Blog Archives

Blog Sub Title

All posts by woltman

Advies Raad van State over wijzigingen Meststoffenwet

De afdeling bestuursrechtrechtspraak van de Raad van State heeft op vrijdag 24 mei 2019 geadviseerd aan de Tweede Kamer omtrent het voorstel van wet houdende enkele technische wijzigingen van de Meststoffenwet.

Meststoffenwet

Er geldt een fosfaat- en stikstofmaximum voor de mestproductie in melkveehouderijen. Deze maxima leiden tot een sectorplafond waar de sector onder dient te blijven. In de Meststoffenwet zijn twee mogelijkheden opgenomen waarmee een overschrijding van dit sectorplafond kan worden voorkomen of bij overschrijding van het plafond kan worden teruggebracht. Dit betreffen:

  1. de afroming ⇒ als je fosfaatrechten verkoopt wordt er een percentage van de rechten gekort (op dit moment is dat 10%). Deze rechten gaan dus uit de markt
  2. de generieke korting ⇒ bij de gehele sector wordt een korting op de fosfaatrechten toegepast.

Wetsvoorstel

Aan Nederland is een vrijstelling verleend (derogatie) van de Nitraatrichtlijn tot 31 december 2019. Op grond van deze derogatie mag Nederland meer mestproductie per hectare gebruiken dan eigenlijk volgens de Nitraatrichtlijn is toegestaan.

Met het wetsvoorstel wil de Nederlandse overheid voorkomen dat een generieke korting moet worden ingevoerd om na 31 december 2019 aan de Nitraatrichtlijn te kunnen voldoen. In het wetsvoorstel wordt de afroming tijdelijk opgehoogd van 10% naar 20% in het lopende jaar (2019). De Raad van State adviseert over wetsvoorstellen en dus ook over dit voorstel.

Advies Raad van State

In haar advies geeft de Raad van State aan dat zij een nadere motivering wil zien van de keuze voor de verhoging van de afroming versus de mogelijkheid tot het opleggen van een generieke korting aan de gehele sector.

Omdat in het wetsvoorstel de keuze is gevallen op het verhogen van het afromingspercentage, zullen de financiële lasten volledig voor rekening komen van de aankopende melkveehouders. Dit is maar een klein deel van de sector. Hierdoor heeft het wetsvoorstel voor de kleine groep aankopende melkveehouders ingrijpende gevolgen. Een generieke korting zou gelden voor alle melkveehouders.

De Raad van State vraagt zich dan ook af of de keuze voor het verhogen van het afromingspercentages boven een generieke korting wel in verhouding is. Behoud van de derogatie betreft hier immers een algemeen belang. Is er in het geval van het verhogen van het afromingspercentage nog wel sprake van een “fair balance” tussen het nagestreefde algemene belang (de derogatie) en de rechten van de individuele melkveehouder (eigenaar fosfaatrechten)? Er is immers nog een andere mogelijkheid: de generieke korting op de rechten. En er is geen sprake van een fair balance als gesproken kan worden over een IBL (individuele buitensporige last).

Gevolg advies Raad van State

Wat is het gevolg van het advies van de Raad van State? De overheid moet nu eerst inzichtelijk maken wat de argumenten zijn om te kiezen voor een verhoging van het afromingspercentage en niet voor de generieke korting. De nadere motivering zal vervolgens aan het wetsvoorstel ten grondslag worden gelegd of het wetsvoorstel wordt aangepast.

Wordt nog vervolgd dus…..

 

Een kind van 12 mag zelf beslissen waar het gaat wonen: waar of niet waar?

Het is niet op een hand te tellen, zo vaak hoor ik het: mijn kind is 12, dus nu mag hij (of zij) zelf beslissen waar hij gaat wonen. Vaak is vader of moeder er volledig van overtuigd, maar in de praktijk werkt het niet zo. Met een voorbeeld leg ik uit hoe het wel werkt.

Tegenover mij zit Johan, vader van twee kinderen. Zijn ex-vrouw Thecla heeft een nieuwe vriend, van wie zij in verwachting is. Ze wil gaan samenwonen met haar vriend en daarbij de kinderen meenemen van Oosterwolde naar Zutphen. Dat ligt maar liefst 120 kilometer verderop! Volgens Thecla kan haar vriend niet naar Oosterwolde verhuizen vanwege zijn werk.

Eerder hebben Johan en Thecla samen overleg gehad, maar Johan is het niet eens met de verhuizing. Hij geeft geen toestemming en die heeft Thecla wel nodig. Daarom heeft Thecla een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. In dit verzoekschrift vraagt Thecla de rechtbank om ‘vervangende toestemming’ te geven voor de verhuizing. De toestemming van de rechtbank komt dan in de plaats van de toestemming van Johan. Toestemming van Johan is nodig omdat hij en Thecla samen met gezag over de kinderen hebben (hier kun je meer lezen over gezag).

Samen met Johan bespreek ik het verzoekschrift. Hij maakt zich grote zorgen. Johan heeft een hele goede band met de kinderen, twee jongens van 11 en 13 jaar oud. Ze wonen bij Thecla, in hetzelfde dorp. Een keer in de twee weken zijn ze het weekend bij Johan en door de week ook af en toe, als Thecla moet werken. Verder fietsen de jongens regelmatig even bij hem langs, de jongste zelfs elke dag. Johan moet er niet aan denken dat hij dat straks moet missen.

Wat de kinderen ervan vinden

Ook Johan denkt dat zijn oudste zoon Quinten zelf mag beslissen waar hij gaat wonen. Hij is immers al 13. Ik leg Johan uit dat Quinten de rechtbank mag laten weten wat hij graag wil. Hij kan hierover een brief sturen naar de rechter of langskomen voor een gesprek. Maar de mening van Quinten is slechts een van de factoren* waarmee de rechtbank rekening houdt. Uiteindelijk neemt de rechtbank een beslissing die zij ‘in het belang van het kind wenselijk vindt’. Andere belangen kunnen zelfs nog zwaarder wegen. *zie hieronder voor een lijst van de factoren waarmee een rechter rekening houdt in dit soort gevallen

Quinten schrijft een brief aan de rechter. Een maand later belt hij zelf met de rechtbank en vraagt of hij nog voor een gesprek mag komen. Dat mag. Er kan geen twijfel over bestaan: Quinten wil in Oosterwolde blijven wonen en legt de rechter precies uit waarom. Het gesprek tussen Quinten en de rechter is vertrouwelijk. Johan en Thecla weten daarom niet precies wat Quinten met de rechter heeft besproken. Alleen de globale uitkomst van het gesprek wordt duidelijk.

Hoe het afloopt met de zaak van Johan en Thecla

Benieuwd hoe het afloopt met deze zaak? Thecla krijgt geen toestemming om met de kinderen te verhuizen. Sterker nog: als ze wel verhuist gaan de kinderen bij Johan wonen. De rechtbank heeft o.a. de volgende omstandigheden meegewogen bij het nemen van deze beslissing: Thecla heeft niet genoeg duidelijk gemaakt waarom haar vriend niet naar Oosterwolde kan verhuizen. Quinten wil in Oosterwolde blijven wonen. Verder zijn de jongens opgegroeid en geworteld in Oosterwolde: ze gaan er naar school, zitten op voetbal en hebben er hun vriendjes. Als ze naar Zutphen verhuizen, kunnen ze niet meer even bij Johan langsfietsen. Ze zullen bovendien moeten wennen aan een nieuwe gezinssituatie. De nieuwe vriend van Thecla heeft kinderen uit een eerder huwelijk, die regelmatig contact met hem hebben.

De rechtbank maakt een belangenafweging: het belang van Thecla om te verhuizen wordt afgezet tegen het belang van de jongens om in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen. Deze keer slaat de weegschaal uit in het voordeel van de vader. Niet alleen omdat Quinten het wil, maar door alle omstandigheden die in deze zaak een rol spelen.

Waar houdt de rechter rekening mee?

Als jij met de kinderen wilt verhuizen, moet je eerst proberen het hier samen met de andere ouder over eens te worden. Als dit niet lukt, kun je de rechter vragen vervangende toestemming voor de verhuizing te geven. Het is dan handig om te weten met welke factoren een rechter rekening houdt. Immers, hoe meer factoren je hebt afgedekt, des te groter de kans dat jouw verzoek wordt toegewezen. Denk hierbij aan het volgende:

  • de noodzaak om te verhuizen
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid
  • of de verhuizende ouder alternatieven of maatregelen heeft bedacht om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of compenseren (bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden om dagelijks te skypen/facetimen)
  • of de ouders goed onderling kunnen communiceren en overleggen
  • het recht van de kinderen en de andere ouder op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving
  • hoe de zorgtaken worden verdeeld en de continuïteit van de zorg
  • hoe vaak de kinderen en de andere ouder elkaar zien voor en na de verhuizing
  • de leeftijd van de kinderen, wat zij ervan vinden en of de kinderen zijn geworteld in de omgeving. Hierbij kan een rol spelen of de kinderen gewend zijn vaak te verhuizen
  • de kosten van de omgang na de verhuizing

Gezag? Jaaaa, dat heb ik wel hoor.. Denk ik, geloof ik, hoop ik……

Meer dan eens komen ouders bij ons met de vraag:

“Ik wil de volledige voogdij”

of

 “Gezag, wat is dat? Ik heb mijn kind wel erkend hoor, dus volgens mij is dat wel geregeld”

of

“Ik heb toch gezag, want ik betaal alimentatie?”.

De meeste ouders beseffen niet wat het ouderlijk gezag precies inhoudt. Bijna iedereen weet wel dat bij de geboorte van een kind er het nodige geregeld moet worden qua erkenning. Over de erkenning en dergelijke komen we vast nog wel een keer te spreken, maar dat is niet het punt dat we vandaag willen bespreken. Want naast de erkenning speelt ook het “ouderlijk gezag”. Wat is dat nu precies?

Voordat we beginnen het volgende. Los van het gezag staan de omgang en de alimentatie. Door de erkenning word je juridisch ouder en heb je recht op omgang en heb je de plicht tot het betalen van alimentatie. Gezag heeft daar niets mee te maken.

Wat is het ouderlijk gezag?

Het gezag regelt de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind. Heel simpel, te denken valt aan kleding, eten, drinken, onderdak, onderwijs, medische behandeling et cetera. De gezaghebbende ouder is daarnaast de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Deze ouder bepaalt waar het kind woont, waar ie naar school gaat en ga zo maar verder. Dat wil je gezamenlijk regelen, toch?

Manieren om gezag te krijgen

Gezag ontstaat maar op een paar manieren.

Manier 1: automatisch verkrijgen van gezag

Ten eerste is er de automatische manier van gezag verkrijgen. Als (meerderjarige) moeder krijg je automatisch het ouderlijk gezag. Daarnaast krijgt de vader ook automatisch het gezag als het kind is geboren gedurende een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Bij géén huwelijk of geregistreerd partnerschap heeft dus (als er niets is geregeld) alleen de moeder het eenhoofdig gezag.

Tijdens de relatie maakt dit vaak niet zoveel uit. Immers, in de praktijk merk je weinig van het gezag. Gedurende de relatie als alles nog goed is, wordt het meeste toch wel in gezamenlijk overleg geregeld. Anders is dat als de relatie eindigt! Dan is er opeens een ouder die géén gezag heeft en dus in die zin achterblijft qua rechten en plichten. Wat is dan het risico?

De moeder kan dan bijvoorbeeld zonder toestemming van de vader bij wijze van spreken naar de andere kant van het land verhuizen. Ik heb het dan nog niet eens over verhuizen naar het buitenland. De moeder hoeft de vader alleen te informeren, maar zij mag alle belangrijke beslissingen zelf nemen. Vader staat aan de zijlijn en kijkt er naar. Ook kan de moeder beslissen waar het kind naar school gaat of welke medische behandelingen er worden ondergaan. Als vader heb je niets in de melk te brokkelen als je geen gezag hebt.

Manier 2: gezag verkrijgen door te trouwen of geregistreerd partnerschap aan te gaan

Er kunnen maximaal twee personen gezag hebben over een kind. De moeder heeft automatisch het gezag en dan is het aan de vader om dit ook te krijgen. Dit kan door alsnog te gaan trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Maar daarmee regel je het niet alleen voor de kinderen. Ook in vermogensrechtelijke zin verandert er het nodige. Als je trouwt ontstaat er immers de huidige beperkte gemeenschap van goederen en het is de vraag of een ieder zich dat wel realiseert. Denk daar dus niet te lichtvaardig over! Het gezag kan ook gemakkelijker worden geregeld.

Manier 3: gezag verkrijgen in gezamenlijk overleg

De eerste optie is in gezamenlijk overleg. Er kan dan een formulier worden ingevuld (bijv. via Digi-D) en beide partijen zetten daar hun handtekening op. Daar is geen advocaat bij nodig en het gezag wordt op die manier door de Rechtbank gemeenschappelijk gemaakt.

Manier 4: gezag verkrijgen met een procedure

De tweede optie is als de moeder niet wil meewerken. Dan komt er een procedure aan te pas. Bij de rechter moet dan een verzoek tot gezamenlijk gezag worden ingediend. Daar is wel een advocaat voor verplicht. De Rechtbank zal het verzoek toewijzen als dat in het belang van het kind is, dus feitelijk als er géén redenen zijn waarom het kind in de knel zou raken als beide ouders het gezag verkrijgen.

Wat is dan voogdij?

Als er sprake is van gezamenlijk gezag en één van de ouders overlijdt, dan heeft de overblijvende ouder het eenhoofdig gezag. Als die óók komt te overlijden, of er is überhaupt maar één ouder met gezag en die komt te overlijden, dan bepaalt de rechter of iemand anders het gezag krijgt. Er wordt dan een voogd benoemd (een voogd is dus een niet-ouder met gezag). Dit kun je zelf nu ook al regelen.

In je testament kun je een voogd benoemen. Daarnaast kun je in het Centraal Gezagsregister laten vastleggen wie je als voogd wilt benoemen.

Uitzonderingen

Het recht zou het recht niet zijn als er op het bovenstaande niet allemaal uitzonderingen zouden zijn. Immers, wat nu als de moeder niet met de biologische vader getrouwd is op het moment dat het kind geboren wordt, maar met iemand anders. Dan heeft deze niet-vader automatisch het gezamenlijk gezag. Dat kan alleen worden voorkomen als de biologische vader toch opstaat en het kind erkent en het gezag aanvraagt.

Ook kan het zo zijn dat de moeder met een vrouwelijke partner getrouwd is, waarbij het kind is verwekt door kunstmatige bevruchting. Dan krijgen beide vrouwen automatisch het gezamenlijk gezag, als er volgens de wet geen vader is (zowel bij een anonieme donor als bij een bekende donor die het kind niet erkent). Daarnaast kan het zo zijn dat de moeder minderjarig is of dat de kinderrechter het gezag om redenen beëindigt. Kortom, uitzonderingen te over, maar dat is niet de strekking van dit artikel.

De strekking is: mannen, word wakker en regel je rechten!!

Je huis verhuren via Airbnb, hoe pak je dat aan?

‘Veel Airbnb-verhuurders lappen regels nog aan hun laars’, lees je deze week op nu.nl  Daarmee bedoelen ze de regels die sommige gemeenten hebben voor het maximum aantal dagen dat je een woning via Airbnb mag verhuren. Maar dat zijn niet de enige regels. In dit artikel lees je met wie je nog meer rekening moet houden.

Bank/Vereniging van Eigenaren/huurbaas

Als je een koopwoning hebt, moet je toestemming hebben van de bank waar de hypotheek loopt. In de hypotheekakte staat namelijk bijna altijd een ‘huurbeding’. Daarin is bepaald dat je de woning niet mag verhuren, tenzij je schriftelijk toestemming hebt van de bank. De gedachte hierachter is dat de woning minder waard kan worden als er huurders in zitten die niet netjes zijn. En dat wil de bank natuurlijk niet, omdat de woning een soort onderpand is voor de hypotheek.

Als je de woning verhuurt zonder toestemming van de bank, wordt in de meeste gevallen de hypotheek direct opeisbaar. Dit betekent dat de bank de woning gaat verkopen! Niet doen dus.

Ben je aangesloten bij een Vereniging van Eigenaren, dan zul je ook hiervan meestal toestemming moeten hebben om de woning te verhuren.

Gaat het om een huurwoning? Dan heb je toestemming van de verhuurder nodig. Je huis verhuren via Airbnb is een vorm van onderhuur. Als dit gebeurt zonder toestemming van de verhuurder, dan kan het gevolg zijn dat je uit je huis wordt gezet.

Gemeente

In de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht geldt een maximum aantal verhuurdagen van 60. Maar de gemeente kan ook regels in het bestemmingsplan hebben staan die verhuur via Airbnb dwarsbomen. Op het gebied waar jouw woning staat kan de bestemming ‘wonen’ zitten. Dan mag je dus niet verhuren. Het is daarom goed hierover contact op te nemen met de gemeente.

Verder moet er vaak toeristenbelasting worden afgedragen aan de gemeente.

Belastingdienst

Het lijkt zo mooi, jij bent op vakantie en ondertussen stroomt het geld van de huurders binnen. Maar jammer genoeg moeten de huurinkomsten worden opgegeven bij de Belastingdienst. Hierover ben je inkomstenbelasting verschuldigd.

Buren

Niet verplicht, wel verstandig: laat je buren weten dat je de woning verhuurt, maak duidelijke afspraken en geef je contactgegevens door. Zij kunnen dan contact met je opnemen als er klachten zijn, waarna jij direct actie kunt ondernemen.

Verzekeringsmaatschappij

Check of je inboedel- en opstalverzekering wel uitkeren als er schade ontstaat als de woning is verhuurd. Veel verzekeringsmaatschappijen hebben namelijk uitsluitingsclausules bij verhuur. Mocht dit bij jouw verzekering het geval zijn: tegenwoordig zijn er gelukkig steeds meer verzekeraars waar je een polis kunt afsluiten die wel dekking geeft als je verhuurt. Natuurlijk kun je ook een waarborgsom vragen aan je huurders, dan loop jij iets minder risico.

Conclusie

Om je woning via Airbnb te verhuren moet je wel wat dingen regelen. Maar als je dat allemaal gedaan hebt, kun je er toch best een leuk zakcentje mee verdienen.

Geld besparen bij een last onder dwangsom

Bijna alle ondernemers in de agrarische sector hebben er wel eens mee te maken gehad: een oplegging van een last onder dwangsom. De gemeente legt een last op en u moet een dwangsom betalen indien u niet tijdig aan deze last voldoet – bijvoorbeeld het niet hebben van een vergunning voor de bouw van een sleufsilo; of het overtreden van regelgeving zoals het vergunde aantal dieren dat gehouden mag worden. Deze dwangsommen bedragen al snel duizenden euro’s.

Invordering dwangsom duurt lang

In het volgende geval kreeg een pluimveehouder een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet voldoen aan een vergunning (dierenaantallen) en moet 15.000 euro betalen. De gemeente nam echter lang de tijd om tot invordering van deze dwangsom over te gaan. De bevoegdheid tot het invorderen van een verschuldigde dwangsom verjaart een jaar na de dag waarop zij is verbeurd. De Raad van State oordeelde dat de verjaringstermijn van rechtswege (automatisch) begint te lopen na afloop van de begunstigingstermijn en niet pas na een controlemoment van de gemeente. In het geval van de pluimveehouder komt de RvS tot het oordeel dat de bevoegdheid om tot invordering over te gaan is verjaard. De pluimveehouder hoeft de 15.000 euro niet te betalen.

Juridische acties tegen last onder dwangsom

Gemeenten maken vaak gebruik van hun bevoegdheid om tot het opleggen van een last onder dwangsom over te gaan. Uit het geval van de pluimveehouder blijkt hier juridisch vaak nog genoeg tegen in te brengen is. Zo kunt u in bezwaar gaan en om een uitstel van de begunstigstermijn verzoeken – de termijn waarbinnen aan de last moet worden voldaan. Wordt er geen verlengde begunstigingstermijn door de gemeente verstrekt, dan kunt u een voorlopige voorziening opstarten bij de voorzieningenrechter van de rechtbank om een schorsing van het besluit te verzoeken. In het voorbeeld van de sleufsilo die zonder vergunning wordt gebouwd, kunnen gedurende de begunstigingstermijn de werkzaamheden worden doorgezet. Soms is het belang van een juridische procedure dan ook enkel het verlengen van de begunstigingstermijn. Uiteindelijk moet wel alsnog de vergunning voor de sleufsilo worden verkregen.

Kortom, is uw onderneming een last onder dwangsom opgelegd – terecht of onterecht – controleer dan of de acties vanuit de gemeente rechtmatig zijn of laat dit juridisch controleren. Het kan al snel duizenden euro’s schelen.

Oerol en nergens

Het Oerol festival op Terschelling wordt elk jaar bezocht door zo’n 55.000 bezoekers. Dat zijn natuurlijk nogal wat badgasten. Als iets zo succesvol is, zijn er vaak mensen die een graantje mee willen pikken. Dit gebeurt nu ook bij Oerol. Een slimme brouwer heeft het idee opgevat om Oerol-bier op de markt te brengen. Het festival Oerol is not amused en laat in een artikel in de LC weten dat ze volgens hun advocaat sterk staan omdat zij een veel langere historie hebben met het merk Oerol. Maar hoe zit dit eigenlijk?

Benelux inschrijving woordmerk Oerol

Het Oerol festival heeft in 2005 het woordmerk Oerol ingeschreven in het Benelux merkenregister. Als je een merk inschrijft, doe je dit voor een bepaalde klasse. Het merk Oerol is onder andere ingeschreven in de klassen cd’s en dvd’s, drukwerken (posters etc.), tassen & kledingstukken en het organiseren van culturele, straat- en muziekactiviteiten, waaronder festivals.

De brouwer heeft het woordmerk Oerol in 2019 ook ingeschreven in het Benelux merkenregister. Dit is gebeurd in totaal andere klassen, namelijk bier (diverse soorten) en bierglazen, bekers, drukglazen enz.

Mooi, al die inschrijvingen. Maar wat is dat nu precies, een merk, en wat heb je eraan?

Wat is een merk en hoe krijg je een merkrecht?

In juridische taal is een merk een herkomstteken. De bedoeling van een merk is om de herkomst van waren of diensten te onderscheiden. Bijna alles kan een merk zijn: woorden, plaatjes en zelfs bepaalde vormen. Voorwaarde is dat het merk voldoende onderscheidend is, in die zin dat consumenten het goed uit elkaar kunnen houden. Daarnaast mag een merk niet in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden of misleidend zijn. Tot slot mag een merk niet beschrijvend zijn. Voorbeelden van deze laatste zijn ‘Biomild’ voor yoghurt of ‘Telefoongids’ als merknaam voor een naamlijst met aangeslotenen op een telefoonnet met vermelding van hun nummers.

Als je een merk hebt, kun je dit inschrijven. Je krijgt dan het merkrecht. Het is dus niet zo dat je een merkrecht krijgt door bijvoorbeeld iets te ontwerpen, zoals bij auteursrecht. Inschrijving is echt nodig, anders heb je geen poot om op te staan. Voorafgaand aan de inschrijving toetst het merkenbureau of aan de voorwaarden is voldaan.

Iemand met een merkrecht kan iemand anders verbieden zijn merk te gebruiken. Dat komt doordat degene met een merkrecht het alleenrecht op het merk heeft.

Nu heeft het Oerol festival het merk Oerol keurig ingeschreven, maar in een andere klasse dan het Oerol-bier. Betekent dit nu dat de inschrijving geen zin heeft gehad?

Omvang van het merkrecht: artikel 2.20 BVIE (Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom)

Daarvoor moeten we kijken in het BVIE: het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom. In artikel 2.20 lid 1 van dit verdrag is bepaald wanneer je iemand kunt verbieden gebruik te maken van een merk.

In sub c staat dat je het gebruik van een merk kunt verbieden als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden, toegepast op deze zaak, zijn de volgende:
1. het merk van het bier is hetzelfde als het merk van het festival of stemt hiermee overeen
2. het merk van het bier wordt gebruikt voor waren of diensten die anders zijn dan de waren of diensten waarvoor festivalmerk is ingeschreven
3. het festivalmerk moet bekend zijn binnen het Beneluxgebied
4. het gebruik van het festivalmerk heeft geen geldige reden
5. door gebruik van het biermerk wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit of afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festivalmerk

Ingewikkeld? Valt mee, we gaan het stap-voor-stap uitleggen.

Voorwaarde 1: merken stemmen overeen

Check, de merken zijn hetzelfde. Ze gebruiken immers allebei het woord Oerol.

Voorwaarde 2: biermerk wordt gebruikt voor waren of diensten die anders zijn dan de waren of diensten waarvoor het merk van het festival is ingeschreven

Check, bier en festivals gaan vaak samen maar zijn wel verschillende waren/diensten.

Voorwaarde 3: het festivalmerk moet bekend zijn binnen het Beneluxgebied

Dit is volgens ons een eitje: het Oerol festival is ontzettend bekend en bestaat al vanaf 1981. Ook aan deze voorwaarde is dus voldaan.

Voorwaarde 4: het gebruik van het festivalmerk heeft geen geldige reden

Een parodie of in het kader van vrijheid van meningsuiting kan als geldige reden worden aangemerkt. Ons is niets bekend van een geldige reden om het merk van het festival te gebruiken, dus we vinken deze voorwaarde ook maar even af. Temeer nu er bij het gebruik een commercieel belang is.

Voorwaarde 5: door gebruik van het biermerk wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit of afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festivalmerk

De grootste hobbel voor het Oerol festival zit in de laatste voorwaarde.

Mocht het tot een rechtszaak komen, dan zal het festival moeten bewijzen dat het biermerk ongerechtvaardigd voordeel krijgt uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het festival. Dit is het geval als het biermerk aanhaakt bij of parasiteert/meelift op de goodwill van het festival. Alleen voordeel hebben van een merk is niet genoeg, het moet gaan om ongerechtvaardigd voordeel. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een etiket een duidelijk associatief verband oproept met het bekende merk. In dit geval staat er op de bierblikjes een illustratie van de kenmerkende snor van Oerol-oprichter Joop Mulder alsook het logo van Oerol. Een duidelijke associatie met het festival, waardoor ook nog eens de indruk wordt gewekt dat er een commerciële band bestaat met het festival.

Afbreuk aan onderscheidend vermogen of reputatie merk
Mocht het onverhoopt niet lukken om te bewijzen dat het biermerk ongerechtvaardigd voordeel krijgt, dan kan nog worden geprobeerd te bewijzen dat het biermerk afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen OF afbreuk doet aan de reputatie van het festival. Voor beide gevallen valt iets te zeggen. Misschien denkt men straks alleen nog maar aan bier bij het horen van de naam Oerol. Zeker niet ondenkbaar als het een erg lekker biertje is 😉 Ook de kans op afbreuk van de opgebouwde reputatie van het festival Oerol lijkt ons kans van slagen te hebben. Het is immers niet de bedoeling dat het culturele Oerol festival straks het imago krijgt van een zuipfestijn a la de bouwvak op Camping Appelhof.

Conclusie

Met de informatie die wij nu hebben, zou het best eens kunnen kloppen dat het Oerol festival sterk staat. Het heeft er alle schijn van dat het Oerol-bier probeert mee te liften op het succes van het Oerol festival. Het festival kan hier een stokje voor steken door te eisen dat het bier onder deze naam van de markt wordt gehaald, zodat het straks niet oerol maar juist nergens meer te koop is.

Wel appeltaart, geen bruidstaart?

Speciale trouwlocatie

Op een voormalig agrarisch bedrijf wordt een pluk- en theetuin uitgebaat. De uitbater van de pluk- en theetuin heeft haar activiteiten uitgebreid en verhuurt zalen voor feesten en partijen. Ook worden er huwelijken en bruiloftsfeesten gehouden in de theetuin. De gemeente heeft de theetuin aangewezen als speciale trouwlocatie. Dit is echter strijdig met het bestemmingsplan die de bestemming “specifieke vorm van horeca-theeschenkerij” aan het perceel heeft gegeven.

Geen bruidstaart

Tussen de uitbater van de theetuin en de gemeente ontstaat een geschil. De gemeente is namelijk van mening dat er in de theetuin wel appeltaart en andere taartsoorten mogen worden geserveerd, maar dat er tijdens bruiloften geen bruidstaart mag worden aangesneden en geserveerd. De vraag die partijen bezighoudt is of het aansnijden van een bruidstaart binnen de bestemming theeschenkerij valt.

Het oordeel van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State

De Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State heeft naar deze kwestie gekeken. De Afdeling overweegt ten eerste dat onder een theeschenkerij moet worden verstaan een inrichting die is gericht op tuinrecreatie, waarbij tussen zonsopgang en zonsondergang alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren aan de bezoekers en passerende recreanten geserveerd worden. Alle activiteiten die niet onder deze omschrijving vallen mag de gemeente beëindigen. De gemeente doet dit door het opleggen van een last onder dwangsom aan de uitbater. Als de uitbater nog een keer een bruidstaart laat aansnijden of serveert dan moet zij een boete betalen. Hierbij moet de gemeente er volgens de Afdeling wel rekening mee te houden dat de last die aan de uitbater wordt opgelegd niet verder strekt dan naar zijn oordeel nodig is om de voorliggende overtreding te beëindigen.

De gemeente vindt dat trouwen past binnen de bestemming “specifieke vorm van horeca- theeschenkerij”, maar het aansnijden van een bruidstaart niet. De Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State denkt hier anders over. Die ziet geen grond voor het oordeel van de gemeente dat het aansnijden van een bruidstaart strijd oplevert met de bestemming en functieaanduiding. De gemeente mag dus onder deze omstandigheden geen last opleggen die ziet op het verbieden van het gelegenheid geven tot het aansnijden van een bruidstaart. Deze last is dan ook in dat opzicht te vérstrekkend.

Eind goed, al goed

Kortom, in de theeschenkerij, die door de gemeente is aangewezen als trouwlocatie, mag voortaan tijdens een bruiloft gelukkig gewoon weer een bruidstaart worden aangesneden. De uitspraak van de Raad van State vind je hier

 

Wel of niet met je smoel in het smoelenboek?

Is een medewerker verplicht met zijn foto in het smoelenboek of op de bedrijfswebsite te staan? In dit artikel leg ik uit wat de regels zijn voor het gebruik van foto’s van personeel.

Voorbeeld

‘Joost, lever je volgende week even een foto in? Je staat nog steeds niet op onze website. Wist je trouwens dat we een smoelenboek hebben? Daar kom je dan natuurlijk ook in.’.

‘Nee’, zegt Joost. ‘Ik heb helemaal geen zin om met mijn hoofd op de website te staan. En een smoelenboek, wat is dat voor jaren tachtig gedoe? Van mij krijg je geen foto, geen denken aan.’.

‘Kerel, doe niet zo flauw. Iedereen staat op de site en zo’n smoelenboek is hartstikke handig. Hoe weten je collega’s anders wie je bent? We zijn met 200 man. Als je hier werkt, kom je volgens mij ook verplicht met een foto op de site.’.

‘Harry, ik zal je even uit de droom helpen. Ik lever geen foto in. Mocht je op de een of andere manier toch een foto van mij in handen krijgen, dan heb je mijn toestemming nodig als je die op de site of in het smoelenboek wilt zetten. Ik ben niets verplicht’.

Wie heeft gelijk?

Wie heeft gelijk? Harry, die denkt dat een medewerker verplicht op de site en in het smoelenboek komt te staan? Of Joost, die denkt dat zijn werkgever toestemming moet hebben om zijn foto te gebruiken?

Joost heeft het bij het juiste eind. Ik beperk mij nu tot de regels die hiervoor staan in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Een foto is een persoonsgegeven. Daarom mag je als organisatie een foto alleen verwerken als het strikt noodzakelijk is óf nadat van een werknemer daarvoor uitdrukkelijk toestemming is verkregen. Een foto plaatsen in een smoelenboek of op de website is geen verwerking die als strikt noodzakelijk wordt gezien, zodat je dus toestemming nodig hebt. Sterker nog, deze toestemming moet aan een aantal strenge vereisten voldoen.

Vereisten toestemming gebruik foto personeel

  • In het toestemmingsverzoek moet worden opgenomen dat toestemming de juiste wettelijke basis is voor het gebruik van de foto.
  • De toestemming moet schriftelijk worden vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een toestemmingsformulier. De werknemer moet actief toestemming verlenen, er mag geen gebruik worden gemaakt van een vooraf ingevuld (digitaal)formulier waarin al vakjes zijn aangekruist.
  • Als een medewerker jonger is dan 16 jaar, moet een ouder (of een andere wettelijke vertegenwoordiger) toestemming geven.
  • Als toestemming wordt gevraagd voor gebruik op verschillende manieren (smoelenboek, site, social media, advertenties), dan moet voor al deze manieren apart toestemming worden gevraagd. Het moet de medewerker dus precies duidelijk zijn waarvoor de foto wordt gebruikt.
  • Je moet je werknemer dus ook in duidelijke en eenvoudige taal informeren. Hierbij kun je ervoor kiezen een privacybeleid op te stellen. Hierin kun je vastleggen voor welk doel toestemming is gegeven en alle informatie vastleggen die van belang is voor de manier waarop met de foto wordt omgegaan.
  • En last but definitely not least: het is absoluut niet toegestaan de medewerker te ‘chanteren’ als hij geen toestemming wil geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het niet geven van promotie als de medewerker weigert mee te werken. De medewerker moet weten dat hij mag weigeren zonder dat dit negatieve gevolgen voor hem heeft.

Er zijn dus nogal wat regels waaraan een werkgever zich moet houden als hij foto’s van zijn personeel wil gebruiken.

Stel dat Joost na veel morren toch toestemming geeft voor het gebruik van zijn foto. Na een tijdje krijgt hij spijt. Hij wil zijn smoel toch liever uit het smoelenboek verwijderd hebben, en ook van de site. Wat dan?

Intrekken toestemming gebruik foto personeel

De medewerker kan zijn toestemming voor gebruik van de foto op elk moment intrekken. Dit moet mogelijk zijn op dezelfde manier als de toestemming is verleend. De intrekking mag niet onnodig ingewikkeld worden gemaakt.

Joost kan zijn werkgever dus vragen zijn foto uit het smoelenboek te halen en ook van de website te verwijderen.

Maar het intrekken van de toestemming heeft geen terugwerkende kracht. De intrekking geldt vanaf het moment dat deze daadwerkelijk wordt gedaan. Eerder gebruik van de foto wordt door de intrekking niet ongedaan gemaakt. De foto van Joost heeft al een tijdje op de site gestaan en kan daarom nog lang opduiken in zoekresultaten. Daar is niet veel meer aan te doen.

Hulp bij ingevorderd rijbewijs

Het is erg vervelend als uw rijbewijs is ingevorderd. U mag dan immers niet meer rijden. Van der Sluis, van der Zee & Kalmijn Advocaten kan u helpen bij het terugkrijgen van uw rijbewijs. Voor een vast bedrag pakken onze deskundige advocaten de zaak voor u op. U weet dus direct waar u qua kosten aan toe bent. En dat is wel zo prettig. Lees er hier meer over.

U kunt snel contact met ons opnemen door te bellen naar 058-2121464 of te mailen naar info@vandersluisvanderzeekalmijn.nl Wij zijn ook via Whatsapp bereikbaar op 06-24497344.

Procedure invordering rijbewijs

Als de politie uw rijbewijs heeft ingevorderd dan wordt dit binnen drie dagen naar het Openbaar Ministerie opgestuurd. De Officier van Justitie moet binnen tien dagen na invordering een beslissing nemen: u krijgt uw rijbewijs terug of niet.

Als u uw rijbewijs terugkrijgt, is het probleem voorlopig opgelost. Maar als u uw rijbewijs elke dag nodig hebt, bijvoorbeeld voor uw werk, kan het erg lastig zijn als u tien dagen niet mag rijden.

Als u uw rijbewijs niet terug krijgt van de Officier van Justitie wordt het een ander verhaal. U moet dan wachten tot de inhoudelijke zitting. Pas dan wordt er een beslissing genomen. Dat kan maanden duren en al die tijd mag u niet rijden.

Klaagschrift indienen voor teruggave rijbewijs

Van der Sluis, van der Zee & Kalmijn Advocaten kan voor u een klaagschrift indienen bij de Rechtbank. In dit klaagschrift vragen wij de Rechtbank om uw rijbewijs terug te geven tot de inhoudelijk zitting.

Van tevoren overleggen wij uitgebreid met u over uw persoonlijke omstandigheden. Wij kunnen u dan een realistische inschatting geven van de kans van slagen. Uit ervaring weten wij dat het indienen van een klaagschrift bijna altijd loont!

Onze klaagschriften worden gemaakt door ervaren en deskundige advocaten. Zo is de kans het grootst dat u uw rijbewijs snel terugkrijgt. Natuurlijk behandelen wij uw zaak met voorrang. Uw klaagschrift wordt zo snel mogelijk ingediend en wij houden contact met de Rechtbank. Op die manier hoeft u uw bewijs geen dag te langer te missen dan nodig.

Ongeveer veertien dagen na het indienen van het klaagschrift is er een zitting op de Rechtbank. Onze deskundige advocaten gaan met u mee en pleiten voor het teruggeven van uw rijbewijs. Meestal beslist de Rechter ter plekke. U weet dus gelijk waar u staat. Verder lezen

Bijeenkomst ‘Help een scheur in mijn huis’ op 18 maart 2019

Mr. Femke Gietema-van der Heide en mr. Johanna Westerdijk zijn op maandag 18 maart 2019 aanwezig bij de bijeenkomst die Winamer belang organiseert onder de titel ‘Help een scheur in mijn huis’. Deze bijeenkomst zal gaan over de gevolgen van gaswinning en zoutwinning in Barradeel en omstreken.

Onze advocaten zullen uitleg geven over de wet- en regelgeving. Ook gaan ze in op de mogelijkheden om schade te verhalen. De bijeenkomst wordt gehouden in It Mienskar te Oosterbierum en begint om 14:00 uur.