden in een faillissement wordt de boedel genoemd.

De rechter-commissaris houdt toezicht op de curator. De curator heeft voor veel handelingen toestemming nodig van de rechter-commissaris.

Beschikkingsonbevoegdheid bij faillissement

Een faillissement heeft nogal wat gevolgen. Een van de belangrijkste is dat je beschikkingsonbevoegd bent geworden door het faillissement. Dat betekent bijvoorbeeld dat je niets mag verkopen zonder dat de curator het weet.

Bankrekeningen worden vaak automatisch door de bank geblokkeerd. Mocht de rekening per ongeluk nog beschikbaar zijn, dan ben je toch niet bevoegd om geld op te nemen. De curator kan contact opnemen met de bank om een bankrekening te laten deblokkeren. Je hebt immers wel een rekening nodig om betalingen te ontvangen en te doen. Maar dit kan dus alleen met toestemming van de curator. En natuurlijk mag je niet rood kunnen staan op deze rekening.

Inboedel

De spullen die je nodig hebt voor je dagelijks leven blijven buiten het faillissement. Het gaat dan om kleding, bed en beddengoed, huisraad en een voorraad levensmiddelen. Als er sprake is van een zogenaamde ‘bovenmatige inboedel’ kan de curator toch bepaalde dingen verkopen. Hierbij kun je denken aan een inrichting met dure designmeubelen/antieke meubelen of als er bij jou een flatscreen van € 30.000,- aan de muur hangt.

Gevolgen voor echtgenoot

Als je in gemeenschap van goederen getrouwd bent, heeft het faillissement ook gevolgen voor je echtgenoot. Dit geldt dan namelijk als een faillissement van de gemeenschap. Je echtgenoot is niet failliet, maar kan ook niet meer beschikken over gemeenschappelijke eigendommen (spullen of geld). Mocht je echtgenoot bijvoorbeeld jullie huis willen verkopen, dan kan dit alleen met toestemming van de curator.

Het inkomen van je echtgenoot wordt meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag, zie hieronder.

Vrij te laten bedrag/beslagvrije voet

Al je inkomsten vallen in het faillissement. In de meeste gevallen wil de curator dat je inkomsten op de faillissementsrekening worden gestort (voor elk faillissement wordt een speciale rekening geopend. Dit wordt de faillissementsrekening of boedelrekening genoemd).

De curator berekent het zogenaamde ‘vrij te laten bedrag’ (VTLB). Hiervoor wordt een speciale calculator gebruikt, waarin allerlei informatie moet worden ingevuld: je inkomen, of je samenwoont, wat het inkomen van je partner is, of je minderjarige kinderen hebt, toeslagen krijgt, wat je woonlasten zijn enz. enz. Meestal is het VTLB gelijk aan de beslagvrije voet. Hier vind je meer informatie over de beslagvrije voet.

Het VTLB is het bedrag dat je zelf mag houden om van te leven. De curator maakt dit elke maand naar je over. Alles boven het VTLB valt in het faillissement.

Postblokkade

Bij elk faillissement wordt door de rechtbank een postblokkade uitgesproken. De rechtbank geeft je adres rechtstreeks door een Postnl. Het gevolg is dat al je post bij de curator terechtkomt, die de post ook openmaakt. Bij de meeste curatoren kun je de post een keer per week ophalen. Soms wordt het opgestuurd.

Rechten en verplichtingen

Tijdens een faillissement heb je nogal wat verplichtingen. In dit document vind je hierover meer informatie. Wij geven dit document altijd aan een failliet bij de eerste bespreking zodat hij direct op de hoogte is. Een aantal voorbeelden van je verplichtingen:

  • je moet alle gewenste inlichtingen aan de curator of de rechter-commissaris geven. Dit noemen we de inlichtingenplicht. De curator zal je administratie willen inzien en kan je ook vragen bepaalde stukken in te leveren

  • onder de inlichtingenplicht valt ook dat je de curator zelf op de hoogte moet brengen van veranderingen in je vermogen of andere feiten en omstandigheden die belangrijk zijn voor de afwikkeling van het faillissement. Dit gaat niet alleen om informatie waarvan je weet dat die belangrijk is, maar ook om informatie waarvan je dat behoort te weten

  • je bent zelf verantwoordelijk voor je administratie, ook bijvoorbeeld voor het doen van aangifte. Als het nodig is, moet je hier overleg met de curator over voeren

  • je moet meewerken aan de afwikkeling van het faillissement, bijvoorbeeld door het geven van een volmacht.

Einde faillissement

Een faillissement duurt minimaal een half jaar, maar in de meeste gevallen wel een tot twee jaar. Het kan op verschillende manieren eindigen: door opheffing (wegens gebrek aan baten), door gedeeltelijke betaling van de schuldeisers of door het aanbieden van een akkoord. Ook is het soms mogelijk een beroep op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen te doen (WSNP). Een verzoek tot toepassing van de WSNP kan ook tussentijds, dus als het faillissement nog loopt.

Bij opheffing van het faillissement wegen gebrek aan baten herleven de schulden. Dit betekent dat je in theorie tot in lengte van dagen achtervolgd kunt worden door schuldeisers (de verjaringstermijnen lopen niet tijdens een faillissement). Ook bij gedeeltelijke betaling van de schuldeisers kun je nog benaderd worden voor betaling van het restant.

Alleen bij beëindiging door het aanbieden van een akkoord zijn er normaal gesproken geen schuldeisers meer van voor datum faillissement die bij je aankloppen.

Doorstart na faillissement

De curatoren van de failliete ziekenhuizen in Flevoland onderhandelen over een doorstart. Hoe zit het ook maar weer met een doorstart na faillissement? We frissen uw kennis op dit gebied van het faillissementsrecht even op.

 

Geïnteresseerden

Direct na het uitspreken van een faillissement staat de telefoon roodgloeiend bij een curator. Er melden zich allerlei partijen die interesse hebben: van opkopers tot bedrijven die de failliete zaak willen doorstarten. Met alle serieuze geïnteresseerden wordt contact gelegd en zij worden in de gelegenheid gesteld een bod te doen.

 

Verkoop activa

Bij een doorstart worden de aanwezige activa verkocht aan de doorstartende partij. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inboedel, het klantenbestand, de orderportefeuille, de goodwill en domeinnamen. Als deze activa worden verkocht aan iemand die het bedrijf doorstart, levert dit vaak meer op en het is natuurlijk de taak van de curator om een zo hoog mogelijk opbrengst te genereren.

 

In elk faillissement wordt een Rechter-commissaris benoemd. Deze houdt toezicht op het werk van de curator. Voor een doorstart moet de Rechter-commissaris toestemming geven.

 

Going-concern

Ook moet de Rechter-commissaris toestemming geven om het bedrijf open te houden na het uitspreken van het faillissement. Het kan belangrijk zijn om een bedrijf door te laten draaien, omdat de opbrengst dan maximaal is. Een zaak die nog open is, is meer waard voor een doorstartende partij dan een zaak die dicht is.

 

Schuldeisers

Voor de meeste schuldeisers is een doorstart een bittere pil. Zij kunnen vaak fluiten naar hun geld omdat in de meeste faillissementen geen uitkering wordt gedaan. Dit is voor hen maar moeilijk te begrijpen, vooral als de zaak wordt voorgezet door dezelfde personen.

 

Personeel

Een faillissement is altijd erg ingrijpend voor het personeel. Het bedrijf waarvoor mensen zich met hart en ziel hebben ingezet stopt en hun toekomst wordt onzeker. In 99 van de 100 gevallen wordt het personeel door de curator ontslagen. Het UWV betaalt het loon tijdens de opzegtermijn door. Tijdens de opzegtermijn kan de curator het personeel laten doorwerken om zo het failliete bedrijf open te houden. Medewerkers die na afloop van de opzegtermijn nog geen nieuwe baan hebben, komen in aanmerking voor ww.

 

De doorstartende partij is niet verplicht het personeel over te nemen. Als het mogelijk is, zal een curator meestal wel proberen af te spreken dat zoveel mogelijk werknemers in dienst komen bij het doorstartende bedrijf. De curator moet namelijk ook rekening houden met de werkgelegenheid, een algemeen maatschappelijk belang. Maar uiteindelijk is toch doorslaggevend wie de hoogste prijs wil betalen voor het failliete bedrijf.

 

Conclusie

Een doorstart is een ingewikkeld proces, waarbij met zoveel mogelijk belangen rekening wordt gehouden. Voor schuldeisers en personeel is een doorstart niet altijd te begrijpen, maar een curator zal toch voor een doorstart kiezen als dat de hoogste opbrengst oplevert.

 

Beperkte gemeenschap van goederen op korte termijn een feit

Het wetsvoorstel beperking gemeenschap van goederen was op 19 april 2016 al met grote meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer. Inmiddels is de kogel door de kerk want op 28 maart 2017 is het wetsvoorstel eveneens aangenomen door de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding van deze nieuwe regelgeving is 1 januari 2018. Deze wetswijziging zal het huwelijksvermogensrecht ingrijpend veranderen.

Op dit moment trouwt een ieder, die geen huwelijkse voorwaarden heeft laten opmaken, in algehele gemeenschap van goederen. Dit betekent concreet dat alle goederen, dus ook schulden en vermogen, die partijen bij het aangaan van het huwelijk hadden alsmede de goederen die na het aangaan van het huwelijk worden verkregen in de gemeenschap vallen. Enkel de goederen waarvan bij testament of gift is bepaald dat deze niet in de gemeenschap van goederen vallen, de pensioenrechten waarop de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding van toepassing is en aan één van de echtgenoten verknochte goederen of schulden vallen buiten de huidige gemeenschap van goederen.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet wordt de beperkte gemeenschap van goederen de nieuwe standaard van het huwelijksvermogensrecht. Deze standaard houdt onder andere in dat al hetgeen de echtgenoten voor het aangaan van het huwelijk privé hadden (zowel schulden als vermogen), alsmede erfrechtelijke verkrijgingen en giften, buiten de gemeenschap van goederen vallen. De goederen en schulden die voor het huwelijk al gemeenschappelijk waren vallen wel in de gemeenschap. Ook de goederen en schulden die tijdens het huwelijk worden verkregen/gecreëerd vallen in de gemeenschap, ongeacht wie de schuld is aangegaan of wie het goed heeft verkregen.

Het blijft dan ook net als onder het huidige stelsel van de huwelijkse voorwaarden in het nieuwe stelsel van de beperkte gemeenschap noodzakelijk om een goede administratie te voeren. In de nieuwe wetgeving staat namelijk opgenomen dat als er tussen echtgenoten een geschil bestaat over aan wie van hen beiden een goed toebehoort en geen van beiden zijn/haar recht op dit goed kan bewijzen, het goed dan als gemeenschapsgoed wordt aangemerkt. Het is dus verstandig om voor het aangaan van het huwelijk schriftelijk vast te leggen wie welk vermogen en welke schulden heeft en vervolgens na het aangaan van het huwelijk een goede administratie bij te houden. Het gevaar is namelijk dat men denkt ‘het is en blijft mijn privévermogen, dus ik hoef mij geen zorgen te maken’. Zonder het voeren van een deugdelijke administratie loopt men dus het risico dat een goed waarvan men denkt dat dit privé is alsnog als gemeenschappelijk wordt aangemerkt.

Voor ondernemers brengt dit nieuwe stelsel niet per definitie een voordeel met zich mee. Daar maatwerk, vooral bij ondernemers, van belang is blijft ons advies om ook onder de nieuwe regelgeving huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Tot slot, om paniek (of wellicht onterechte blijdschap) onder de reeds gehuwden te voorkomen, indien u voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet reeds gehuwd bent in gemeenschap van goederen, verandert er voor u niets. Het voorhuwelijkse vermogen en de voorhuwelijkse schulden zijn al in de gemeenschap van goederen gevallen en dat blijft zo.

Heeft u vragen over de op handen zijnde wijzigingen in het huwelijksvermogensrecht en de eventuele gevolgen voor u dan kunt u contact opnemen met ons kantoor.

Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?

Sinds 1 mei 2016 is de wet ‘Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie’ ingevoerd. Deze wet is van invloed op Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP’ers) en hun opdrachtgevers. De hoofddoelstelling van deze wet is het terugdringen van ‘schijnzelfstandigheid’. Hiervan is sprake als een ZZP’er eigenlijk beschouwd moet worden als een werknemer in loondienst, en er dus sprake is van een arbeidsovereenkomst, hetgeen grote (fiscale) gevolgen kan hebben voor de portemonnee van zowel de ZZP’er als de opdrachtgever. Indien er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan is er sprake van een overeenkomst van opdracht.

Waar zit het verschil tussen een arbeidsovereenkomst en een overeenkomst van opdracht? De wet schrijft voor dat voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst er sprake moet zijn van ‘Arbeid’, ‘Gezag’ en ‘Loon’. De ZZP’er moet daadwerkelijk zelfstandig zijn en niet afhankelijk zijn van de opdrachtgever. Zo moet de ZZP’er bijvoorbeeld eigen bedrijfskleding, gereedschap en vervoer hebben en mogen ze niet als werknemer behandeld worden. Een kerstpakket voor de ZZP’er zit er dus niet in. Uit jurisprudentie blijkt dat niet één kenmerk beslissend is, maar dat alle omstandigheden eraan bijdragen om te beslissen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. In de praktijk zijn er veel ‘grensgevallen’ en is er veel onduidelijkheid hieromtrent.

De Rechtbank Noord-Holland heeft zich recentelijk uitgelaten over deze vraag. In deze rechtszaak was het de vraag of een pakketbezorger, die pakketten bezorgde voor TNTpost, moest worden aangemerkt als werknemer of als opdrachtnemer. De Rechtbank behandelde kort gezegd de volgende aspecten:

  • wat heeft partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen gestaan?
  • op welke wijze geschiedde de beloning?
  • was er een ondernemingsrisico/investeringsrisico?
  • wat was de mate van zelfstandigheid; in hoeverre had TNTpost een instructiebevoegdheid?

Tussen de partijen was een pré-contract afgesloten waarin was bepaald dat de intentie niet was dat de pakketbezorger in dienst van TNTpost zou komen. Vervolgens is er een vervoersovereenkomst gesloten, op basis waarvan de pakketbezorger per ‘stop’ betaald kreeg. De pakketbezorger heeft enkele maanden in een gehuurde bus gereden, waarna hij een leasecontract voor een eigen bus heeft afgesloten. Hij droeg daarbij de – verplicht voorgeschreven – bedrijfskleding van TNTpost en gebruikte de pakketscanner van TNTpost Ook gaf TNTpost instructies over hóe hij zijn werk moest uitvoeren. De pakketbezorger reed voornamelijk zelf zijn ritten, maar had voor 22% van de tijd ook een vaste vervanger. Deze vervanger was ook een ZZP’er met een eigen bus.

De Kantonrechter heeft geoordeeld dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de pakketbezorger bewust en op eigen initiatief heeft gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap. Doorslaggevend is daarbij geweest dat de pakketbezorger al eerder was gevestigd als zelfstandig ondernemer, hij het leasecontract voor zijn bus pas had afgesloten ná de totstandkoming van de vervoersovereenkomst en dat hij zichzelf structureel liet vervangen bij zijn werkzaamheden, waarbij hij zijn vervangers een lager bedrag betaalde dan hij zelf ontving.

Op basis van de omstandigheden had de Kantonrechter ook zomaar kunnen oordelen dat er wél sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het is dan ook maar de vraag of de uitspraak in een eventueel hoger beroep stand houdt. Wat daar verder van zij; het blijft koffiedik kijken en het kan dus alle kanten op. Deze onzekerheid maakt dat zowel ZZP’ers als opdrachtgevers hun ‘arbeidsrelatie’ dienen te beoordelen en afdoende dienen vast te leggen, zodat beide partijen niet voor onverwachte (fiscale) claims komen te staan.

Wilt u uw arbeidsrelatie beoordeeld hebben, of wilt u een inventarisatie van de risico’s die u met betrekking tot dit onderwerp loopt? Ons kantoor geeft u graag advies.

Erfgenamen, let op!!

Als een dierbare komt te overlijden, is de erfenis niet per se direct het eerste waar iemand aan denkt. Het is echter wel van belang om hier zo spoedig mogelijk actie in te ondernemen, nu het in de praktijk (helaas veel te) vaak voorkomt dat een ander met weinig goeds in de zin een dergelijke afwikkeling oppakt. We blijven het dan ook adviseren: aanvaard beneficiair! De erfgenamen dienen daarna gezamenlijk op te treden en de afwikkeling is aan regels gebonden.

Enkele praktijkvoorbeelden waar het niet volgens de regels is gegaan:

Ton aan erfenis verduisterd door executeur

Een aantal jaar geleden is een man als executeur van de erfenis van een overleden familielid opgetreden. Hij was zelf ook erfgenaam van dit familielid. Het is vervolgens aan de executeur (die aan het roer kan staan bij een zuivere aanvaarding van de nalatenschap) om te zorgen voor een goede verdeling. De man hield echter totaal geen rekening met de belangen van de andere erfgenamen; hij heeft onder andere meermalen bedragen overgeboekt naar zijn eigen rekening, waarmee hij dan zijn eigen schulden betaalde. Het ging in totaal om een bedrag van € 118.250,00. De mede-erfgenaam wist van niets en moest van de fiscus vernemen dat er geld te verdelen was. Hij deed aangifte en begon een zaak.

Gehele erfenis gecremeerd

Een andere bijzondere zaak waarin dit jaar uitspraak is gedaan, is de kwestie waarbij een vrouw de volledige erfenis van haar vader had mee gecremeerd. Een bedrag van ruim € 72.000,00 werd bij vader in de kist gestopt en ging in vlammen op. De vrouw was van mening dat dit geld alleen aan haar vader toekwam en dat niemand anders recht had op dit bedrag. Het geld werd verbrand, waar de broer van de vrouw achteraf achter kwam. Hij besloot hier werk van te maken en deed aangifte. De vrouw is veroordeeld wegens verduistering en heeft een taakstraf opgelegd gekregen. Uiteraard moest zij tevens haar broer de helft van de erfenis terug betalen.

Conclusie

Laat u bijstaan door kundige personen, voor het te laat is. Bovengenoemde praktijkvoorbeelden zijn uiteraard erg extreem, maar het komt vaker voor dan u denkt. Het is dan ook zaak om een jurist/advocaat/notaris te betrekken die over uw schouder meekijkt bij de afwikkeling. Is er toch reeds kwaad geschied of vermoedt u dat een en ander niet in de haak is, trek dan tijdig aan de bel. U bent altijd welkom voor een adviserend gesprek over de afwikkeling van een erfenis. Wij kunnen u dan wijzen op de risico’s en de valkuilen. Mocht er al geld zijn verdwenen of vreest u daarvoor, dan kunnen wij direct actie ondernemen!

Een ongewenste publicatie van je portret? Dit zijn je rechten!

Eerder schreef ik al over het feit dat iemand met een beroep op zijn portretrecht kan voorkomen dat een foto, waarop de desbetreffende persoon herkenbaar in beeld is, gepubliceerd wordt. Maar wat is nu precies het portretrecht? En wanneer kun je je met succes tegen publicatie van je portret verzetten?

Portretrecht

Het portretrecht betreft de rechten die een geportretteerde heeft met betrekking tot de publicatie van het portret dat van hem is gemaakt. Hierbij kun je onderscheid maken tussen de situatie dat van iemand ongevraagd een portret wordt gemaakt en de situatie waarbij iemand opdracht geeft tot het maken van zijn portret. Van deze laatste situatie is sprake als iemand zich bijvoorbeeld laat fotograferen door een fotograaf. Van de eerste situatie is bijvoorbeeld sprake als iemand een foto maakt waar je ‘toevallig’ op staat en deze vervolgens op social media plaatst.

Het auteursrecht geeft de regels van het portretrecht. Het portretrecht geldt tot 10 jaar na overlijden. Zoals ik de vorige keer al aangaf, zijn het portretrecht en het auteursrecht nauw met elkaar verbonden.

Wat is eigenlijk precies een portret?

Daar waar het vroeger bij een portret nog moest gaan om de situatie dat het gelaat van een persoon op de afbeelding stond, is het begrip ‘portret’ sindsdien aanzienlijk opgerekt. Er is al sprake van een portret bij een afbeelding als de persoon kan worden herkend. Ongeacht of het gelaat van de geportretteerde kan worden herkend. Een karakteristieke lichaamshouding of de omgeving waar het portret is gemaakt kan dus bepalend zijn.

Het maakt overigens, voor de toepasselijkheid van het portretrecht, niet uit of er nu sprake is van een foto, schilderij, tekening, 3D-model of anderszins. Relevant is de vraag of de geportretteerde is te herkennen. Zo is ook een karikatuur als een portret aan te merken.

Niet in opdracht gemaakte portretten

Indien een opdracht ontbreekt dan mag de geportretteerde op grond van het portretrecht de publicatie (openbaarmaking) van zijn portret tegengaan als hij tegen deze openbaarmaking een redelijk belang heeft. Vaak spelen hierbij privacy- of commerciële argumenten een belangrijke rol.

Zo kan bijvoorbeeld een BN’er zich verzetten tegen openbaarmaking als zijn portret geld waard is en hij deze zelf commercieel wil exploiteren. Men spreekt in dat geval van een verzilverbare populariteit. Denk hierbij aan reclamedoeleinden. In beginsel is er een redelijk belang als een portret voor een commercieel doel gebruikt wordt.

Bij privacy gaat het om de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De Hoge Raad heeft bepaald dat iemand in beginsel een redelijk belang heeft tegen publicatie als hij daardoor in zijn privé-sfeer wordt geraakt. Als de foto op straat is gemaakt is dat minder een inbreuk dan een foto thuis. Ook zijn intieme foto’s al snel een inbreuk. Verder speelt de context van de foto een rol. Als een portret in een smadelijke of lasterlijke context gebruikt wordt, maakt deze sneller inbreuk op het privacy-belang van de geportretteerde. Men dient dus in de meeste gevallen een afweging te maken tussen enerzijds het privacybelang van de geportretteerde en anderzijds de vrijheid van meningsuiting. De omstandigheden van het geval bepalen of in het desbetreffende geval de privacy van de geportretteerde of de vrijheid van meningsuiting van de maker (of een willekeurige derde) zwaarder moet wegen.

In opdracht gemaakt portret

Als het portret in opdracht is gemaakt dan gelden er andere regels. Naast het feit dat de geportretteerde het portretrecht heeft op de afbeelding heeft de maker van het portret, bijvoorbeeld de fotograaf, het auteursrecht daarop. Voor openbaarmaking van een portretfoto die in opdracht is gemaakt is dan ook toestemming nodig van zowel de fotograaf als de geportretteerde.

 

De maker mag zijn portret niet openbaar maken zonder toestemming van de geportretteerde. Een fotograaf die een portretfoto heeft gemaakt mag deze dus niet zonder toestemming op het internet plaatsen. Is er sprake van een foto waarop meerdere mensen zichtbaar zijn dan is voor publicatie toestemming nodig van alle geportretteerden.

 

De geportretteerde heeft daarnaast nog meer rechten op grond van de Auteurswet. Zo mag hij zonder toestemming van de maker zijn eigen portret verveelvoudigen. Ook hier geldt overigens weer dat als er meerdere personen op de foto staan, ieder van hen toestemming nodig heeft van de andere geportretteerde voor verdere verveelvoudiging.

 

“Better safe than sorry”

Doordat iedereen tegenwoordig met zijn mobiel foto’s maakt en deze foto’s in één oogwenk op internet plaatst, is de kans groot dat je eens ongevraagd op het internet opduikt. Zoals we gezien hebben is het dan niet zonder meer zo dat je daaraan niets kunt doen. Voor de maker, meestal een fotograaf, geldt dat hij ook bij portretten die niet in opdracht zijn gemaakt beter altijd toestemming kan vragen alvorens hij het portret publiceert.

 

Let overigens extra op bij het publiceren van foto’s via social media. Hoewel bij publicatie het auteursrecht bij de maker blijft, is het in veel gevallen zo dat je aan het gebruikte platform (bijvoorbeeld Facebook of Instagram) een licentie geeft voor het gebruik van de foto. Schrik dan ook niet als de foto ineens opduikt in een advertentie. Ook dan kunnen er derden zijn die een portretrecht hebben. Het is dan extra vervelend (en kostbaar) als de personen die ongevraagd zichtbaar zijn op de foto zich met succes verzetten tegen de publicatie. De schade zal in dat geval vele malen groter zijn.

Wil je je zelf verzetten tegen een ongevraagde publicatie van je portret? Of ben je fotograaf en wil je graag meer informatie over dit onderwerp? Neem dan contact op met advocaat mr. Jelmer de Vries. Hij kan u bijvoorbeeld helpen bij het opstellen van een overeenkomst waarin de maker en geportretteerde voorafgaand duidelijke afspraken maken over het verdere gebruik van het portret. Ook hiervoor geldt: better safe than sorry!

Foto’s gebruiken van het internet? LET OP!

Iedereen doet het wel eens. Een foto van internet kopiëren en deze zelf gebruiken. Maar mag dat zomaar? In dit artikel de belangrijkste regels over het gebruik van foto’s.

Intellectueel eigendomsrecht

Intellectueel eigendomsrecht is een verzamelnaam voor rechten op intellectuele creaties zoals foto’s, teksten en muziek, maar ook voor merken, vormgeving, uitvindingen, software en al dan niet meer. Het is mogelijk dat een creatie door meerdere intellectuele eigendomsrechten tegelijk wordt beschermd. De bekendste rechten, waarvan u waarschijnlijk wel eens gehoord heeft, zijn het merkenrecht, octrooirecht, handelsnaamrecht en het auteursrecht. Deze rechten zijn vastgelegd in nationale en internationale wetgeving.

Auteursrecht

Bij een foto heb je altijd te maken met het auteursrecht. Dit is het recht van de maker (de auteur of, zoals deze normaal gesproken wordt genoemd, de fotograaf) van een werk van literatuur, wetenschap of kunst. De maker heeft (in beginsel) het uitsluitend recht om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn werk wordt openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Met andere woorden: je hebt te maken met het eigendomsrecht van de fotograaf op de foto en een ander mag daarover niet vrij beschikken.

Het auteursrecht komt direct na het maken van de foto tot stand en geldt voor iedere foto die origineel/creatief is. Een productfoto met een witte achtergrond is bijvoorbeeld in veel gevallen niet origineel/creatief genoeg om daarop het auteursrecht te verkrijgen. Je hebt dus ook het auteursrecht op de vakantie- en familiekiekjes die je maakt. Of je deze nu maakt met je mobiele telefoon of met een professionele camera, dat maakt geen verschil.

Als de maker de foto vervolgens op het internet plaatst geeft hij daarmee (in beginsel) zijn rechten niet prijs. Het is dan nog steeds niet toegestaan deze te kopiëren. Daarvoor heeft u toestemming nodig.

Geen toestemming hebt u nodig indien u:

  • de maker bent van de foto;
  • de foto door een werknemer in uw opdracht is gemaakt;
  • de eigendomsrechten hebt overgenomen van de maker.

Inbreuk

Heeft u geen toestemming maar gebruikt u de foto wel, dan maakt u daarmee inbreuk op de auteursrechten van de maker. Een uitzondering hierop is een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik. Voorbeelden hiervan zijn overschrijven, natekenen, naschilderen, fotokopiëren en uitprinten. U mag in dat geval één of enkele kopieën maken. Belangrijk hierbij is dat dit zonder commercieel oogmerk gebeurt. In het andere geval bent u schadeplichtig.

Schadeplichtig

Dát er schade is door de inbreuk is voor de rechter een gegeven. De vraag hoe hoog de schade is, is lastig te begroten. Om die reden wordt in vrijwel alle zaken de vergoeding als uitgangspunt genomen die verschuldigd zou zijn geweest indien de maker toestemming zou hebben gegeven voor de overname. Deze schadevergoedingen kunnen hoog oplopen, dus wees gewaarschuwd!

Foto’s zonder rechten

Op sommige foto’s rust geen auteursrecht. Deze zijn zogenaamd rechtenvrij. Deze foto’s zijn onder andere te vinden op stocksites, waar de foto’s gratis worden aangeboden.

Hier vindt u een groot overzicht van sites met daarop rechtenvrije foto’s. U kunt deze foto’s gebruiken zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over mogelijke rechten van anderen. Onderzoek wel bij iedere foto of deze inderdaad rechtenvrij is.

Conclusie

Als u de volgende keer weer een foto van het internet haalt en deze gebruikt dan dient u zich er, indien u niet zelf de maker bent, aldus van te vergewissen dat de foto ofwel rechtenvrij is, of dat u toestemming heeft gekregen van de maker. Alleen in dat geval bent u er zeker van dat u met het gebruiken van de foto achteraf geen gedoe krijgt.

Maar…denk nog om het portretrecht!

De enige vraag die u zichzelf als maker voor publicatie nog moet stellen is of er op de foto herkenbare personen staan die een redelijk belang hebben dat zich tegen publicatie verzet. Is dat het geval, dan krijgt u te maken met het portretrecht van die personen. Indien zij een redelijk belang hebben dat zich tegen publicatie verzet, dan kan dat alsnog verhinderen dat u de foto mag gebruiken. Over deze rechten van de geportretteerde in een volgend artikel meer.