Blog Archives

Blog Sub Title

All posts by woltman

Voorlopige voorziening ontgrondingsprocedure gewonnen en toch niet tevreden

Soms kun je als advocaat een zaak winnen, maar toch niet helemaal tevreden zijn met de uitspraak van de rechter. Wij spreken met advocaat Femke Gietema-van der Heide over zo’n zaak.

 

Om wat voor soort zaak gaat het?

Mijn cliënt is akkerbouwer. De provincie heeft een ontgrondingsvergunning afgegeven aan de gemeente voor land dat direct naast de landbouwgrond van mijn cliënt ligt. De gemeente wil hier woningen gaan bouwen. Een ontgrondingsvergunning is nodig als je bijvoorbeeld grond wilt afgraven. In deze zaak zal het waterpeil in het land van mijn cliënt dalen door het ontgronden. Daardoor komt er water van slechte kwaliteit in het land van mijn cliënt (brak water). Mijn cliënt is hier natuurlijk niet blij mee.

 

Wat is het juridische probleem?

Daarvoor moet ik eerst even uitleggen hoe dit precies in elkaar zit. Er lopen eigenlijk meerdere procedures door elkaar.

 

Bodemprocedure

De eerste procedure is de bodemprocedure. Er is beroep aangetekend tegen de ontgrondingsvergunning. De landbouwgrond en de gewassen van mijn cliënt zullen in kwaliteit afnemen door het brakke water. Daardoor ontstaat er schade voor mijn cliënt.

 

Tweede procedure: voorlopige voorziening I

De tweede procedure is een voorlopige voorziening. Mijn cliënt heeft schorsing van de ontgrondingsvergunning gevraagd bij de Raad van State. Dit is dus gebeurd in een voorlopige voorziening. In het civiel recht wordt dit een kort geding genoemd. Het is een voorlopige maatregel, die geldt totdat er een uitspraak ligt in de bodemprocedure. De ontgrondingsvergunning is niet geschorst

 

Derde procedure: voorlopige voorziening II

In de tweede voorlopige voorziening is weer om schorsing van de ontgrondingsvergunning gevraagd. Deze keer is het verzoek toegewezen. Dat betekent dat de ontgrondingswerkzaamheden tijdelijk stil liggen.

 

Vierde procedure: voorlopige voorziening III

Er zijn inmiddels drie deskundigenrapporten opgesteld: een namens de provincie, een namens ons en een door een deskundige die door de Raad van State is benoemd. Dit derde rapport wilde de gemeente gebruiken om de schorsing te laten opheffen. De gemeente heeft toen een derde voorlopige voorziening opgestart, ook weer bij de Raad van State. Wij hebben deze procedure gewonnen. De schorsing blijft bestaan. Er mogen voorlopig geen ontgrondingswerkzaamheden worden uitgevoerd naast het land van mijn cliënt. De woningbouwplannen liggen stil.

 

Waarom heb je de derde voorlopige voorziening gewonnen?

De Raad van State vindt dat de inhoud van het derde deskundigenrapport nog niet vaststaat. Wij hebben een zienswijze ingediend tegen het derde deskundigenrapport (ook tegen het tweede rapport trouwens). Omdat het derde deskundigenrapport niet definitief is, kan dit rapport geen reden zijn om de schorsing op te heffen. De uitkomsten staan nog niet vast.

Verder zegt de Raad van State dat een voorlopige voorzieningsprocedure niet geschikt is om te discussiëren over deskundigenrapporten, dit moet in de bodemprocedure gebeuren en die staat binnenkort op de agenda.

 

Je hebt gewonnen! Waarom ben je dan niet helemaal tevreden met de uitspraak?

Een van de eisen voor het vragen van een voorlopige voorziening is dat het om een spoedkwestie moet gaan. Er moet zoveel haast bij zijn dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De juridische uitdrukking hiervoor is ‘spoedeisend belang’. De Raad van State zegt in de uitspraak helemaal niets over het spoedeisend belang. Terwijl ik vind dat er geen spoedeisend belang is en dat de vordering van de gemeente daarop had moeten worden afgewezen. De Raad van State heeft ondanks dat een beslissing genomen op de inhoud. Ik vind de uitspraak daarom juridisch onvolledig. Mijn cliënt had ook moeten winnen doordat er geen sprake was van spoedeisend belang. De uitkomst was uiteindelijk wel hetzelfde gebleven. Maar als advocaat wil je toch ook graag een juridisch correcte en volledige uitspraak.

Natuurlijk staat het belang van mijn cliënt voorop en ben ik blij voor hem dat er voorlopig geen ontgrondingswerkzaamheden naast zijn land zullen plaatsvinden.

 

De advocaat die een aanbetaling moest doen

De vrouw van advocaat Sprong wil graag een nieuwe keuken. Met zo’n hip kookeiland, en laden in plaats van kastjes. En o ja, een apothekerskast voor de kruidenpotjes staat ook op haar verlanglijstje. Sprong maakt zich een aantal zaterdagen vrij om op keukenjacht te gaan. Woonboulevard in, woonboulevard uit. Zijn vrouw is nog erger dan zijn meest kritische cliënt, maar uiteindelijk vinden ze hun droomkeuken bij Knotskeukens. Sprong staat inmiddels te popelen om weer aan het werk te gaan en na een lang gesprek met verkoper Jeroen van Knotskeukens over het al dan niet nemen van een wokbrander en andere levensbelangrijke keukenattributen zijn ze eruit.

‘Hier heb ik jullie offerte. De keuken die jullie willen komt inclusief montage op een totaalbedrag van € 8.228,-. Van mij krijgen jullie een knotsgekke korting van € 228,-, dan komen we op een mooi rond bedrag van € 8.000,-’, zegt verkoper Jeroen. ‘Een aanbetaling van 60% is verplicht.’ ‘Wat?’, bast Sprong, ‘Een aanbetaling van 60% zeg je? Ten eerste is een aanbetaling nooit verplicht. Dat staat misschien in uw algemene voorwaarden, maar daarmee hoef ik niet akkoord te gaan. Ten tweede kan een consument volgens artikel 7:26 Burgerlijk Wetboek maximaal een aanbetaling van 50% verschuldigd zijn als het gaat om de aankoop van producten.’ Sprong haalt even adem, hij loopt inmiddels een beetje rood aan. ‘En ten derde doe ik nooit en te nimmer aanbetalingen. Weet u waarom niet? Als uw bedrijf failliet gaat, kan ik fluiten naar mijn centen.’.

‘Knotskeukens failliet? Daar is absoluut geen sprake van. Onze orderportefeuille zit barstensvol en de zaken lopen als een trein.’, werpt Jeroen tegen. ‘Kan wel zijn’, zegt Sprong, ‘maar een aanbetaling doe ik niet. Voor jullie tien andere Keukentopshops, Keukenbeukers of Megasupervetkeukens. En bovendien, jullie zijn niet eens bij het CBW aangesloten. Dus ik ben mijn geld echt kwijt bij een faillissement’. Hij negeert het gekuch van zijn vrouw, die haar zinnen op deze keuken heeft gezet. Als Jeroen voet bij stuk houdt zal het keukencircus voor Sprong weer van voren af aan beginnen. ‘Niemand maakt hier ooit een probleem van’, zegt Jeroen, terwijl hij zijn stoel naar achter schuift. ‘maar ik zal overleggen met de chef.’

‘Nou, je wordt bedankt!’. De vrouw van Sprong is not amused. ‘Heb ik eindelijk de perfecte keuken gevonden, komt hij weer aan met zijn Burgerlijk Wetboek.’ ‘Maar schat, het is echt zo dat we niet verplicht zijn een aanbetaling te doen.’ ‘Ja, dat zal allemaal wel maar ik wil deze keuken.’. Sprong zucht eens diep. ‘Zullen we eerst even afwachten waar hij mee komt? We kunnen altijd nog proberen het bedrag van de aanbetaling naar beneden te krijgen, want € 4.800,- is echt veel geld.’

‘Zo’, zegt Jeroen. ‘Ik heb even overleg gehad. De chef zegt dat het niet mogelijk is om een uitzondering te maken. Wij vragen altijd een aanbetaling van onze klanten omdat wij kosten moeten maken als we een keuken bestellen. Dus als jullie deze keuken willen, zullen jullie een aanbetaling moeten doen.’. Sprong zit klem: hij wil geen aanbetaling doen, maar zijn vrouw wil beslist deze keuken en ze staat niet bepaald bekend om haar meegaande aard. Hij heeft ook niet veel zin om nog meer zaterdagen door te brengen in keukenzaken. ‘Prima’, zegt Sprong, ‘we doen een aanbetaling. Maar niet van € 4.800,-. Maximaal € 2.000,-, daar ben ik toe bereid.’. Jeroen denkt even na. ‘Deal, een aanbetaling van € 2.000,- is akkoord.’. ‘Ik wil dit wel schriftelijk vastgelegd hebben.’, geeft Sprong aan. Jeroen zucht. Houdt het dan nooit op? Hij krijgt een beetje hoofdpijn van deze klant. ‘Niks bijzonders, we zetten het er gewoon met pen bij: klant doet, in afwijking van het bepaalde in de algemene voorwaarden, een aanbetaling van € 2.000,-. Handtekeningen erbij, klaar.’.

Als ze Knotskeukens uit lopen zegt zijn vrouw: ‘Weet je, die keuken bij Megasupervetkeukens vond ik eigenlijk ook wel heel leuk.’

Moraal van dit verhaal

Doe liever geen aanbetalingen. Waarom niet? Omdat je bij een faillissement je geld kwijt bent. Het doen van een aanbetaling is niet verplicht. Sommige bedrijven weigeren zaken met je te doen als je niets aanbetaalt. Je zult dan een ander bedrijf moeten zoeken.

Doe je wel een aanbetaling, dan zijn er verschillende regels voor diensten en producten.

Aanbetaling voor producten

Voor producten geldt dat je niet kunt worden verplicht meer dan 50% aan te betalen. In onderling overleg kun je wel afspreken dat meer wordt aanbetaald, maar daarbij loop je dus een groot risico.

Aanbetaling voor diensten

Voor diensten (bijvoorbeeld een schilderklus) is geen maximum bepaald in de wet. Ook hier geldt dat je onderling afspraken kunt maken over de hoogte van de aanbetaling.

Sommige bedrijven hebben een aanbetalingsgarantie. Kijk altijd goed naar de voorwaarden hiervan. Is het bedrijf waar je zaken mee doet aangesloten bij het CBW (Centrale Branchevereniging Wonen) dan heb je mazzel, want zij hebben een regeling voor dit soort gevallen.

Waar moet je op letten als je problemen hebt met een tweedehands auto?

In 2018 zijn er in Nederland maar liefst 1.991.265 tweedehands auto’s verkocht. In dit artikel laten we je weten waar je op moet letten als je problemen krijgt met je tweedehandsje. Dit doen we met een voorbeeld.

 

Max is 18 en heeft net zijn rijbewijs gehaald. Hij rijdt nu vaak in de auto van zijn moeder, maar hij wil natuurlijk erg graag zelf een auto hebben. Max heeft gespaard en een bedrag van € 2.500,- bij elkaar gesprokkeld met zijn baantje bij de Jumbo. Zijn ouders hebben dit bedrag verdubbeld, dus Max kan een totaalbedrag van € 5.000,- besteden. Bijna dag en nacht is hij op Autoscout24 te vinden en na een week zoeken vindt hij zijn droomauto: een metallic grijze VW Golf met een vraagprijs van € 4.999,-. In de advertentie staat:

 

Te koop aangeboden een in zeer goede staat verkerende Volkswagen Golf 1.9 TDI Sportline van het bouwjaar 2005. De auto heeft 223.690 kilometer gereden, tellerrapport aanwezig en boekjes. Altijd netjes onderhouden. Optisch verkeert de auto ook in nette staat.

Aanvullende opties en accessoires:

Alarm klasse 1 (startblokkering)

garantie bespreekbaar

Buitenspiegels in carrosseriekleur

Bumpers in carrosseriekleur.

 

De auto staat te koop bij een garagebedrijf in de buurt. De volgende dag, op 1 mei 2018, gaat Max direct samen met zijn vader de auto bekijken. Hij maakt een proefrit door het dorp en over de snelweg. Max zet de ingebouwde stereo op max en is wildenthousiast. ‘Boem boem boem’, zo scheurt hij een half uur rond. Het liefst neemt hij de auto direct mee naar huis, maar zijn vader stelt toch nog wat kritische vragen. Een kilometerstand van 223.690 is natuurlijk niet niks, maar de verkoper verzekert Max en zijn vader onder het genot van een kopje automatenkoffie dat de Golf gerust nog wat kilometertjes mee kan. En als Max de vraagprijs betaalt, krijgt hij drie maanden garantie.

 

Met een handdruk wordt de koop gesloten. Max is de trotse eigenaar van de Golf. Maar het blijkt een grote bron van ellende. Keer op keer laat de auto Max in de steek: er zijn startproblemen en ook moet de motorolie elke week worden bijgevuld. Dit begint al twee weken na de koop. Een paar keer heeft Max de auto naar de garage gebracht, maar de problemen blijven. De garage wil verder niks meer doen omdat de garantietermijn van drie maanden om is. Max heeft de garage op 15 juni 2018 een aangetekende brief gestuurd met zijn klachten, maar geen reactie gekregen. In plaats van een scheurijzer heeft Max een barrel gekocht waar hij niets aan heeft. Een andere garage heeft naar de auto gekeken en gezegd dat de auto een lekke koppakking heeft. De startproblemen komen door een storing in het alarmsysteem. Reparatie kost € 1.500,-. Max komt bij een van onze advocaten en vraagt om advies. Wij gaan de volgende punten bij langs.

 

Verborgen gebreken auto / non-conformiteit auto

 

Vroeger werd vaak de term ‘verborgen gebreken’ gebruikt. Tegenwoordig heet dat ‘non-conformiteit’. Een auto moet de eigenschappen hebben die je op grond van de koopovereenkomst mag verwachten. Dit is vastgelegd in de wet (artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek). Als dat niet zo is, is de auto dus niet ‘conform’ de koopovereenkomst. Vandaar de term ‘non-conformiteit’.

 

Het is de vraag welke eigenschappen Max van de auto mag verwachten. Dit hangt bijvoorbeeld af van:

  • het soort auto
  • de prijs van de auto
  • het bouwjaar
  • de kilometerstand
  • informatie die de garage/verkoper heeft gegeven
  • waar/van wie je de auto koopt (particulier of (Bovag)garage)

 

Van een auto van vijf jaar oud met een kilometerstand van 60.000 en een koopprijs van € 20.000,- mag je meer verwachten dan van een dertien jaar oude Golf met een kilometerstand van 223.690,- en een koopprijs van € 5.000,-.

 

Onderzoeksplicht en mededelingsplicht

 

Dan kijken we naar de zogenaamde onderzoeksplicht en de mededelingsplicht.

 

Max heeft de plicht om onderzoek te doen naar de auto. Hierbij kun je denken aan de proefrit en het stellen van vragen aan de verkoper, waarbij goed moet worden doorgevraagd. Dit hebben Max en zijn vader ook gedaan. Soms is het verstandig een aankoopkeuring bij een andere garage te laten doen. Dit kan vooral handig zijn als een probleem pas na zes maanden duidelijk wordt. Hierover later meer.

 

De verkoper moet op zijn beurt Max informeren over problemen met de auto waarvan hij op de hoogte is of had moeten zijn. Hierbij telt zwaarder dat Max de auto koopt van een garagebedrijf. Als hij op Marktplaats een auto van een particulier had gekocht kun je verwachten dat deze particulier minder deskundig is dan een garagebedrijf. De verkoper heeft in de advertentie allerlei informatie over de Golf gezet, maar hij heeft niets gemeld over gebreken. Ook tijdens het gesprek is daarover niets verteld.

 

Bewijs

 

Hier is van belang wanneer de problemen zijn ontstaan: binnen zes maanden of heeft het langer geduurd?

 

Als de problemen binnen zes maanden ontstaan, gaat de wet er vanuit dat ze al aanwezig waren op het moment van verkoop. De verkoper moet dan bewijzen dat de auto goed was.

 

Als het langer dan zes maanden duurt voordat de problemen ontstaan, moet de koper bewijzen dat de auto niet voldoet aan de verwachtingen die je mag hebben op grond van de koopovereenkomst. Een rapport van een aankoopkeuring kan hierbij erg handig zijn.

 

Klachttermijn: is op tijd geklaagd?

 

Het is verstandig om te klagen zodra je ontdekt dat de auto niet goed is. Wacht je langer dan twee maanden, dan ben je te laat. Stuur altijd een aangetekende brief waarin je precies uitlegt wat het probleem is met de auto.

 

Hoe het verder gaat met Max

 

Nu hebben we alle juridische regeltjes op een rijtje. We kunnen de checklist voor Max gaan afvinken.

 

Klachttermijn: heeft Max op tijd geklaagd? Ja, hij heeft de auto na twee weken teruggebracht naar de garage en ook een aangetekende brief gestuurd. Hiervoor heeft hij een voorbeeld gebruikt van Consuwijzer.

 

Bewijs: als Max een procedure opstart tegen de garage, dan zal de garage moeten bewijzen dat de auto goed was conform de koopovereenkomst. De problemen met de auto zijn immers binnen zes maanden ontstaan. Het maakt niet uit dat de garantietermijn om is. Garantie is alleen handig voor het bewijs. Als er binnen de garantietermijn iets gebeurt, zal de verkoper de auto meestal zonder morren repareren. Maar dat wil dus niet zeggen dat je geen rechten meer hebt als de garantietermijn om is. Gelukkig kun je altijd terugvallen op de wet.

 

Onderzoeksplicht en mededelingsplicht: Max en zijn vader hebben onderzoek gedaan naar de auto. Ze hebben een proefrit gemaakt en vragen gesteld aan de verkoper. De verkoper heeft niets verteld van de gebreken. Max mag ervan uitgaan dat de verkoper de auto goed heeft nagekeken voor hij hem te koop zette en dus op de hoogte was van de problemen. Mocht dit niet zo zijn, dan kan Max zich op het standpunt stellen dat de verkoper van de problemen op de hoogte had moeten zijn.

 

Conform of niet conform (verborgen gebreken)? Hier wordt het wat lastiger. De vraag is wat Max mocht verwachten van de aankoop. Hij heeft bij een garagebedrijf een dertien jaar oude dieselauto gekocht voor € 5.000,- met een kilometerstand van 223.690. Zijn verwachtingen mogen niet al te hoog zijn, dit gelet op de leeftijd van de auto en de kilometerstand. Aan de andere kant geeft de garage in de advertentie aan dat de auto in zeer goede staat verkeert en altijd netjes is onderhouden. Ook bij doorvragen is niets gemeld over de problemen. En een bedrag van € 5.000,- is ook weer niet niks, zeker voor een diesel.

 

We adviseren Max actie tegen de garage te ondernemen. Namens Max sturen we een brief, waarin we de garage nog een keer de kans geven de problemen met de auto binnen vier weken op te lossen. Max heeft slechte ervaringen met de garage en wil liever van hen af. Maar volgens de wet moet de verkoper de kans krijgen om de overeenkomst goed uit te voeren. De garage laat weten dat ze hier niet aan meewerken. Ze ‘zijn wel klaar met deze zaak’. Max heeft nu twee mogelijkheden:

  1. hij kan de auto laten repareren en de kosten terugvorderen van de garage waar hij de auto heeft gekocht. Als deze de kosten niet betaalt, zal Max naar de rechter moeten stappen om zijn geld te krijgen;
  2. Max kan de koopovereenkomst ontbinden. Dat betekent dat hij de auto terugbrengt en zijn geld terugkrijgt.

 

Hij kiest voor het laatste. Namens Max ontbinden we de koopovereenkomst. Hij krijgt zijn geld terug en levert de auto in. Nu kan hij op zoek naar een andere Golf, hopelijk een die minder kuren heeft.

 

Heb jij ook een probleem met een auto? Bel ons dan op telefoonnummer 058-212 14 64. Wat je het beste kunt doen doen hangt af van jouw persoonlijk situatie. We kijken hier samen met jou naar en je krijgt een eerlijk advies van ons.

 

Gratis stappenplan voor als je loon niet is betaald

 

Gratis stappenplan voor als je loon niet is betaald

Erik werkt als kok in het restaurant van Pierre. Hij krijgt altijd rond de 25ste van de maand zijn loon, maar deze maand niet. Ook zijn collega’s hebben geen loon gekregen. Op 27 januari kijkt Erik op de app van zijn bank. Er is nog niets betaald en hij vraagt aan Pierre waar het loon blijft. Pierre zegt dat er iets mis is gegaan met verzending van de betalingsbatch aan de bank. Het geld komt eraan. Op 1 februari wacht Erik nog steeds op zijn geld. Het is Erik opgevallen dat het de laatste tijd wel erg rustig is in het restaurant en dat Pierre hem ontwijkt. Hij vertrouwt het niet en maakt een afspraak met een van onze advocaten om te bespreken wat zijn rechten zijn.

 

Als Erik bij ons langskomt, doorloopt hij samen met zijn advocaat de volgende stappen.

Recht op loon?

Om te beginnen checken we of Erik recht heeft op loon. We controleren zijn arbeidscontract. Het gaat om een vast contract en Erik is niet ontslagen. Hij heeft gewerkt deze maand en er is niets bijzonders voorgevallen. Het lijkt er dan ook op dat Erik gewoon recht heeft op loon.

Afspraken over datum betaling loon

We kijken of er afspraken zijn gemaakt over de datum waarop het loon moet worden betaald. Hiervoor controleren we het arbeidscontract en de horeca-cao. Ook in een cao kunnen namelijk regels zijn opgenomen over de betaling van het loon. In het arbeidscontract en de cao staat niets over de datum waarop het loon moet worden betaald

In het arbeidscontract staat het maandloon van Erik. De loonperiode is dus 1 maand. In de wet is bepaald dat loon moet worden betaald na afloop van de loonperiode, in dit geval een maand. Het loon is te laat betaald.

Aangetekende brief versturen

We adviseren Erik om Pierre een aangetekende brief te sturen waarin hij Pierre vraagt om het loon binnen zeven dagen te betalen. Erik verstuurt deze brief op 2 februari. Op 10 februari belt Erik ons weer: hij heeft nog steeds niets ontvangen.

Wettelijke verhoging en wettelijke rente

We laten Erik weten dat hij zijn baas een reminder kan sturen, of dat wij een brief kunnen maken. Een brief van een advocaat maakt vaak meer indruk maar kan er ook voor zorgen dat de relatie tussen Erik en Pierre er niet beter op wordt. Erik zit echt krap. Gelukkig werkt zijn vrouw ook en kunnen ze geld lenen van familie. Zo kunnen ze net rondkomen. Maar Erik wil wel graag zo snel mogelijk zijn geld hebben. Daarom versturen wij op 11 februari een aangetekende brief aan Pierre. Hierin vragen wij om betaling van het loon. We geven een betalingstermijn van vijf dagen. Omdat Pierre het loon te laat heeft betaald, kan Erik een beroep doen op de ‘wettelijke verhoging’. Dit is een soort boete. De wettelijke verhoging is een percentage van het loon:

  • 5% voor de vierde tot en met de achtste werkdag dat te laat is betaald
  • 1% voor elke volgende werkdag na de achtste werkdag
  • de verhoging kan maximaal 50% zijn

We maken in de brief aanspraak op de wettelijke verhoging en ook op vergoeding van de wettelijke rente. De wettelijke rente is een soort schadevergoeding. De hoogte hiervan wordt bepaald door de overheid. In 2019 is de wettelijke rente voor dit soort zaken 2%.

Opstarten procedure

Pierre betaalt niet en laat ook niets van zich horen. We geven Erik het advies om door ons een procedure te laten opstarten waarin het loon wordt gevorderd. Het is verstandig om hiermee niet te lang te wachten. De vordering is nog lang niet verjaard (de verjaringstermijn is in dit geval vijf jaar), maar mocht Pierre failliet gaan dan kan Erik maar over 13 weken achterstallig loon terugkrijgen van het UWV.

 

Dus, wat moet je doen als je loon niet op tijd wordt betaald?

  1. Controleren of je recht hebt op loon
  2. Nakijken wanneer het loon uiterlijk moet worden betaald (in je arbeidscontract en eventueel de cao)
  3. Je werkgever vragen waarom het loon niet is betaald. Dit kan in een gesprek, maar ook per Whatsapp of mail
  4. Een aangetekende brief sturen waarin je vraagt om betaling van het loon binnen zeven dagen
  5. Een aangetekende reminder sturen, waarin je ook aanspraak maakt op de wettelijk verhoging en wettelijk rente en vraagt om betaling binnen vijf dagen
  6. Een goede advocaat zoeken om een procedure voor je op te starten

Lees hier ons blog over het terugbetalen van te veel ontvangen loon. 

Vijf (afscheids)vragen aan Pier van der Sluis

Per 1 januari 2019 nemen we afscheid van Pier van der Sluis, een van de oprichters van ons kantoor. Daarom: vijf vragen aan Pier van der Sluis (rechts op de foto).

 

Je bent 34 jaar en twee maanden advocaat geweest. Heb je altijd advocaat willen worden?

Bij ons thuis was ik de eerste die ging studeren. Ik ben geboren en getogen in Langweer. De middelbare school en het VWO heb ik Sneek gedaan. Na het VWO wilde ik graag verder leren. Ik koos toen voor de rechtenstudie omdat het een brede studie is, die veel mogelijkheden biedt. En natuurlijk vond ik het juridische wereldje erg interessant. Ik ben afgestudeerd in de bedrijfseconomische en civielrechtelijke richting en heb ook een kandidaats fiscaal recht behaald.

 

Hoe is je carrière begonnen?

Tijdens mijn studie heb ik een oud Forward-lid leren kennen. Hij vroeg of ik interesse had om advocaat-stagiaire te worden bij hem en zijn collega Van Smeden in Leeuwarden. Op 1 november 1984 ben ik beëdigd als advocaat. Na afloop van mijn stage in 1987 ben ik daar nog een paar jaar advocaat-medewerker geweest.

 

In 1991 ben ik samen met Cees van der Zee het kantoor Van der Sluis & Van der Zee Advocaten begonnen. We zaten toen op het Ruiterskwartier 113 in Leeuwarden. Cees heb ik leren kennen via het schoolplein. Onze kinderen zijn precies even oud. Ook in de advocatenkamer kwam ik Cees regelmatig tegen en zo bleek dat we op veel gebieden een klik hadden. We houden bijvoorbeeld allebei niet van vergaderen, maar van spijkers met koppen slaan. Toen ik voor mezelf wilde beginnen leek Cees me een geschikte kerel om samen een kantoor mee op te richten. Dat dit een goede keuze is geweest is wel duidelijk. We hebben het maar liefst 27 jaar met elkaar volgehouden en dat met veel plezier.

 

Wat voor soort zaken heb je gedaan?

In het begin had ik een echte allround praktijk: ik deed van alles, van echtscheidingen tot strafzaken. In de loop van de jaren ben ik meer zakelijk recht gaan doen, zoals arbeidsrecht en vastgoedrecht. Verder heb ik vanaf het begin faillissementen gedaan. Hier heb ik altijd veel voldoening uit gehaald. In de loop van de jaren heb ik een paar grote, bekende faillissementen afgewikkeld. Friendship Balk was er zo eentje, net zoals hotel-restaurant De Klinze en laatst nog De Wijnberg in Sneek.

 

Je bent nog maar 60. Waarom heb je besloten op dit moment te stoppen?

De bucketlist roept! Samen met mijn vrouw Carin wil ik bepaalde reizen gaan maken en genieten. Ik wil ruimte maken voor de jongere generatie om het stokje over te nemen. Marco Kalmijn en IdeJan Woltman zetten Van der Sluis, Van der Zee & Kalmijn Advocaten voort, samen met Cees van der Zee. Zelf blijf ik als adviseur verbonden aan kantoor. Ook mijn werk als voorzitter van het stichtingsbestuur van SC Cambuur blijf ik doen.

 

En dan natuurlijk de belangrijkste vraag: wat ga je met al die vrije tijd doen?

Mijn gezin en mijn twee kleinkinderen spelen een belangrijke rol in mijn leven. Ik vind het prachtig om tijd met die kleintjes door te brengen. Samen met Carin ga ik genieten van alles wat het leven te bieden heeft.

 

We hebben een huis in Spanje. Daar willen we meer tijd doorbrengen en de taal leren. Ik geniet erg van het mooie weer daar en de relaxte manier van leven. Ik heb nooit getuinierd en had ook geen tijd om zelf klusjes te doen. Maar in Spanje heb ik ontdekt dat ik het wel aardig vind om wat met plantjes bezig te zijn. Ook een klusje op zijn tijd is best leuk, zolang het mag en niet moet. Ook lezen heb ik herontdekt. Thrillers en historische boeken (De Levens van Jan Six, Rome en De Oerpolder) lees ik graag.

 

Wie weet krijg ik ook weer tijd voor hobby’s. Vroeger was ik veel met muziek bezig, ik speelde accordeon tot ik de leeftijd bereikte waarop dat niet cool meer was. De accordeon werd toen ingeruild voor een gitaar. Dus misschien haal ik mijn gitaar binnenkort wel van zolder.

Beslagvrije voet

Wat is de beslagvrije voet?

De beslagvrije voet is dat deel van het inkomen waar een deurwaarder geen beslag op mag leggen.

 

De beslagvrije voet speelt niet alleen een rol bij beslaglegging. Hij is bijvoorbeeld ook van belang bij het verrekenen van te veel ontvangen loon. Te veel ontvangen loon mag worden verrekend door de werkgever, maar de medewerker heeft altijd recht op de beslagvrije voet. Meer informatie over het terugbetalen van te veel ontvangen loon vind je hier.

 

Verder speelt de beslagvrije voet een rol bij het faillissement van een natuurlijk persoon. De curator berekent dan de beslagvrije voet. Het inkomen van de failliet boven de beslagvrije voet moet worden afgedragen aan de boedel. In dit artikel lees je meer over de gevolgen van een faillissement voor een natuurlijk persoon.

 

Beslagvrije voet geldt alleen bij bepaalde inkomsten

De beslagvrije voet geldt niet voor alle inkomsten. Je kunt er alleen een beroep op doen bij:

  • loon / bezoldiging ambtenaren
  • pensioen en lijfrente
  • alimentatie
  • voorlopig teruggaaf heffingskortingen
  • uitkeringen op basis van levensverzekeringen, invaliditeitsverzekeringen, ongevallenverzekeringen of ziekengeldverzekeringen
  • uitkeringen op basis van sociale zekerheidswetten

 

Dit betekent dus dat er geen beslagvrije voet geldt voor bijvoorbeeld huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, VUT-uitkeringen en freelance-inkomen.

 

Berekening beslagvrije voet

Het uitgangspunt bij berekening van de beslagvrije voet is 90% van de bijstandsnorm die op jou van toepassing is. Het uiteindelijk berekenen van de beslagvrije voet is best ingewikkeld omdat rekening wordt gehouden met veel factoren zoals: leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, woonlasten, ontvangen toeslagen etc. Op www.schuldinfo.nl kun je veel informatie vinden over het berekenen van de beslagvrije voet. Ook is er een handige calculator om zelf je beslagvrije voet te berekenen.

 

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

Inmiddels is er een wet aangenomen om het berekenen van de beslagvrije voet simpeler te maken. De bedoeling is dat er een systeem komt waarin veel gegevens al zijn ingevuld, net zoals nu het geval is bij het doen van belastingaangifte. Veel instanties moeten digitaal gegevens gaan uitwisselen voor dit systeem (bijvoorbeeld het UWV, de belastingdienst en deurwaarders). Dit blijkt in de praktijk lastiger dan gedacht. De wet kan daarom niet per 1 januari 2019 in werking treden zoals de bedoeling was. Het berekenen van de beslagvrije voet blijft daarom de komende tijd nog ingewikkeld.

 

Probleem met beslagvrije voet

Als je een probleem met de deurwaarder hebt over de beslagvrije voet kun je contact met ons opnemen. Je kunt dan denken aan situaties waarin de deurwaarder helemaal geen rekening houdt met de beslagvrije voet of een te laag bedrag gebruikt. Wij kunnen je hierbij helpen, ook op basis van een toevoeging (gefinancierde rechtsbijstand).

Faillissement natuurlijk persoon

Niet alleen B.V.’s kunnen failliet gaan. Ook een privé persoon – in juridische termen wordt dit een natuurlijk persoon genoemd – kan in een faillissement raken. Dit gaat dan niet alleen om particulieren, maar ook om zzp’ers of eenmanszaken. Bij een eenmanszaak kan personeel in dienst zijn. Ook kan het bijvoorbeeld gaan om een winkel met meerdere filialen. De schulden kunnen dus behoorlijk oplopen. Een crediteurenlijst met enkele tonnen aan schulden komt regelmatig voor.

Benoeming curator en rechter-commissaris

Bij het uitspreken van het faillissement worden een curator en een rechter-commissaris benoemd. De curator heeft als taak al je bezittingen te gelde te maken (te verkopen). Van de opbrengst wordt de curator betaald. Het geld dat daarna over is, wordt verdeeld onder de schuldeisers. Het geheel van bezittingen en schulden in een faillissement wordt de boedel genoemd.

De rechter-commissaris houdt toezicht op de curator. De curator heeft voor veel handelingen toestemming nodig van de rechter-commissaris.

Beschikkingsonbevoegdheid bij faillissement

Een faillissement heeft nogal wat gevolgen. Een van de belangrijkste is dat je beschikkingsonbevoegd bent geworden door het faillissement. Dat betekent bijvoorbeeld dat je niets mag verkopen zonder dat de curator het weet.

Bankrekeningen worden vaak automatisch door de bank geblokkeerd. Mocht de rekening per ongeluk nog beschikbaar zijn, dan ben je toch niet bevoegd om geld op te nemen. De curator kan contact opnemen met de bank om een bankrekening te laten deblokkeren. Je hebt immers wel een rekening nodig om betalingen te ontvangen en te doen. Maar dit kan dus alleen met toestemming van de curator. En natuurlijk mag je niet rood kunnen staan op deze rekening.

Inboedel

De spullen die je nodig hebt voor je dagelijks leven blijven buiten het faillissement. Het gaat dan om kleding, bed en beddengoed, huisraad en een voorraad levensmiddelen. Als er sprake is van een zogenaamde ‘bovenmatige inboedel’ kan de curator toch bepaalde dingen verkopen. Hierbij kun je denken aan een inrichting met dure designmeubelen/antieke meubelen of als er bij jou een flatscreen van € 30.000,- aan de muur hangt.

Gevolgen voor echtgenoot

Als je in gemeenschap van goederen getrouwd bent, heeft het faillissement ook gevolgen voor je echtgenoot. Dit geldt dan namelijk als een faillissement van de gemeenschap. Je echtgenoot is niet failliet, maar kan ook niet meer beschikken over gemeenschappelijke eigendommen (spullen of geld). Mocht je echtgenoot bijvoorbeeld jullie huis willen verkopen, dan kan dit alleen met toestemming van de curator.

Het inkomen van je echtgenoot wordt meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag, zie hieronder.

Vrij te laten bedrag/beslagvrije voet

Al je inkomsten vallen in het faillissement. In de meeste gevallen wil de curator dat je inkomsten op de faillissementsrekening worden gestort (voor elk faillissement wordt een speciale rekening geopend. Dit wordt de faillissementsrekening of boedelrekening genoemd).

De curator berekent het zogenaamde ‘vrij te laten bedrag’ (VTLB). Hiervoor wordt een speciale calculator gebruikt, waarin allerlei informatie moet worden ingevuld: je inkomen, of je samenwoont, wat het inkomen van je partner is, of je minderjarige kinderen hebt, toeslagen krijgt, wat je woonlasten zijn enz. enz. Meestal is het VTLB gelijk aan de beslagvrije voet. Hier vind je meer informatie over de beslagvrije voet.

Het VTLB is het bedrag dat je zelf mag houden om van te leven. De curator maakt dit elke maand naar je over. Alles boven het VTLB valt in het faillissement.

Postblokkade

Bij elk faillissement wordt door de rechtbank een postblokkade uitgesproken. De rechtbank geeft je adres rechtstreeks door een Postnl. Het gevolg is dat al je post bij de curator terechtkomt, die de post ook openmaakt. Bij de meeste curatoren kun je de post een keer per week ophalen. Soms wordt het opgestuurd.

Rechten en verplichtingen

Tijdens een faillissement heb je nogal wat verplichtingen. In dit document vind je hierover meer informatie. Wij geven dit document altijd aan een failliet bij de eerste bespreking zodat hij direct op de hoogte is. Een aantal voorbeelden van je verplichtingen:

  • je moet alle gewenste inlichtingen aan de curator of de rechter-commissaris geven. Dit noemen we de inlichtingenplicht. De curator zal je administratie willen inzien en kan je ook vragen bepaalde stukken in te leveren

  • onder de inlichtingenplicht valt ook dat je de curator zelf op de hoogte moet brengen van veranderingen in je vermogen of andere feiten en omstandigheden die belangrijk zijn voor de afwikkeling van het faillissement. Dit gaat niet alleen om informatie waarvan je weet dat die belangrijk is, maar ook om informatie waarvan je dat behoort te weten

  • je bent zelf verantwoordelijk voor je administratie, ook bijvoorbeeld voor het doen van aangifte. Als het nodig is, moet je hier overleg met de curator over voeren

  • je moet meewerken aan de afwikkeling van het faillissement, bijvoorbeeld door het geven van een volmacht.

Einde faillissement

Een faillissement duurt minimaal een half jaar, maar in de meeste gevallen wel een tot twee jaar. Het kan op verschillende manieren eindigen: door opheffing (wegens gebrek aan baten), door gedeeltelijke betaling van de schuldeisers of door het aanbieden van een akkoord. Ook is het soms mogelijk een beroep op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen te doen (WSNP). Een verzoek tot toepassing van de WSNP kan ook tussentijds, dus als het faillissement nog loopt.

Bij opheffing van het faillissement wegen gebrek aan baten herleven de schulden. Dit betekent dat je in theorie tot in lengte van dagen achtervolgd kunt worden door schuldeisers (de verjaringstermijnen lopen niet tijdens een faillissement). Ook bij gedeeltelijke betaling van de schuldeisers kun je nog benaderd worden voor betaling van het restant.

Alleen bij beëindiging door het aanbieden van een akkoord zijn er normaal gesproken geen schuldeisers meer van voor datum faillissement die bij je aankloppen.

Scheepswerf Barkmeijer in Stroobos failliet verklaard

Scheepswerf Barkmeijer in Stroobos failliet verklaard

 

Op dinsdag 30 oktober 2018 is Barkmeijer Stroobos B.V.  door de Rechtbank Noord-Nederland failliet verklaard. Marco Kalmijn van ons kantoor is benoemd tot curator. Samen met IdeJan Woltman en Tineke Wouda pakt hij dit omvangrijke faillissement op.

 

Afkoelingsperiode

Op verzoek van Marco Kalmijn heeft de Rechter-commissaris – die toezicht houdt in het faillissement –  een zogenaamde afkoelingsperiode gelast. Dit betekent dat alle rechten van de schuldeisers tijdelijk in de ijskast worden gezet. In dit faillissement gaat het om een periode van 30 dagen, dus tot en met vrijdag 30 november 2018. Tijdens deze periode mogen schuldeisers hun goederen niet ophalen. Het gaat dan om schuldeisers die bijvoorbeeld een beroep kunnen doen op eigendomsvoorbehoud of het recht van reclame.

 

Doel afkoelingsperiode

Tijdens de afkoelingsperiode inventariseert Marco Kalmijn als curator de boedel van Barkmeijer Stroobos en bekijkt hij of een doorstart mogelijk is. Met toestemming van de Rechter-commissaris zal eerst nog worden doorgewerkt.

 

Indienen vordering

Als u een vordering op Barkmeijer Stroobos B.V. hebt dan kunt u die bij ons indienen door dit formulier en de openstaande facturen te mailen naar mevrouw Tineke Wouda, faillissementsmedewerkster, op het mailadres barkmeijer@vandersluisvanderzeekalmijn.nl

Doorstart na faillissement

De curatoren van de failliete ziekenhuizen in Flevoland onderhandelen over een doorstart. Hoe zit het ook maar weer met een doorstart na faillissement? We frissen uw kennis op dit gebied van het faillissementsrecht even op.

 

Geïnteresseerden

Direct na het uitspreken van een faillissement staat de telefoon roodgloeiend bij een curator. Er melden zich allerlei partijen die interesse hebben: van opkopers tot bedrijven die de failliete zaak willen doorstarten. Met alle serieuze geïnteresseerden wordt contact gelegd en zij worden in de gelegenheid gesteld een bod te doen.

 

Verkoop activa

Bij een doorstart worden de aanwezige activa verkocht aan de doorstartende partij. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inboedel, het klantenbestand, de orderportefeuille, de goodwill en domeinnamen. Als deze activa worden verkocht aan iemand die het bedrijf doorstart, levert dit vaak meer op en het is natuurlijk de taak van de curator om een zo hoog mogelijk opbrengst te genereren.

 

In elk faillissement wordt een Rechter-commissaris benoemd. Deze houdt toezicht op het werk van de curator. Voor een doorstart moet de Rechter-commissaris toestemming geven.

 

Going-concern

Ook moet de Rechter-commissaris toestemming geven om het bedrijf open te houden na het uitspreken van het faillissement. Het kan belangrijk zijn om een bedrijf door te laten draaien, omdat de opbrengst dan maximaal is. Een zaak die nog open is, is meer waard voor een doorstartende partij dan een zaak die dicht is.

 

Schuldeisers

Voor de meeste schuldeisers is een doorstart een bittere pil. Zij kunnen vaak fluiten naar hun geld omdat in de meeste faillissementen geen uitkering wordt gedaan. Dit is voor hen maar moeilijk te begrijpen, vooral als de zaak wordt voorgezet door dezelfde personen.

 

Personeel

Een faillissement is altijd erg ingrijpend voor het personeel. Het bedrijf waarvoor mensen zich met hart en ziel hebben ingezet stopt en hun toekomst wordt onzeker. In 99 van de 100 gevallen wordt het personeel door de curator ontslagen. Het UWV betaalt het loon tijdens de opzegtermijn door. Tijdens de opzegtermijn kan de curator het personeel laten doorwerken om zo het failliete bedrijf open te houden. Medewerkers die na afloop van de opzegtermijn nog geen nieuwe baan hebben, komen in aanmerking voor ww.

 

De doorstartende partij is niet verplicht het personeel over te nemen. Als het mogelijk is, zal een curator meestal wel proberen af te spreken dat zoveel mogelijk werknemers in dienst komen bij het doorstartende bedrijf. De curator moet namelijk ook rekening houden met de werkgelegenheid, een algemeen maatschappelijk belang. Maar uiteindelijk is toch doorslaggevend wie de hoogste prijs wil betalen voor het failliete bedrijf.

 

Conclusie

Een doorstart is een ingewikkeld proces, waarbij met zoveel mogelijk belangen rekening wordt gehouden. Voor schuldeisers en personeel is een doorstart niet altijd te begrijpen, maar een curator zal toch voor een doorstart kiezen als dat de hoogste opbrengst oplevert.

 

Vordering tot betaling in bitcoin verifieerbaar in faillissement

Op 14 februari 2018 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een verzoekschriftprocedure tot faillietverklaring van Koinz Trading B.V., welke procedure door advocaat Jelmer de Vries van ons kantoor is opgestart. De uitspraak van de rechtbank is baanbrekend en geeft antwoord op de vraag of de vordering tot uitbetaling van bitcoins een vordering is waarvoor het faillissement kan worden uitgesproken.

Koinz Trading is Nederlands eerste ‘bitcoin-fabriek’. Tegen betaling van een beheersvergoeding werden miningcomputers van derden ingezet voor het produceren van bitcoins. Aan het eind van de maand werd er in bitcoin of euro’s uitbetaald, althans dat was de bedoeling. De laatste maanden ontvingen meerdere klanten van ons kantoor geen uitbetaling meer in bitcoin. Omdat herhaaldelijk toezeggingen tot uitbetaling niet werden nagekomen en er geruchten gingen dat de computers, die niet in eigendom  waren van Koinz Trading, door haar werden verkocht, is besloten het faillissement aan te vragen.

Het faillissement is een algeheel beslag op het vermogen van de onderneming. Daarmee wordt in ieder geval voorkomen dat de onderneming verder wordt leeggehaald. Daarnaast heeft een curator de mogelijkheid om de locatie van de computers te achterhalen en kan zij nagaan wat er met het ingelegde geld is gebeurd en of er sprake is van frauduleus handelen.

Of de rechter het faillissement zou uitspreken was nog wel even spannend. De rechter diende te oordelen over de vraag of de vordering tot uitbetaling van bitcoins is aan te merken als een vordering in de zin van de Faillissementswet. Daarover heeft in Nederland niet eerder een rechter uitspraak gedaan. Volgens de rechtbank Amsterdam is dit het geval. De Rechtbank geeft in haar vonnis aan:

“Een bitcoin bestaat, zo begrijpt de rechtbank, uit een unieke, digitaal versleutelde reeks van cijfers en letters opgeslagen op de harde schijf van de computer van de rechthebbende. Bitcoins worden ‘geleverd’ door het verzenden van bitcoins van de ene wallet naar de andere wallet. Bitcoins zijn op zichzelf staande waarde-bestanden, die bij een betaling rechtstreeks door de betaler aan de begunstigde worden geleverd. Hieruit volgt dat een bitcoin een waarde vertegenwoordigt en overdraagbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank vertoont het hiermee kenmerken van een vermogensrecht. Een vordering tot betaling in bitcoin is dus te beschouwen als een vordering die voor verificatie in aanmerking komt.

Onbetwist staat vast dat tussen verzoeker en gerekestreerde een verbintenis bestaat die strekt tot betaling in bitcoin, welke verbintenis ook in bitcoin moet worden voldaan. De rechtbank kwalificeert deze rechtsverhouding als een civielrechtelijke verplichting tot betaling. Aan deze verplichting is tot op heden door gerekestreerde niet voldaan. Van een vorderingsrecht is dus summierlijk gebleken.

(…)

Ter terechtzitting heeft verzoeker het bestaan van meerdere (steun)vorderingen aangetoond. Uit de door verzoeker overgelegde stukken is gebleken dat meerdere personen vorderingen op gerekestreerde hebben die zien op het uitbetalen van bitcoins (…)”

Uit het vonnis volgt allereerst dat een vordering tot betaling in bitcoin moet worden aangemerkt als een verplichting tot betaling. Bij het uitblijven van betaling kan dit tot het faillissement leiden. Voorwaarde bij het uitspreken van een faillissement is nog wel dat er meerdere schuldeisers zijn. Een vordering tot betaling in bitcoin kan ook dienen als steunvordering bij het aanvragen van het faillissement, aldus de Rechtbank.  In dit geval leidde dat tot het faillissement van Koinz Trading B.V.

Een kopie van het volledige vonnis treft u hier aan.